De wand van een slagader, dus ook die van de aorta, bestaat uit drie lagen. Wanneer de binnenste laag scheurt, kan het bloed door de wandlagen van de aorta heen dringen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts. Hierdoor worden de lagen van de aorta gespleten (of gedisseceerd) en is er sprake van aortadissectie. Door de dissectie ontstaat er naast het normale bloedvat ook een kanaal in de wand van het bloedvat.
Er zijn twee soorten aortadissectie: type A en type B. Bij type A dissectie is de slagaderwand van het opstijgende deel van de aorta achter het borstbeen gespleten. Bij type B dissectie is het afdalende deel van de aorta gedisseceerd.
Bij dissectie heeft de patiënt een plotselinge, zeer hevige, verscheurende, stekende pijn achter het borstbeen, soms uitstralend naar de nek (type A), of ter hoogte van de rug tussen de schouderbladen, soms uitstralend naar de onderrug (type B). De pijn is zeer hevig en niet te vergelijken met andere pijn.
Uiteindelijk kan de aorta zelfs doorscheuren. Dit noemen we een aortaruptuur. Snelle behandeling is daarbij van groot belang, omdat patiënten hierdoor snel kunnen overlijden.
Voor behandeling van een aortadissectie en/of aortaruptuur kunt u terecht bij het St. Antonius Hartcentrum; expertisecentrum op gebied van hartklachten en –aandoeningen.
Meer informatie aortadissectie en bijkomende onderzoeken en behandelingen vindt u op de website van het St. Antonius Hartcentrum.