Aortaruptuur

Wat is een aortaruptuur?

Een traumatische aortaruptuur is het scheuren (ruptuur) van de grote lichaamsslagader (aorta) door een ernstig ongeval. Wanneer we de aorta bekijken op de plaats van de scheur, dan zien we dat de binnenste lagen (intima en media) van de aorta, meestal ter hoogte van de isthmus (de adventitia blijft meestal intact) gescheurd zijn.
De isthmus van de aorta is de plaats waar de aortaboog overgaat in het dalende gedeelte (aorta descendens); daar bevindt zich een soort verankeringspunt namelijk het ligamentum arteriosum, dat een verbinding vormt tussen de aorta en de longslagader. Op die wijze is de aorta aldaar onbeweeglijk ten opzichte van de vrij beweeglijke aortaboog. De kwaliteit van de aorta ter hoogte van de isthmus is ook iets anders vergeleken met de rest van de aortawandstructuur.

Voorkomen en natuurlijk beloop

Van de patiënten met traumatische aortaruptuur overlijdt 75% - 90% onmiddellijk ter plaatse als gevolg van inwendige bloeding. 10% - 25% van de patiënten bereikt wel levend het ziekenhuis. Dit komt onder meer doordat een optimalisatie is doorgevoerd van de zorg vóórdat het slachtoffer het ziekenhuis bereikt (zogenaamde pre-hospital care) en doordat transport naar het ziekenhuis (vaak met helikopters) is versneld.
Het grote probleem vormt echter de vaak samengaande letsels: hersenletsels, letsels aan de buikorganen (leverscheuren of -kneuzing, miltscheuren of -kneuzing, blaasruptuur, darmletsels, enzovoort), breuken van meerdere beenderen, bijvoorbeeld van de ledematen, maar ook ribben, sleutelbeen, bekken, wervels; letsels aan de longen (kneuzing, opstapeling van lucht of bloed rondom de longen, scheuren van het middenrif, letsels aan de luchtpijp of vertakkingen).

Traumatische aortaruptuur treedt vooral op bij motorongevallen, val van grote hoogtes en crush letsels (wanneer de borstkas wordt samengedrukt). Verkeersongevallen zijn vaak een combinatie van borstkasletsel en deceleratie. Dit laatste is het tegenovergestelde van acceleratie, het plotseling tot stilstand komen nadat men een grote snelheid had.

Scheur in de aorta

Mechanisme

Men maakt onderscheid tussen snelle, horizontale deceleratie waarbij de aorta scheurt ter hoogte van de isthmus en snelle, verticale deceleratie (kan in neerwaartse of craniale zin of in opwaartse of caudale zin) waarbij de krachten zich vooral ter hoogte van de aorta ascendens (opstijgend deel van de aorta achter het borstbeen) en de arteria anonyma (eerste grote tak uit de aortaboog) laten voelen. Direct trauma op de borstkas (bijvoorbeeld zware slag) geeft een verhoging van de druk in de aorta en ook hierbij doen zich meer letsels voor ter hoogte van de ascendens. Het bruusk en geforceerd overstrekken van de nek of plotse, zware tractie op een schouder kunnen aanleiding geven tot overstrekken van de slagaders die uit de aortaboog ontspringen. Combinaties van de diverse mechanismen treden veelvuldig op.

Scheur in de aorta (plaatje2)

Natuurlijk beloop

Door dit alles kunnen rupturen of dissecties (inwendige scheuren in de wand van de slagader) ontstaan met als gevolg ernstige, levensbedreigende bloedingen, klontervorming (trombose) met daarmee gepaard gaande afsluiting van de slagader en op langere termijn de vorming van pseudoaneurysma' s (verwijding van een slagader waarbij geen echte wand aanwezig is, er is een directe verbinding met de slagader).
Dit laatste zal op den duur ook barsten, druk uitoefenen op omgevende structuren of aanleiding geven tot fistulisatie (kanaalvormige verbinding tussen het aneurysma en bijvoorbeeld de slokdarm) met dodelijke bloeding tot gevolg.
Patiënten met een traumatische aortaruptuur die levend het ziekenhuis bereiken, blijven in leven omdat het dunne en zeer broze buitenste laagje van de aorta (adventitia) samen met het longvlies (pleura parietalis) de bloeding in toom houden: breken ook deze fragiele lagen door dan verbloedt men inwendig. Van de patiënten die levend het ziekenhuis bereiken binnen 24 uur, overlijdt ongeveer 30% en binnen een week zal, onbehandeld, 50% overlijden. Daarbij is echter nooit bewezen bij autopsie dat de doodsoorzaak aan de aorta gelegen is; vaak is het te wijten aan de geassocieerde letsels.

 
Bijkomend letsel

Symptomen te wijten aan bijkomende letsels domineren meestal het klinisch beeld waarmee de patiënt het ziekenhuis binnenkomt. Tekenen die soms aangetroffen worden zijn:

  • pseudocoarctatie (verminderde bloeddruk in de linker arm);
  • bloeduitstortingen in de hals (cervicale en/of supraclaviculaire hematomen) als teken van geassocieerde letsel aan de slagaders die uit de aortaboog ontspringen)
  • geruisen over hart en/of halsregio;
  • verminderde doorbloeding ter hoogte van de ledematen (verminderde perifere pulsaties);
  • bewustzijnsverlies of halfzijdige verlamming (coma/hemisyndroom) bij letsels van de linker- en/of rechter-halsslagader (carotis), waarbij het dan moeilijk is om onderscheid te maken met directe hersenbeschadiging,
    geen gevoel en/of kracht in de linker arm ten gevolge van een letsel aan de zenuwstreng die naar de arm loopt (plexus brachialis)

Het is echter mogelijk dat bij een ernstige deceleratietrauma traumatische aortaruptuur optreedt zonder uitwendige tekenen van een thoraxletsel!