Allergische bronchopulmonale aspergillose (afgekort ABPA) is een zeldzame allergische ziekte die vaak leidt tot ontstekingen in de longen.
De oorzaak van ABPA is een overgevoeligheidsreactie op een schimmel. Meestal gaat het om de Aspergillus fumigatus (Af), maar ook andere soorten kunnen de ziekte veroorzaken, zoals de Aspergillus niger, Aspergillus terreus en Aspergillus flavus. Door de allergische reactie vernauwen de luchtwegen zich, is er meer slijmvorming en kunnen ontstekingen ontstaan. Dit veroorzaakt kortademigheid en vermoeidheid. Deze verschijnselen lijken op die van astma.
De Aspergillus-schimmels kunnen verschillende ziektes veroorzaken. Aspergillose is een verzamelnaam voor deze ziektes. ABPA is er één van.
De aspergillus-schimmel komt vooral voor in rottend materiaal, bijvoorbeeld bladeren en tuinafval; pootaarde, bijvoorbeeld van kamerplanten; voedselresten, bijvoorbeeld in de GFT-bak; en een vervuilde air-conditioning.
De sporen van de aspergillus zijn microscopisch klein. Ze zitten in de lucht die we inademen. Deze sporen veroorzaken alleen problemen als de normale afweer van de luchtwegen is verstoord. Die afweer kan verstoord zijn door:
Bij een verlaagde weerstand kan de schimmel zich in de luchtwegen in stand houden. Door het inademen van schimmelsporen kan er bij deze patiënten een overgevoeligheid voor schimmel ontstaan. Bij herhaaldelijke blootstelling roept contact met schimmelsporen een ontstekingsreactie op in de luchtwegen en de longen. Als gevolg van de ontsteking kunnen de luchtwegen verwijd raken (dit wordt bronchiëctasieën genoemd) en uiteindelijk kan er ook littekenweefsel in de longen ontstaan (longfibrose).
ABPA is niet erfelijk en ook niet besmettelijk. Mensen met een gezonde weerstand worden niet ziek van de schimmel. Sommige ziekten die de longen kwetsbaar maken zijn dat mogelijk wel, zoals astma, taaislijmziekte en mogelijk ook sarcoïdose. Bij 10% van de patiënten met taaislijmziekte komt ABPA voor. Bij patiënten met astma bij ongeveer 1%. De ziekte kan voorkomen op alle leeftijden.
In eerste instantie zijn de klachten vaak vaag: u voelt zich moe en ‘niet lekker', afgewisseld met perioden dat het beter gaat. Hierdoor wordt de ziekte soms moeilijk en pas laat herkend.
Andere verschijnselen zijn: hoesten, kortademigheid, benauwdheid, vermagering en koorts. Het opgehoeste slijm is bruinig van kleur, soms met taaie en plakkerige slijmproppen. Onder een microscoop kan de schimmel in het slijm zichtbaar worden gemaakt. Als de ziekte langer duurt kunnen de algemene verschijnselen als vermoeidheid en gewichtsverlies in ernst toenemen.
Wanneer u geconfronteerd wordt met de diagnose, kunnen allerlei vragen opkomen. Wat houdt de ziekte precies in, welke gevolgen heeft dit voor mij, hoe ziet de toekomst eruit, hoe leer ik leven met de (tijdelijke) gevolgen?
Aarzel niet om deze te bespreken. Voor vragen kunt u terecht bij uw specialist en bij uw huisarts; ook de verpleegkundige op de polikliniek kan u informeren en ondersteunen.
Ook kunt u terecht bij andere professionals. De maatschappelijk werker kan u adviseren bij praktische zaken en gesprekspartner zijn in het leren omgaan met uw huidige beperkingen. De fysiotherapeut kan u begeleiden bij het optimaliseren van uw conditie en het leren zo goed mogelijk om te gaan met uw kortademigheid. En de diëtist kan u zonodig adviezen geven voor optimale voeding - omdat uw lichaam voortdurend strijd levert om de schimmel te onderdrukken hebt u extra voedingsstoffen nodig om niet af te vallen.
>> Naar de contactgegevens van het Longcentrum...
Op de onderstaande sites kunt u meer informatie over aspergillose vinden: