Bij twijfel of onzekerheid over de juiste aandoening kan soms een diagnostische laparoscopische operatie onder narcose worden verricht. Daarbij wordt met een videocamera en een lichtbron in de buikholte gekeken.
Als de diagnose appendicitis is gesteld, is een operatie (het verwijderen van de ontstoken appendix) de beste behandeling om te voorkomen dat doorbraak van de appendicitis en buikvliesontsteking ontstaan.
Bij de operatie wordt de blindedarm opgezocht, vrijgemaakt en verwijderd. De operatie zelf kan door middel van een kleine snee rechts in de onderbuik of door middel van een kijkoperatie worden uitgevoerd. Bij twijfel kan ook een lengte-snee midden in de onderbuik worden gebruikt. Daarbij kan een eventueel andere oorzaak van de pijnklachten worden opgespoord en behandeld. Welke methode zal worden gekozen is van vele factoren afhankelijk, onder andere van de ernst van de ontsteking of van de voorkeur van de chirurg.
Indien de appendix erg ontstoken is kan de huid van de operatiewond worden opengelaten om zodoende na de operatie een wondabces te voorkomen. De open wond geneest meestal binnen 2 á 3 weken en laat een klein littekenstreepje achter.
Wanneer het technisch mogelijk is, kan de ontstoken appendix meteen worden verwijderd tijdens de diagnostische laparoscopie. Of dit mogelijk is, is onder andere afhankelijk van of er verklevingen zijn door voorgaande buikoperaties(verklevingen maken dit moelijker). Naast het sneetje onder de navel (ingang voor de kijkbuis die is aangesloten op videocamera) worden er nog twee kleine hulpsneetjes gemaakt waardoor de diverse paktangetjes naar binnen kunnen worden geschoven. De buik wordt flink opgeblazen met lucht welke via een buisje in de buik wordt geblazen.
De blindedarm (appendix) zit vast onderaan het begin van de dikke darm (coecum). Met een paktang wordt de appendix opgepakt en met een tweede tang wordt het omgevende vetweefsel verwijderd. Vervolgens worden enkele lasso’s om de appendix heen gedaan en aangeknoopt. De appendix wordt vervolgens tussen deze vastgeknoopte lasso’s aan de basis doorgeknipt. Hiervoor kan ook een 'endo-stapler' worden gebruikt (een apparaat dat met nietjes de appendix dichtniet en vervolgens afsnijdt).
De appendix kan vervolgens via een holle buis in snede 3 in de onderbuik naar buiten worden getrokken. De ontstoken blindedarm wordt daarna voor weefselonderzoek opgestuurd naar het weefsel-laboratorium (PA-lab). In zeer zeldzame gevallen kan zich een gezwel in de appendix bevinden .
De redenen waarom gekozen wordt voor een operatie waarbij een klein sneetje in de rechter onderbuik wordt gemaakt zijn zeer divers. De chirurg kan hier bijvoorbeeld voor kiezen omdat de patiënt voorgaande buikoperaties heeft ondergaan, deze operatie zijn voorkeur heeft of het technisch te lastig is om de blindedarm met een kijkoperatie veilig te verwijderen. Ook de matige conditie van de patiënt kan een reden zijn. De grootte van de snede kan varieren van 3 tot soms 10 cm of meer. Dit is afhankelijk van de dikte van de buikwand en de positie van de blindedarm ten opzichte van de bodem van de dikke darm. Als de blindedarm aan de rugzijde van de dikke darm omhoog geklapt ligt, kan het lastig zijn om deze te pakken te krijgen en moet de snede soms "hocheystick-vormig" worden verlengd. De ontstoken appendix welke nog vast zit aan de bodem van de dikke darm is door een snede in de buikwand naar buiten gehaald. Na afknopen aan de basis wordt de blinde darm afgesneden en het overgebeleven stompje met een extra hechting ingestulpt in de bodem van de dikke darm om lekkage te voorkomen.
Als appendix fors ontstoken is, wordt de huid van de wond soms opengelaten om een later wondabces te voorkomen. De ontstoken blindedarm wordt voor weefselonderzoek opgestuurd naar het weefsel-laboratorium (PA-lab). In zeer zeldzame gevallen kan zich een gezwel in de appendix bevinden.
Soms is rondom de ontstoken blindedarm echter al zeer veel verkleving en afdekking door darmlissen ontstaan. Dit is soms bij het onderzoek als een weerstand (vaag omschreven zwelling) in de rechteronderbuik te voelen. Men spreekt dan van een appendiculair infiltraat. Dit ontstaat meestal na enige dagen ziek zijn en is een natuurlijke reactie van het lichaam. In dit geval moeten de ontsteking en het infiltraat eerst afkoelen en tot rust komen. Dit vereist enige weken bedrust, eventueel antibiotica en geleidelijk herstel gedurende zes tot acht weken en afname van de weerstand. Dit geleidelijk tot rust komen en herstel van de appendix en het infiltraat kan worden gevolgd door op bepaalde tijdstippen de bloedbezinking(CRP) te bepalen en de witte bloedlichaampjes (leucocyten) te tellen. Deze zullen dalen. Ook wordt op verschillende tijdstippen de buik onderzocht. Het is meestal naderhand niet nodig om de appendix operatief te verwijderen aangezien deze meestal vanzelf wordt "verteerd en opgelost" binnen het infiltraat.