Na de blaasspoeling mag u het ziekenhuis verlaten. U plast het medicijn vanzelf uit als het is ingewerkt. Houd wel rekening met het volgende
Bijwerkingen zoals frequente aandrang om te plassen, een pijnlijk of branderig gevoel in de blaas en plasbuis, moeite met ophouden van de urine en bloed of weefseldeeltjes bij de urine verdwijnen meestal een dag na de spoeling. Zo niet, dan kunnen de klachten door uw uroloog bestreden worden met medicamenten.
Enkele soorten blaasspoelingen kunnen behalve blaasklachten ook ziekteverschijnselen als koorts, koude rilling, spierpijn en griepgevoel teweegbrengen. Uw uroloog zal u hierover inlichten en aangeven wat u kunt doen bij deze verschijnselen. Ook deze bijwerkingen zijn uitstekend te behandelen.
Om het effect van de spoelingen te controleren, zal uw uroloog in het eerste jaar na de verwijdering van de poliepen regelmatig in uw blaas kijken (cystoscopie). Naast de cystoscopie zal uw uroloog regelmatig de urine controleren op eventuele blaasontsteking en poliepcellen. Af en toe zullen ook nierfoto's worden gemaakt.
Zijn er na één jaar controle geen poliepen teruggekomen, dan is de kans dat u poliepvrij blijft toegenomen. Maar ook na jaren kunnen poliepen nog opnieuw verschijnen. Het aantal keren dat uw uroloog in de volgende jaren uw blaas zal controleren, wordt met u afgesproken. Mochten bepaalde spoelingen bij u niet helpen, dan kan worden overgeschakeld op een ander soort spoeling.