Elektroconvulsietherapie (ECT) of elektroshocktherapie (EST) is een behandeling waarbij een epileptisch insult (convulsie) wordt opgewekt. Dit heeft voor bepaalde patiënten een heilzame uitwerking bij bijvoorbeeld een depressie.
Het is een behandeling die bij verschillende psychiatrische en niet-psychiatrische aandoeningen kan worden toegepast. Of ECT bij deze stoornissen gebruikt moet worden hangt af van verschillende factoren, zoals de ernst van de stoornis, de effectiviteit van de behandeling, de snelheid waarmee effect gewenst is, de behandelvoorgeschiedenis en de wens van de patiënt (die op een juiste wijze geïnformeerd dient te zijn). Er wordt altijd een afweging gemaakt van de voor- en nadelen van de diverse behandelvormen.
Het opwekken van het insult gebeurt door twee elektroden op het hoofd te plaatsen en hierdoor ongeveer vier à zes seconden elektrische stroom te geleiden. Spierverslappende middelen worden toegediend, waardoor het insult nauwelijks meer waarneembaar is. De behandeling wordt door een psychiater en een anesthesist uitgevoerd onder algehele lichte narcose. De gehele behandeling neemt per keer ongeveer tien minuten in beslag, het insult duurt ongeveer 45 seconden.
De behandeling kan twee à drie keer per week worden toegepast tot een totaal van ongeveer twaalf toepassingen. Dat betekent dat de behandeling ongeveer 4 tot 8 weken kan duren. Dit is een indicatie, er is geen standaard aantal behandelingen. De patiënt wordt behandeld tot:
• klachten geheel verdwenen zijn
• na vier behandelingen geen verdere verbetering meer optreedt
• geen effect optreedt na tien behandelingen
Om de kans op een terugval te verkleinen, kan na ECT een behandeling met antidepressiva worden toegepast.
Ga dan naar de pagina's van Psychiatrie & Psychologie.