Hoe kan de patiënt of de orthopedisch chirurg erachter komen of er een reden is voor een revisieoperatie?
- Het bekendste signaal van de patiënt is toenemende pijn en mank lopen, vooral als de kunstheup eerst jaren goed heeft gefunctioneerd. In deze gevallen gaat het meestal om een loslating van de kunstheup en/of er is sprake van slijtage aan het materiaal;
- De patiënt heeft aanhoudende klachten. Hij is vanaf het begin niet echt gelukkig geweest met zijn kunstheup. De patiënt blijft pijn houden. Eerst moet de orthopedisch chirurg uitmaken of het wel werkelijk over heupklachten gaat, of dat er sprake is van bijvoorbeeld lage rugklachten met uitstralende pijn in het geopereerde been. Deze patiënten moeten uitgebreid worden onderzocht. Vooral een infectie moet worden uitgesloten. Een niet genezende operatiewond of een fistelvorming (klein gaatje in de huid met pusproductie) zijn duidelijke aanwijzingen voor een infectie
- Een bijzondere groep vormen patiënten met een kunstheup die zelf geen klachten hebben en zeer actief hun heup gebruiken. Dit zijn vooral relatief jonge patiënten die door de ingebrachte kunstheup weer een 'normaal' leven willen leiden. Bij deze groep patiënten kan zich botontkalking (bijvoorbeeld door slijtage van het materiaal) ontwikkelen. Dit is alleen maar op een röntgenfoto te zien. Om deze reden zal de orthopaedisch chirurg deze patiënten altijd al zware sportbeoefening ontraden. Toch kunnen deze botontkalkingshaarden zich ontwikkelen en zal een arts soms toch een operatie adviseren, ondanks dat de patiënten geen klachten hebben. Het kan dan gaan om uitruimen van de ontkalkingshaard en opvullen met bot. Dat moet een groot botverlies en eventuele loslating van de prothese voorkomen. Daarom is het van belang dat kunstgewrichten regelmatig worden gecontroleerd door de orthopaedisch chirurg, waarbij dan ook röntgenfoto’s gemaakt worden.
Soorten onderzoek
Er zijn verschillende mogelijkheden voor een arts om erachter te komen of vervanging van de heupprothese nodig is:
- Goed luisteren naar het verhaal van de patiënt en uitvragen over de vorige heupoperatie (bijvoorbeeld een slecht genezende wond;
- Lichamelijk onderzoek van het gehele been en de rug, pijnlocatie en het looppatroon;
- Bloedonderzoek waarbij onder meer de bloedbezinking gecontroleerd wordt en het gehalte aan een bepaald eiwit, het C-reactieve proteïne. Die onderzoeken moeten informatie geven over een mogelijke infectie.
- Röntgenonderzoek van heup en rug.