Bij longfibrose wordt het longweefsel aangetast door de vorming van bindweefsel (littekenweefsel). Normaal is de long in staat om voldoende zuurstof op te nemen voor de dagelijkse behoefte. Bij longfibrose is de zuurstofopname verminderd. Dit maakt de patiënt kortademig en snel moe.
Longfibrose kan veroorzaakt worden door het inademen van allerlei schadelijke stoffen, gebruik van bepaalde medicijnen en kan ontstaan na bestraling (radiotherapie). Vaak blijft de oorzaak echter onduidelijk. Dan spreekt men van idiopatische vormen van longfibrose. Longfibrose komt zowel bij vrouwen als bij mannen voor en is een chronische aandoening.
Longfibrose is een ziekte die grote sociale en emotionele gevolgen kan hebben voor de betrokkene en haar of zijn omgeving. Deze aandoening vraagt deskundige begeleiding, met aandacht voor de vele medische aspecten, maar vooral ook voor de invloed van de ziekte op de kwaliteit van leven.
De eerste symptomen van longfibrose zijn meestal hetzelfde als die van andere longziekten. Patiënten hebben veelal een droge hoest en zijn kortademig. Concentratiestoornissen, moeheid, hoofdpijn en depressieve klachten kunnen eveneens optreden. Naarmate de ziekte vordert, wordt men kortademiger en gaat het inspanningsvermogen achteruit.
Voor de diagnose van longfibrose zijn verschillende onderzoeken mogelijk:
Alle onderzoeken zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de oorzaak van de kortademigheid. Longfibrose kan ook het gevolg zijn van een andere ziekte, bijvoorbeeld sarcoïdose, of van bestraling van een tumor, infecties en gebruik van bepaalde medicijnen.
Door snel te starten met medicijnen wordt het ziekteproces vertraagd. De medicijnen hebben tot doel de zuurstofopname capaciteit van de long te verbeteren.
Wilt u meer weten of een afspraak maken?
>> Neem contact op met het Longcentrum...
>> Bekijk de informatie over het Longcentrum...
>> Naar de pagina's van het specialisme Longziekten...
>> Zoeken in de patiëntenfolders Longziekten...