Het skelet van de borst wordt de borstkas genoemd. De borstholte is een luchtdichte en kegelvormige holte, omgeven door het beenderig skelet. De borstholte kan uitzetten bij het ademhalen. Ademhaling of ventilatie gebeurt door het onderhouden van een negatieve druk (onderdruk) in de borstholte en het uitzetten van de ribbenkast tegelijkertijd met het naar beneden bewegen van het middenrif. Hieronder staat meer uitleg over de borstkas. In de onderliggende pagina's leest u meer over de longoperaties: lobectomie en VATS.
De beenderige grenzen van de borstholte zijn:
Al deze elementen staan met elkaar in verbinding om de borstkas te vormen. De ruimte tussen de ribben wordt opgevuld door de tussenribspieren.
Het menselijk lichaam bevat een rechter- en een linkerlong, respectievelijk in de rechter- en de linkerborstholte.
De rechterlong bevat drie kwabben en de linkerlong heeft er twee. De kwabben zijn van elkaar gescheiden door de zgn. fissuren.
Op zich kunnen we iedere kwab anatomisch nog eens verdelen in segmenten met elk een eigen gescheiden bloedvatencirculatie en een ventilatie bestaande uit luchtpijpjes. Het kleinste anatomo-functionele deel is het longblaasje (alveolus).
De lucht komt in de longen terecht via de luchtpijp (trachea), die begint bij het strottenhoofd (larynx). Na twaalf centimeter splitst de luchtpijp zich in een rechter- en linkerhoofdtak (bronchus), die de rechter- en de linkerlong van lucht voorzien. Deze hoofdtakken splitsen zich dan snel in kleinere luchttakken voor de kwabben, de segmenten, enzovoort.
Het longvlies (pleura) bestaat uit twee lagen:
Tussen deze twee bladen ontstaat een 'virtuele' ruimte met een negatieve druk. Daardoor glijden de bladen over elkaar heen bij het uitzetten van de longen tijdens de ademhaling.