Miskraam

Een miskraam is het verlies van een niet-levensvatbare vrucht. Een miskraam in de eerste twee tot vier maanden van de zwangerschap wordt een vroege miskraam genoemd.

We spreken van een late miskraam als de zwangerschap verkeerd afloopt na de vierde maand maar vóór de levensvatbare periode. Deze late miskramen komen veel minder vaak voor.

Een miskraam kan zich op verschillende manieren openbaren:

  • Het lichaam stoot het vruchtje af. Dit begint vaak met bloedverlies en een krampende buikpijn. Het kan daarna een aantal dagen duren voordat het lichaam de vrucht ook echt uitstoot. Wanneer dit wel gebeurt, gaat dit gepaard met weeën en hevig bloedverlies. Dit omdat de baarmoedermond een stukje open moet om de vrucht uit te stoten. Daarna neemt de pijn af en vermindert het bloedverlies tot het niveau van een normale menstruatie. Het bloedverlies houdt nog een aantal dagen aan. Vervolgend stopt het en gaat u na een aantal weken weer normaal menstrueren. Een enkele keer stopt het bloeden niet en blijkt de miskraam niet compleet te zijn geweest. U wordt dan doorverwezen naar de gynaecoloog voor een curettage (schoonmaken van de baarmoeder).
  • Er lijkt niets aan de hand te zijn, maar wanneer u binnen 12  weken zwangerschap naar de verloskundige gaat voor een eerste controle is er geen hartje te horen of te zien op de echo. Het vruchtje is dan waarschijnlijk al eerder afgestorven, maar nog niet uitgestoten. U kunt dan afwachten tot het vruchtje alsnog wordt afgestoten, speciale medicatie innemen waardoor het vruchtje afgestoten wordt, of het gebeurt via curettage.