Behandeling

Na de operatie waarbij de zaalbal is verwijderd, is er in principe altijd een vervolgbehandeling nodig. Deze kan bestaan uit:

U kunt ook een combinatie van deze behandelingmethoden krijgen. De keuze van de behandeling hangt samen met de uitgebreidheid van uw ziekte en uw prognose.

Doel van de behandeling

De behandeling van zaadbalkanker heeft bijna altijd tot doel volledige genezing te bereiken. Ook als er uitzaaiingen zijn op het moment van de diagnose, wordt meestal genezing bereikt. Een behandeling die gericht is op genezing wordt een curatieve behandeling genoemd.

Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, is een palliatieve behandeling mogelijk. Zo'n behandeling is gericht op het remmen van de ziekte en/of vermindering van de klachten.

Lymfeklieroperatie
Bij patiënten die een behandeling met cytostatica hebben ondergaan, wordt na de laatste kuur een ct-scan gemaakt om te beoordelen of de cytostatica alle kankercellen hebben vernietigd. Als er nog afwijkingen te zien zijn, is een operatie noodzakelijk om alle vergrote lymfekieren te verwijderen. Meestal betreft dit achter in de buik maar ook andere lymfeklieren kunnen vergroot zijn. Onder de microscoop wordt bekeken of er in de klieren nog kankercellen aanwezig zijn. Als dat zo is, krijgt u vaak opnieuw chemotherapie. Soms wordt gekozen voor bestraling. De lymfeklieroperatie is meestal onderdeel van een curatieve operatie.

Waakzaam wachten
Het is niet altijd nodig dat u, nadat de zaadbal en daarmee de tumor is verwijderd, direct actief wordt behandeld. Dit geldt bijvoorbeeld als er bij het onderzoek geen uitzaaiingen gevonden zijn. Het verloop van de ziekte wordt dan nauwkeurig gevolgd met behulp van controle-onderzoeken. Deze vorm van 'behandeling' heet waakzaam wachten. De beslissing om te wachten met verdere behandeling(en) vindt plaats in een overleg tussen u en de uroloog.

 

Bijwerkingen

Bij de bestraling van de lymfeklieren in de buik, kan een zeer lage dosis straling terechtkomen op de nog aanwezige zaadbal. Zaadcellen zijn gevoelig voor straling. Daarom wordt uit voorzorg geadviseerd geen kinderen te verwekken tijdens de bestralingsperiode en het eerste halfjaar daarna. Dat geldt ook tijdens en kort na de behandeling met cytostatica.

Door de behandeling met cytostatica kan onvruchtbaarheid optreden. Soms is dat blijvend. Mannen met een (toekomstige) kinderwens, kunnen dit het beste voor het begin van de behandeling bespreken met de specialist. U kunt vóór de behandeling sperma in laten vriezen, ook als u nu (nog) geen kinderwens heeft. Het invriezen van sperma heeft alleen zin als er voldoende zaadcellen van goede kwaliteit aanwezig zijn. Dat is niet bij alle patiënten het geval. Bij veel mannen verbetert overigens de kwaliteit van het sperma binnen een tot twee jaar na afloop van de behandeling. Omdat u hier vooraf geen zekerheid over heeft, kan het toch verstandig zijn tijdig sperma in te laten vriezen.