Aandoeningen

Acuut optredende verwardheid

Acuut optredende verwardheid is een verwardheid die binnen enkele uren tot dagen kan ontstaan. Meestal ontstaat dit als gevolg van lichamelijke problemen bijvoorbeeld een infectie. Deze vorm van verwardheid wordt ook wel delier of delirium genoemd.

De mate van verwardheid kan per moment verschillen. Het komt vooral voor bij ouderen. Een op de vier ouderen die in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt er mee te maken. Mensen verliezen het overzicht,  raken in de war en kunnen daar heel onrustig van worden.

Op deze pagina snel naar

Meer over acute verwardheid

Soms echter worden mensen heel apatisch en valt de verwardheid minder op. Regelmatig is er sprake  een verstoorde nachtrust en/ of van waanbeelden (gedachten die niet kloppen) of hallucinaties (dingen zien of horen die een ander niet kan zien/ horen). Ook jongere mensen kunnen een delier krijgen, bijvoorbeeld bij ontregelen van diabetes mellitus (suikerziekte).

Oorzaken

De verwardheid is tijdelijk en wordt altijd veroorzaakt door een of meer lichamelijke oorzaken (een ziekte of ontregeling). Alle zaken die het lichaam uit balans kunnen brengen, zijn mogelijke oorzaken. Vaak kan de oorzaak behandeld worden waardoor het delier verdwijnt. Soms is de oorzaak niet direct duidelijk of is behandelig van het onderliggend leiden lastig .

Mogelijk oorzaken kunnen zijn:

  • operaties
  • ziektes aan hart of longen
  • ontstekingen
  • stoornissen in de stofwisseling
  • stoornissen in de hormonen
  • een ongeluk (hersenschudding/kneuzing)
  • medicijngebruik
  • stress, angst of te weinig slaap

Het herstel heeft tijd nodig. Ook bij behandeling van de oorzaak kan het delier nog enige tijd blijven bestaan. Als de lichamelijke toestand van de patiënt verbetert neemt de verwardheid af. De periode van verwardheid en onrust kan variëren van enige uren tot weken.

De duur is afhankelijk van meerdere factoren:

  • ernst van de lichamelijke aandoening
  • leeftijd van de patiënt
  • conditie van de patiënt
  • al bestaande tekenen van dementie

Preventie

Bekijk hier de tekst 'Voorkomen van een delier'.

Wat doet het St. Antonius?

In het St. Antonius screenen we patiënten vooraf op het risico op een delier. Als er sprake is van een verhoogd risico nemen we voorzorgsmaatregelen  Een vertrouwd gezicht is vaak erg belangrijk. Daarom bieden we de mogelijkheid om een familielid bij de patiënt te laten slapen. Verder hebben we speciaal opgeleide vrijwilligers die deze patiënten bezoeken.

Symptomen

Iemand met een delier is niet zo helder van geest als normaal. Hij/zij weet misschien niet zo goed meer waar hij/zij is en is de greep op zichzelf en de omgeving kwijt. Dat kan beangstigend zijn. De reactie daarop kan zijn: waakzaamheid, achterdocht of zelfs agressief gedrag. Het is ook mogelijk dat iemand met een delier zich juist stilletjes terugtrekt.

Gedragskenmerken

Iemand met een delier gedraagt zich heel anders dan gewoonlijk:

  • Iemand gedraagt zich verward en mogelijk onrustig en heeft dit soms wel een beetje in de gaten maar kan zichzelf niet corrigeren;
  • Het is moeilijk om een gesprek te voeren. Hij/zij begrijpt u niet;
  • Iemand kan denken zelf op een andere plaats te zijn en niet goed weten  waarom hij/zij daar is en wil misschien het liefst opstappen om weg te gaan;
  • Iemand met een delier kan de werkelijkheid anders ervaren. Hij ziet, hoort of ruikt dingen die er niet zijn (bijvoorbeeld: beestjes, geluiden of stemmen). Voor de patiënt zijn die beestjes of geluiden er echt.

Vaak zie je ook dat een patiënt met een delier onrustig is en plukt aan de lakens, verbanden of infusen. Hij/zij wil alsmaar uit bed, ook als dat niet mogelijk is.

Onderzoeken

Het onderzoek bestaat uit het beoordelen van de klachten, de mate van verwardheid en het zoeken naar de oorzaak. Wanneer een patiënt verdacht wordt van een delier wordt dit gemeld bij de (dienstdoende) arts. Deze zal de patiënt beoordelen en zoeken naar eventuele (acute) lichamelijke problemen, bijvoorbeeld koorts, pijn, volle blaas, eventuele invloed van geneesmiddelen etc. Eventueel zal aanvullend laboratorisch onderzoek gedaan worden om problemen op te sporen of uit te sluiten.

De verpleegkundige houdt vragenlijsten bij (zogenaamde 'dos scores') om het beloop van het delier te vervolgen.  Samen met de verpleegkundige specialisten wordt door de behandelend arts een beleid gemaakt ten aanzien van het aanpakken van eventueel onderliggende problemen, het verbeteren van de algehele conditie van de patiënt en wordt besloten tot het wel of niet geven van aanvullende medicatie (of juist het stoppen van bepaalde medicatie).  

Behandelingen

Waaruit bestaat de behandeling?

Het is van belang om zo snel mogelijk de oorzaken van het delier te onderzoeken en
 te behandelen. Andere verstorende elementen (als bijvoorbeeld vochthuishouding, het nog zefstandig plassen etc.) moeten eveneens gemonitord worden. Ook het helpen van de patiënt in het zich kunnen oriënteren (bijvoorbeeld door aanbieden van een kalender, klok en en het geven van informatie over zijn verblijf en de reden van verblijf in het ziekenhuis is van belang. Daarnaast kan het zinvol zijn om de patiënt medicijnen te geven om de verschijnselen van het delier te verminderen. Verder is het belangrijk dat er regelmatig contact is met de patient en hij/zij zo vaak als nodig gerustgesteld wordt en uitleg krijgt.

Wat kunt u doen als uw partner, familie, vriend of kennis een delier heeft?

  • Ga na of uw naaste u herkent en vertel anders wie u bent.
  • Vertel uw naaste ook dat hij/zij ziek is en in het ziekenhuis ligt.
  • Spreek rustig tegen uw naaste en in duidelijke zinnen. Stel eenvoudige vragen, zoals: 'heeft u lekker geslapen?' en niet: 'Heeft u lekker geslapen of lag u steeds wakker?'
  • Leg herhaaldelijk uit waarom uw naaste in het ziekenhuis ligt en welke dag het is.
  • Let u er ook op dat uw naaste zo nodig zijn bril en/of gehoorapparaat gebruikt.
  • Als u merkt dat uw naaste de werkelijkheid anders ervaart, probeer dit dan te corrigeren, maar maak er geen ruzie om.
  • Praat met uw naaste over vertrouwde onderwerpen en bekende personen. Zo kunt u bijvoorbeeld de krant of kaarten voorlezen
  • Ook kunt u vertrouwde voorwerpen meenemen van thuis.
Bijvoorbeeld een foto of fotoboekje met familieleden of een huisdier, een kussen etc.
  • Bezoek is erg belangrijk. Uw aanwezigheid en simpelweg een hand vasthouden kan al geruststellend en steunend zijn. Zo mogelijk komt u wat vaker of langer op bezoek en buiten de gebruikelijke tijden. Kom niet met te veel mensen tegelijk en vermijd dat er meerdere gesprekken door elkaar heen lopen.
  • Ga als dat mogelijk is aan één kant van het bed zitten.
  • Probeer met elkaar en met de afdeling af te spreken wie wanneer op bezoek komt en hoe lang (maximaal twee personen tegelijk).
  • Spreek duidelijk af wie het aanspreekpunt is voor uw naaste (wie kan er gebeld worden bij onrust).
  • Wees eerlijk over het gebruik van alcohol, nicotine en slaapmedicatie.
  • Help mee een goed dagritme te behouden.
  • Overleg met de verpleging of uw naaste uit bed kan om in een stoel te zitten en assisteer bij het eten.
  • Zorg dat uw naaste zicht heeft op een klok en kalender.
  • Aarzel niet om eventuele vragen of goede ideeën voor te leggen aan de verpleging.

Tot slot

Na herstel van de lichamelijke problemen herstelt het delier zich meestal. Wel kan het voorkomen dat concentratieproblemen en geheugenproblemen langer aanhouden.

Sommige mensen herinneren zich niets meer van het delier als ze eenmaal hersteld zijn. Anderen, die zich dit wel kunnen herinneren, kunnen hier allerlei reacties op hebben, bijvoorbeeld angst voor het ziekenhuis of schuldgevoel over hun gedrag tijdens het delirium.

Slaapproblemen en somberheid zijn andere mogelijke gevolgen van een delier. Het is zinvol dit bespreekbaar te maken bij uw (huis)arts of verpleegkundige. Het is belangrijk bij een volgende opname te melden dat u (of uw naaste) een delier heeft doorgemaakt.  

Expertise en ervaring

Zie standaard informatie over ‘Specialisme Psychiatrie & Psychologie'

 

Uitgelicht

Code
PSY 1705-A