Aandoeningen

Acuut optredende verwardheid (delier)

Acuut optredende verwardheid is een verwardheid die binnen enkele uren tot dagen kan ontstaan. Meestal ontstaat dit als gevolg van lichamelijke problemen, bijvoorbeeld een infectie. Deze vorm van verwardheid wordt ook wel delier of delirium genoemd.

De mate van verwardheid kan per moment verschillen. Het komt vooral voor bij ouderen. 1 op de 4 ouderen die in het ziekenhuis wordt opgenomen, krijgt er mee te maken. Mensen verliezen het overzicht,  raken in de war en kunnen daar heel onrustig van worden. Soms hebben ze last van waanbeelden en een verstoorde nachtrust.

Ook jongere mensen kunnen een delier krijgen, bijvoorbeeld bij diabetes mellitus (suikerziekte).

Screenen op risico delier

In het St. Antonius Ziekenhuis screenen we patiënten vooraf op het risico op een delier. Als er sprake is van een verhoogd risico nemen we voorzorgsmaatregelen:

  • Een vertrouwd gezicht is belangrijk. Daarom bieden we de mogelijkheid om een naaste over de gehele dag bij de patiënt aanwezig te laten zijn. Ook kan deze eventueel bij de patiënt blijven slapen.
  • Een aantal afdelingen hebben speciaal opgeleide vrijwilligers die deze patiënten bezoeken.

Op deze pagina snel naar

Meer over oorzaken delier

De verwardheid is tijdelijk en wordt altijd veroorzaakt door een of meer lichamelijke oorzaken (een ziekte of ontregeling). Alle zaken die lichaam en geest uit balans kunnen brengen, zijn mogelijke oorzaken. Vaak kan de oorzaak behandeld worden waardoor het delier verdwijnt. Soms is de oorzaak niet direct duidelijk of kan deze niet goed worden behandeld.

Mogelijk oorzaken kunnen zijn:

  • operaties;
  • ziektes aan hart of longen;
  • ontstekingen;
  • stoornissen in de stofwisseling;
  • stoornissen in de hormonen;
  • een ongeluk (hersenschudding/kneuzing);
  • medicijngebruik;
  • veranderingen in medicatie;
  • stress, angst of te weinig slaap.

Symptomen

Iemand met een delier is niet zo helder van geest als normaal. Hij/zij weet misschien niet zo goed meer waar hij/zij is en is de grip op zichzelf en de omgeving kwijt. Dat kan beangstigend zijn. De reactie daarop kan zijn: waakzaamheid, achterdocht, of zelfs agressief gedrag. Het is ook mogelijk dat iemand met een delier zich juist stilletjes terugtrekt.

Gedragskenmerken

Iemand met een delier gedraagt zich heel anders dan gewoonlijk:

  • Hij of zij gedraagt zich verward en mogelijk onrustig en heeft dit soms wel een beetje in de gaten maar kan zichzelf niet corrigeren.
  • Hij of zij begrijpt u niet. Het is moeilijk om een gesprek te voeren.
  • Hij of zij kan denken op een andere plaats te zijn en niet goed weten waarom hij of zij daar is en wil misschien het liefst opstappen om daar weg te komen.
  • Hij/zij kan de werkelijkheid anders ervaren. Hij/zij ziet, hoort of ruikt dingen die er niet zijn (bijvoorbeeld: beestjes, geluiden of stemmen). Voor de patiënt zijn die beestjes of geluiden er echt.
  • Hij/zij is vaak onrustig en plukt aan de lakens, verbanden of infusen.
  • Hij/zij wil alsmaar uit bed, ook als dat niet mogelijk is.
  • Hij/zij heeft een verstoord dag- en nachtritme; draait dit vaak om.

Soorten

We onderscheiden 3 soorten delier:

  • hyperactief delier: de patiënt is onrustig en opgewonden;
  • hypoactief delier: de patiënt is stil en teruggetrokken;
  • combinatie van hyperactief en hypoactief delier.

Onderzoeken

Het is van belang om zo snel mogelijk de oorzaken van het delier te onderzoeken en te behandelen.

Het onderzoek naar delier bestaat uit:

  • het beoordelen van de klachten;
  • de mate van verwardheid en
  • het zoeken naar de oorzaak.

Wanneer een patiënt verdacht wordt van een delier wordt dit gemeld bij de (dienstdoende) arts.

De arts zal op zijn/haar beurt:

  • proberen zo snel als mogelijk de oorzaak van het delier vast te stellen en te behandelen. Hierbij houdt hij of zij o.a. rekening met eventuele lichamelijke oorzaken (zoals koorts, pijn, een volle blaas of anderszins).
  • bekijken of het zinvol is om de patiënt medicijnen te geven die de verschijnselen van het delier verminderen.
  • een psychiater of geriater eventueel om medebehandeling vragen.
  • eventueel aanvullend laboratorisch onderzoek laten doen om problemen op te sporen of uit te sluiten.

 

Behandelingen

Als een delier is vastgesteld zullen artsen en verpleegkundigen een aantal standaard maatregelen nemen. Ook zal een beroep gedaan worden op naasten om het delier te behandelen. Is het delier complex, dan wordt vaak een beroep gedaan op het Consultatief Team Ouderen (CTO).

Standaard maatregelen

  • Zaken die het delier kunnen verergeren, zoals de vochthuishouding van de patiënt, de mate waarin de patiënt nog zelfstandig kan plassen e.a. worden goed in de gaten gehouden door de artsen en verpleegkundigen.
  • De patiënt krijgt hulp bij het zich kunnen oriënteren (bijvoorbeeld door het aanbieden van een kalender, klok en en het geven van informatie over zijn of haar verblijf en de reden van verblijf in het ziekenhuis).
  • Daarnaast kan het zinvol zijn om de patiënt medicijnen te geven om de verschijnselen van het delier te verminderen.
  • Ook is er regelmatig contact met de patiënt en wordt hij/zij zo vaak als nodig gerustgesteld en krijgt hij/zij extra uitleg wanneer dat nodig is. 

Wat kunt u doen als uw partner, familie, vriend of kennis een delier heeft?

  • Ga na of uw naaste u herkent. Als dat niet zo is, vertel dan wie u bent.
  • Vertel uw naaste dat hij/zij ziek is en in het ziekenhuis ligt.
  • Spreek rustig tegen uw naaste en in duidelijke zinnen.
  • Stel eenvoudige vragen, zoals: 'Heb je lekker geslapen?' en niet: 'Heb je lekker geslapen of lag je steeds wakker?'
  • Leg herhaaldelijk uit waarom uw naaste in het ziekenhuis ligt en welke dag het is.
  • Let u er op dat uw naaste zo nodig zijn bril en/of gehoorapparaat gebruikt.
  • Als u merkt dat uw naaste de werkelijkheid anders ervaart, probeer dit dan te corrigeren, maar maak er geen ruzie om.
  • Praat met uw naaste over vertrouwde onderwerpen en bekende personen. Zo kunt u bijvoorbeeld de krant of kaarten en berichtjes voorlezen.
  • U kunt vertrouwde voorwerpen meenemen van thuis, bijvoorbeeld een foto of fotoboekje met familieleden of een huisdier, een kussen etc.
  • Bezoek is erg belangrijk. Uw aanwezigheid en simpelweg een hand vasthouden kan al geruststellend en steunend zijn. Zo mogelijk komt u wat vaker of langer op bezoek en buiten de gebruikelijke tijden.
  • Kom niet met te veel mensen tegelijk op bezoek (maximaal 2 personen tegelijk) en vermijd dat er meerdere gesprekken door elkaar heen lopen.
  • Probeer met elkaar en met de afdeling af te spreken wie wanneer op bezoek komt en hoe lang.
  • Ga als dat mogelijk is aan één kant van het bed zitten.
  • Spreek duidelijk af wie het aanspreekpunt is voor uw naaste (wie kan er gebeld worden bij onrust).
  • Wees eerlijk over het gebruik van alcohol, nicotine en slaapmedicatie.
  • Help mee om een goed dagritme te behouden. Zorg er bijvoorbeeld voor dat uw naaste kleding heeft voor overdag en kleding voor de nacht. Dat helpt bij de dag/nacht oriëntatie.
  • Overleg met de verpleging of uw naaste uit bed kan om in een stoel te zitten en assisteer bij het eten.
  • Zorg dat uw naaste zicht heeft op een klok en kalender.
  • Aarzel niet om eventuele vragen of goede ideeën voor te leggen aan de verpleging.

Consultatief Team Ouderen (CTO)

Delierbehandeling behoort tot de standaard zorg in het ziekenhuis en kan door elke arts(-assistent) en daarvoor bevoegd verklaarde verpleegkundig specialist ingezet worden. In geval van een complex delier kan aanvullende kennis van het Consultatief Team Ouderen (CTO) nodig zijn. 

Het CTO maakt deel uit van het specialisme Ouderengeneeskunde. Het team is door naasten van patiënten, artsen en verpleegkundigen om advies te vragen over de behandeling en verzorging van kwetsbare oudere patiënten die zijn opgenomen in het ziekenhuis.

Het CTO kan ingeschakeld worden door naasten, via de afdelingsarts of de verpleegkundige.

Hoe lang duurt een delier?

Het herstel heeft tijd nodig. Ook bij behandeling van de oorzaak kan het delier nog enige tijd blijven bestaan. Als de lichamelijke toestand van de patiënt verbetert neemt de verwardheid af. De periode van verwardheid en onrust kan variëren van enige uren tot weken.

De duur van een delier is afhankelijk van meerdere factoren:

  • ernst van de lichamelijke aandoening;
  • leeftijd van de patiënt;
  • conditie van de patiënt;
  • al bestaande tekenen van dementie.

Gevolgen delier

Na herstel van de lichamelijke problemen herstelt het delier zich meestal. Echter, soms kan het delier, na herstel, nog onderstaande klachten geven:

  • concentratieproblemen en geheugenproblemen. Deze kunnen enige tijd aanhouden. Als de geheugenproblemen langer aanhouden dan 2 tot 3 maanden is het verstandig dit met u huisarts te bespreken.
  • Sommige mensen herinneren zich niets meer van het delier als ze eenmaal hersteld zijn. Anderen, die zich dit wel kunnen herinneren, kunnen hier allerlei reacties op hebben, bijvoorbeeld angst voor het ziekenhuis of schuldgevoel over hun gedrag tijdens het delirium.
  • Slaapproblemen en somberheid zijn andere mogelijke gevolgen van een delier. Het is zinvol dit bespreekbaar te maken met uw (huis)arts of verpleegkundige.

Het is belangrijk bij een volgende opname te melden dat u (of uw naaste) een delier heeft doorgemaakt!

Hoe delier voorkomen?

Een delier is niet altijd te voorkomen. Onderstaande maatregelen kunnen worden genomen om de kans op een delier te verkleinen:

Wat kunt u als patiënt zelf doen?

  • Zorg dat u voldoende eet en drinkt.
  • Als u bent opgenomen in het ziekenhuis, zorg er dan voor dat u zo snel als mogelijk een paar keer per dag uit bed komt.
  • Zorg dat u uw bril en eventueel gehoorapparaten draagt.
  • Als u zelf merkt dat u zich onrustig, angstig of verward begint te voelen, meld dit dan bij uw arts of uw verpleegkundige.
  • Meld bij eventuele opname in het ziekenhuis altijd dat u ooit een delier heeft doorgemaakt.

Wat kunt u als naaste doen?

  • Zorg voor oriëntatiepunten: foto’s, agenda, klok en herkenbare spullen van thuis.
  • Als u bij uw naaste de verschijnselen herkent van een delier, dan waarschuwt u in de thuissituatie de huisarts en in het ziekenhuis de zaalarts of verpleegkundige.
  • Meld bij eventuele opname in het ziekenhuis altijd dat uw naaste ooit een delier heeft doorgemaakt.
  • Stimuleer uw naaste het dragen van een bril en eventuele gehoorapparaten.

Meer informatie

Artikel

Gerelateerde informatie

Uitgelicht

Code
PSY 1705-A