Behandelingen & onderzoeken

Baarmoederhalskanker (onderzoeken)

Als u met klachten die wijzen op baarmoederhalskanker bij uw huisarts komt, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken. Daarbij hoort ook een inwendig onderzoek en een (nieuw) uitstrijkje. Als de huisarts het niet vertrouwt, verwijst hij u door naar een gynaecoloog.

De gynaecologen in ons ziekenhuis voeren een aantal onderzoeken uit om vast te stellen of er sprake is van baarmoederhalskanker. Als dit inderdaad het geval is, is vaak verder onderzoek nodig om te bepalen in welk stadium de baarmoederhalskanker zich bevindt. Onder het stadium verstaan we de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid.

Als de diagnose baarmoederhalskanker gesteld is, vindt overleg met UMCU plaats. In het merendeel van de gevallen wordt u naar het UMCU doorverwezen. Vervolgonderzoek wordt daar verricht.

Op deze pagina snel naar

Meer over baarmoederhalskanker (onderzoeken)

De specialist stelt het stadium van de ziekte vast door onderzoek te doen naar:

  • De plaats en grootte van de tumor.
  • De mate van doorgroei in het omringende weefsel.
  • De aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam.

Deze stadiumindeling is belangrijk voor de inschatting van de prognose en het bepalen van de behandeling.

Vier stadia

Bij baarmoederhalskanker onderscheiden we 4 stadia:

  • Stadium I: de tumor blijft beperkt tot de baarmoederhals.
  • Stadium II: de tumor is doorgegroeid vanuit de baarmoederhals tot in het steunweefsel of het bovenste deel van de vagina.
  • Stadium III: de tumor is verder doorgegroeid tot aan de bekkenwand of in het onderste deel van de vagina.
  • Stadium IV: de tumor is buiten het bekken gegroeid of doorgegroeid in de blaas of de endeldarm (het laatste deel van de dikke darm). Ook bij uitzaaiingen van baarmoederhalskanker in andere organen, bijvoorbeeld in longen of botten, spreekt men van stadium IV.

Voorbereiding

Voorbereiding op uw polibezoek

Een goede voorbereiding is voor u en voor ons belangrijk. Ons animatiefilmpje Voorbereiding op uw afspraak bij de polikliniek toont hoe u zich goed voorbereidt op uw afspraak en wat u kunt verwachten van uw afspraak. 

Mijn Antonius-account aanmaken

Mijn Antonius is het beveiligde online patiëntportaal van het St. Antonius. Heeft u nog geen account? Dan is het handig als u er een aanmaakt. Op onze webpagina Mijn Antonius leest en ziet u hoe u dit eenvoudig doet. 

Afzeggen

Bent u verhinderd voor het onderzoek? Laat het ons dan zo snel mogelijk weten. Neem hiervoor telefonisch contact op met de afdeling of polikliniek waar het onderzoek plaatsvindt. 

Onderzoek

Diagnose stellen

Om de diagnose te kunnen stellen worden 3 onderzoeken gedaan: een uitstrijkje, inwendig onderzoek en een colposcopie.

Uitstrijkje

Bij een uitstrijkje worden cellen afgenomen van het slijmvlies op de grens van de baarmoederhals en de baarmoedermond. U moet daarvoor op een onderzoekbank liggen. Om uw baarmoedermond goed zichtbaar te maken, wordt een speculum ('eendenbek') gebruikt. Met een klein plastic borsteltje of spateltje 'strijkt' de arts of assistente wat slijm weg, vandaar de term uitstrijkje. In het laboratorium kijkt men of deze cellen afwijken van normale cellen. Het duurt een aantal dagen voordat de uitslag bekend is. 

Inwendig onderzoek

De gynaecoloog brengt een speculum ('eendenbek') in de vagina in om de vagina en de baarmoedermond te kunnen zien. Daarna voelt de arts ook inwendig. Op deze manier krijgt hij een indruk van de ligging en grootte van de organen onder in de buik, waaronder de baarmoeder.

Colposcopie

Er kunnen in het uitstrijkje zodanig afwijkende cellen worden geconstateerd, dat nader onderzoek nodig is. Met behulp van een colposcoop (een sterk vergrotende loep) kan de gynaecoloog de baarmoedermond nauwkeurig bekijken. Ook hierbij wordt een speculum in de vagina ingebracht. Om het weefsel goed te kunnen beoordelen, wordt de baarmoedermond nat gemaakt met een azijnoplossing en vaak ook met een jodiumoplossing.

Tijdens een colposcopie kan de gynaecoloog een stukje weefsel wegnemen dat er afwijkend uitziet. Deze ingreep noemt men een biopsie. Het onderzoek kan vervelend zijn, maar een verdoving of narcose is zelden nodig. Een patholoog onderzoekt het verkregen weefsel onder de microscoop. Daarmee is een definitieve uitspraak mogelijk over de aard van de afwijking.

Als op basis van bovenstaande onderzoeken een voorstadium van baarmoederhalskanker wordt vastgesteld, zijn verschillende behandelingen mogelijk. Als baarmoederhalskanker wordt vastgesteld, vindt er overleg met het UMCU plaats. Meestal volgt een verwijzing naar het UMCU.

Wanneer de diagnose baarmoeder halskanker, cervix carcinoom, gesteld is wordt de patiënte besproken via de Tumorboard met het Academisch ziekenhuis, het UMCU. De aanvullende onderzoeken zoals hieronder beschreven worden dan ook vaak in UMCU verder gepland en verricht.

Longfoto

Een longfoto (X-thorax) is een röntgenfoto van de borstkas waarmee wordt gekeken of er uitzaaiingen in de longen of de daarbij gelegen lymfeklieren zijn.

Ga naar Youtube om het filmpje over een röntgenfoto te bekijken (bron: KWF Kankerbestrijding).

Inwendig onderzoek

Meestal herhaalt de gynaecoloog het inwendig onderzoek om de plaatselijke uitbreiding van de ziekte na te gaan. Deze keer is het onderzoek uitgebreider, waardoor het vervelender en pijnlijk kan zijn. Daarom wordt het vaak onder narcose gedaan. Soms onderzoekt men daarbij ook de binnenzijde van de blaas en het laatste deel van de dikke darm.

Echo nieren

Vanwege de plaats en de grootte van de tumor kan het voorkomen dat een urineleider niet meer goed functioneert. Om dit te controleren is een echografie van de urinewegen nodig. Echografie is een onderzoek met behulp van geluidsgolven.

Ga naar Youtube te gaan om het filmpje over een echografie te bekijken (bron: KWF Kankerbestrijding).

CT-scan

Een CT-scan wordt gebruikt om eventuele uitzaaiingen in de lymfeklieren op te sporen. Een computertomograaf is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht.

PET/CT-scan

Bij het onderzoeken van baarmoerderhalskanker maken wij soms gebruik van de PET/CT-scan, een combinatie van een CT-scan en een PET-scan. De meeste kankercellen hebben een verhoogde stofwisseling, waarbij veel suiker wordt verbruikt. Door aan suikermoleculen een radioactieve stof te koppelen, is het mogelijk om kankercellen via een PET-scan zichtbaar te maken.

MRI-scan

Een MRI-scan kan heel lokaal de tumor in de baarmoederhals afbeelden. De grootte en relatie tot de omgeving kan dan goed beoordeeld worden.

Expertise en ervaring

Door gespecialiseerde gynaecologen worden de patienten met gynaecologische (voorstadia van) kanker begeleid. Er is veel expertise en een intensieve samenwerking met het UMCU.

Meer informatie

Websites

Patiëntenvereniging Stichting Olijf is een netwerk van en voor vrouwen die gynaecologische kanker hebben (gehad). Dit betekent dat vrouwen met kanker aan baarmoeder(hals), eierstokken, vulva of vagina bij deze patiëntenorganisatie terechtkunnen voor contact met medepatiënten. Over het hele land verspreid zijn vrouwen, allen zelf (ex-)patiënten, bereikbaar voor telefonisch contact.

•    kwfkankerbestrijding.nl

Gerelateerde informatie

Code
GYN 56-O