Behandelingen & onderzoeken

Dunnedarmfoto met laxeerdieet

Bij een dunnedarmfoto wordt er een röntgenfoto gemaakt van uw dunne darm. Om ervoor te zorgen dat deze zichtbaar is op de foto’s, vult de arts de dunne darm met contrastvloeistof (witte bariumpap).

Op deze pagina snel naar

Voorbereiding

Graag van tevoren aangeven

  • Bent u zwanger? Breng uw arts dan voor het onderzoek hiervan op de hoogte. Het is beter om uw ongeboren kind niet aan röntgenstraling bloot te stellen.
  • Hebt u al eens een allergische reactie gehad op een röntgencontrastmiddel? Meld dit dan aan de laborant en de radioloog.

Laxeerdieet

Om een goed beeld van uw darmen te kunnen maken, is het erg belangrijk dat de darmen ‘schoon’ zijn. Dat wil zeggen dat alle voedselresten eruit verdwenen moeten zijn. Daarom krijgt u, vanaf de dag vóór het onderzoek, een laxerend dieet. U krijgt bij de poli een recept mee voor een laxeermiddel. Het laxeermiddel wekt diarree op en kan darmkrampen veroorzaken. Het is belangrijk dat u de laxeermiddelen op de juiste wijze inneemt. 

Overleg met uw behandelend arts als u al een dieet volgt of wanneer er andere redenen zijn waarom u zich niet aan de voorbereiding kunt houden.

Heeft u een stoma? Dan kan het zijn dat u geen voorbereiding nodig heeft of dat u een  andere voorbereiding moet volgen. Vraag dit na bij uw behandelend arts.

Hoe moet u het laxeermiddel bereiden?

Op de bijsluiter van het laxeermiddel staat precies beschreven hoe u het middel klaarmaakt. Volg deze instructie.

Gebruikt u medicijnen?

Als u nog andere medicijnen gebruikt, kunt u deze innemen tot één uur voordat u begint met het drinken van het laxeermiddel of minstens één uur nadat u gestopt bent met het innemen van het laxeermiddel. Dit omdat de medicijnen anders niet goed in uw lichaam worden opgenomen.

Innemen laxeermiddel

De avond voor het onderzoek drinkt u twee liter van het voorbereide laxeermiddel. Bereid de tweede liter laxeermiddel pas nadat u de eerste op hebt.
Bijvoorbeeld:

  • 18.00 - 19.00 uur: avondmaaltijd
  • 20.00 - 22.00 uur: inname laxeermiddel 
  • Vanaf 00.00 uur: rustperiode

Drink de vloeistof binnen één tot twee uur op door iedere 10 minuten een glas te nemen.

Extra drinken

Wij raden u aan om vanaf het begin van het laxeerdieet tot één uur voor het onderzoek nog een extra liter heldere vloeistof te drinken. Dat wil zeggen:

  • water;
  • heldere soep;
  • vruchtensap zonder vruchtvlees;
  • frisdranken zonder koolzuur (dus geen prik);
  • thee of koffie zonder melk. 

De dag van het onderzoek

Op de dag van het onderzoek mag u niet meer eten en roken. Wel mag u dus tot één uur voor het onderzoek nog drinken (zie hierboven).

Diabetes

Heeft u diabetes? Overleg dan met uw behandelend arts hoeveel insuline u op de voorbereidingsdag en op de dag van het onderzoek zelf kunt gebruiken.

Meenemen naar het ziekenhuis

  • Uw zorgverzekeringspas. Informeer altijd vooraf bij uw zorgverzekeraar of u voor een (volledige) vergoeding van uw onderzoek in ons ziekenhuis in aanmerking komt.
  • Een verwijzing van uw huisarts of specialist. Zonder een verwijzing wordt uw zorg namelijk niet vergoed. Lees meer over vergoeding van uw zorg.

Wij verzoeken u geen sieraden te dragen tijdens het onderzoek. Het ziekenhuis kan namelijk niet aansprakelijk gesteld worden bij vermissing hiervan.

Verhinderd voor uw afspraak?

Wilt u uw afspraak verzetten of afzeggen? Geef dit dan zo snel mogelijk aan ons door; uiterlijk 24 uur van tevoren. Er kan dan iemand anders in uw plaats worden geholpen. 

Onderzoek

De radiologisch laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de kamer waar het onderzoek plaatsvindt.  

Daar neemt u plaats op de rand van de tafel (of u gaat liggen op de onderzoekstafel). De radioloog brengt een verdovende gelei aan in uw neus. Vervolgens wordt er een dun slangetje (een sonde) via uw neus naar uw maag geschoven. De gelei zorgt ervoor dat de sonde zo soepel mogelijk kan worden doorgeschoven. De arts vraagt u tijdens het inbrengen van de sonde een aantal keren te slikken. De radioloog kan op de monitor zien waar het slangetje zich bevindt en zoek met het uiteinde de dunne darm op. Dit kan soms enige tijd duren. Het uiteinde van het slangetje wordt vastgeplakt aan uw neus en wang. Als het slangetje op zijn plaats zit, voelt u er nauwelijks meer iets van.

Via het slangetje loopt de bariumpap op een gelijkmatige snelheid door de dunne darm. Terwijl de bariumpap in de dunne darm inloopt worden er in verschillende richtingen röntgenfoto’s gemaakt, zodat de radioloog een goed beeld heeft van hoe de darm er van binnen uitziet.

Soms is het nodig om de overgang van de dunne naar de dikke darm in beeld te brengen. In dat geval wordt er via de anus lucht in de dikke darm geblazen. Dit geeft een wat ‘opgeblazen’ gevoel. 

De laborant en arts vertellen u tijdens het onderzoek precies wat er gaat gebeuren.
Als het onderzoek klaar is verwijdert de radioloog het slangetje weer en kunt u naar het toilet gaan.

Duur van het onderzoek

Het onderzoek duurt 45 minuten tot 1 uur.

Nazorg

Eten en drinken

Na het onderzoek mag u gewoon eten en drinken.

Witte ontlasting

Uw ontlasting kan nog enkele dagen na het onderzoek wit van kleur zijn door de bariumpap. Dit is onschuldig en gaat na enkele dagen weer over.

Verstopping

De bariumpap veroorzaakt soms verstopping (obstipatie). Daarom raden wij u aan de eerste dagen na het onderzoek enkele glazen vocht extra te drinken.

De uitslag

U krijgt de uitslag van het onderzoek van uw behandelend arts.

Meer informatie

Vragen?

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen over het onderzoek? Stel ze dan gerust. Wij zijn bereid deze voor, tijdens en na het onderzoek te beantwoorden.
 

Gerelateerde informatie

Code
BT 09-O