Bij een klaplong is er een gaatje ontstaan in een of beide vliezen. Door dit gaatje is lucht tussen de twee vliezen terechtgekomen. Het gevolg hiervan is dat deze long ‘inklapt’ en nog maar gedeeltelijk of zelfs helmaal niet meer mee kan doen met de ademhaling. Een klaplong kan op verschillende manieren behandeld worden, afhankelijk van de grootte van de klaplong.

Hieronder geven we een overzicht van de behandelmogelijkheden en gaan we specifiek in op de thoraxdrainage, een behandeling die veel wordt toegepast bij een grote klaplong.

Op deze pagina snel naar

Voorbereiding

Voorbereiding op uw opname (zonder operatie)

Een goede voorbereiding is voor u en voor ons belangrijk. Op onze webpagina Opname in het ziekenhuis (zonder operatie) leest u hoe u zich op uw opname voorbereidt en krijgt u informatie over de gang van zaken in ons ziekenhuis.

Overgevoeligheid/allergie

Geef het altijd aan ons door als u overgevoelig of allergisch bent voor bepaalde medicijnen of andere stoffen, bijvoorbeeld voor jodium of pleisters. 

Mijn Antonius-account aanmaken

Mijn Antonius is het beveiligde online patiëntportaal van het St. Antonius. Heeft u nog geen account? Dan is het handig als u er een aanmaakt. Op onze webpagina Mijn Antonius leest u hoe u dit eenvoudig doet. 

Mijn Antonius

In Mijn Antonius kunt u zelf 24 uur per dag, 7 dagen per week:
• afspraken maken en wijzigen;
• uw onderzoeksuitslagen bekijken;
• uw persoonsgegevens inzien en wijzigen;
• uw medicatieoverzicht inzien en medicatie of allergie toevoegen of wijzigen;
• herhaalrecepten aanvragen;
• een vraag stellen aan uw zorgverlener;
• een samenvatting van uw bezoek bekijken;
• vragenlijsten invullen ter voorbereiding op uw afspraak/behandeling.

Behandeling

Behandeling kleine klaplong

Een kleine klaplong wordt meestal ‘conservatief’ behandeld. Dat wil zeggen dat de longarts u bedrust voorschrijft. De lucht die tussen de twee vliezen zit (maar daar dus niet hoort te zijn), wordt dan meestal spontaan door het lichaam opgenomen en afgevoerd. Soms schrijft de arts ook zuurstof voor, dit bevordert het uitklappen van de long.

Om te controleren of de long uit zichzelf weer uitklapt, gaat u naar de röntgenafdeling voor longfoto’s of  doorlichting. Als hieruit blijkt dat de long weer uitgeklapt is en op z’n plek ligt, mag u snel weer naar huis. U krijgt dan adviezen en leefregels mee om de genezing te bevorderen en om te voorkomen dat u in de herstelperiode nogmaals een klaplong krijgt (zie nazorg). Toch blijft er altijd een kans dat de long opnieuw inklapt.

Als tijdens de behandeling blijkt dat er meer lucht tussen de vliezen komt in plaats van minder, kan de arts besluiten om een thoraxdrainage te doen.

Behandeling grote klaplong

Thoraxdrainage

Een grote klaplong wordt meestal behandeld met een thoraxdrainage. Dit is het wegzuigen (draineren) van de opgehoopte lucht die tussen de vliezen zit. Het doel hiervan is om het vacuüm tussen de vliezen zo snel mogelijk te herstellen. Hierdoor zal de long zich weer kunnen ontplooien. Dit lukt alleen als het gaatje in het vlies genezen is.

Kijkoperatie

Sommige mensen krijgen meer dan een keer een klaplong (aan dezelfde kant). Als u herhaaldelijk een klaplong heeft, is de behandeling anders. U krijgt dan een kijkoperatie waarbij de long geplakt wordt (thoracoscopie met talkage). Hierbij spuit de longarts via de drain een middel in dat ervoor zorgt dat de longvliezen aan elkaar ‘kleven’. Deze behandeling geeft soms wat pijn of koorts. In dat geval kunt u gerust om een pijnstiller vragen.

Operatie (VATS)

Een enkele keer is een klaplong zo ernstig dat een operatie nodig is om deze te herstellen. Deze ingreep heet VATS (video assisted thoracal surgery) of thoracotomie.

Deze ingrepen zorgen ervoor dat de kans op een nieuwe herhaling sterk vermindert. Mocht dit voor u van toepassing zijn, dan zal de (long)arts dit met u bespreken.

Hieronder vindt u meer informatie over de behandeling van een grote klaplong door thoraxdrainage.

Thoraxdrainage

Een thoraxdrainage vindt plaats op de Spoedeisende Hulp of de longbehandelkamer.

Inbrengen thoraxdrain

  • Bij de behandeling met een thoraxdrain ligt u meestal op uw gezonde zij. Het kan ook zijn dat de arts u vraagt om op uw rug te liggen of rechtop te zitten. Dit is afhankelijk van de plaats (bereikbaarheid) van de klaplong.
  • U krijgt een plaatselijke verdoving in de huid.
  • Vervolgens maakt de longarts een klein sneetje in de huid en brengt daardoor een kunststof slangetje (drain) in, tussen 2 ribben door. Het uiteinde van de drain komt precies tussen de 2 vliezen waar nu lucht zit in plaats van een vacuüm.
Thoraxdrainage bij een klaplong
  • De drain wordt vastgezet met een hechting, zodat hij niet los kan schieten. U voelt hier niets van omdat de huid nog is verdoofd. Het andere uiteinde van de drain wordt met een slang aangesloten op een opvangbak waar de lucht en eventueel wondvocht in komt. Soms is het nodig dat de lucht actief uit de long wordt gezogen, om het vacuüm in de borstholte te herstellen.

Duur van de behandeling

Het inbrengen van de thoraxdrain duurt in totaal ongeveer 20 minuten.

Na de thoraxdrainage

Terug naar de verpleegafdeling

  • Na het inbrengen van de drain gaat u terug naar de afdeling.
  • Gemiddeld blijft de drain tussen de 3 tot 5 dagen zitten.
  • U bent mobiel wanneer u aangesloten bent op een Thopaz zuigpomp. Wanneer u een Sentinel Seal zuigpomp heeft die op een zuigstand is ingesteld, dan zult u dicht bij uw bed moeten blijven omdat deze zuigpomp aangesloten is aan de muur
  • U kunt zich niet douchen gedurende de tijd dat u een drain heeft.
  • De arts bepaalt of er ter controle rontgenfoto's gemaakt moeten worden.

Afbouwen van de drainage

  • Als blijkt dat het vacuüm in de borstholte hersteld is, wordt de thoraxdrainage afgebouwd.
  • De eerste stap bij het afbouwen is dat de drainage op waterslot gaat. Dit betekent dat de lucht dan alleen nog vanzelf wegstroomt (en dus niets wegzuigt).
  • Als vervolgens op de longfoto blijkt dat de long weer helemaal uitgeklapt is, wordt de drain afgeklemd. Als u een Sentinel Seal zuigpomp heeft gebeurt dit met 2 metalen klemmen. Die zien eruit als een soort schaar (ze knippen echter niet, maar klemmen alleen). Door de drain af te klemmen kan er geen lucht meer doorheen. Hiermee creëer je als het ware een gezonde long: een situatie zonder de aanwezigheid van een drain. Wanneer u bent aangesloten op een Thopazpomp, dan wordt het proces afgelezen op de pomp, een rontgenfoto is dan in principe niet nodig, en afklemmen ook niet.
  • Een paar uur na het afklemmen van de drain volgt weer een longfoto of doorlichting. Als blijkt dat de long nog steeds goed uitgeklapt is, dan mag de drain eruit.

De longarts bepaalt hoe snel en in welke volgorde de drainage wordt afgebouwd en hoe vaak longfoto’s in uw geval nodig zijn.

Verwijderen van de drain

Het verwijderen van de thoraxdrain gebeurt door de longverpleegkundige van de longbehandelkamer. Het is een kleine ingreep en is over het algemeen pijnloos. Het gaatje waar de drain heeft gezeten, wordt meestal dichtgemaakt met steriele vaseline. Soms wordt ook een hechting gebruikt. Hierna verbindt de verpleegkundige de wond met steriele gazen.

Wanneer naar huis?

Vaak wordt de dag na het verwijderen van de drain nog een controlefoto gemaakt en mag  u - indien de foto niet opnieuw een klaplong laat zien - naar huis.

Complicaties bij een drain

Pijn

Bij een thoraxdrainage krijgt u standaard pijnstilling volgens een bepaald schema. Hier zijn verschillende redenen voor:

  • Veel mensen vinden het inbrengen van de thoraxdrain en het bewegen met een drain pijnlijk. De pijnstillers maken de pijn draaglijk; vraagt u er dus gerust om.
  • Diep ademhalen en hoesten kan pijnlijk zijn bij een klaplong. Toch is het juist nu belangrijk dat u goed blijft doorademen en dat u slijm kunt ophoesten. Zo hebben bacteriën minder kans om bijvoorbeeld een longontsteking te veroorzaken. Als het ophoesten of doorademen ondanks de pijnstilling moeilijk is, vertel het dan aan de verpleegkundige.
  • U kunt pijn krijgen in de arm of schouder aan de zijde waar de thoraxdrain is ingebracht. Door de pijn zult u de neiging hebben om uw arm of schouder te ontzien. Doe dit niet, want daardoor wordt het alleen maar nog pijnlijker en stijver.
  • Het is belangrijk om u aan het pijnstillingsschema te houden, ook al hebt u (nog) niet veel pijn. Zo bouwt u namelijk een bepaald niveau aan pijnstillers op in het bloed en werkt de pijnstilling beter.
  • De fysiotherapeut komt standaard bij u langs om u te helpen pijnklachten te voorkomen of te verminderen. Hij/zij geeft dan bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen en adviezen voor het doorbewegen van de arm en schouder.

Obstipatie

Doordat u weinig kunt bewegen, bestaat de kans op obstipatie (verstopping). Dit kan ervoor
zorgen dat u erg moet persen om ontlasting te krijgen. Bij persen komt er meer druk op de borstholte en dat moet voor het herstel van de klaplong juist voorkomen worden. Als u last krijgt van obstipatie, krijgt u daarom een mild laxeermiddel. Dat kan in de vorm van een  kauwtablet, poeder of siroop.

Trombose

Doordat u minder beweegt dan anders, hebt u een licht verhoogd risico op trombose (een stolseltje/bloedpropje dat een bloedvat kan verstoppen). Daarom krijgt u standaard elke avond een injectie met fraxiparine®. Dit geneesmiddel maakt het bloed iets dunner, waardoor de kans kleiner is dat er zo'n stolseltje ontstaat.

Nazorg

Douchen

  • Als de opening waar de drainage is ingebracht met een hechting is gesloten, mag u na het verwijderen van de drain na 24 uur douchen.
  • Wanneer er geen hechting is gebruikt bij het verwijderen van de drain, dan mag u na 24 uur weer douchen.

Hechting

Als bij het sluiten van de insteekopening van de drain een hechting is gebruikt, moet deze na 5 tot 7 dagen verwijderd worden. Het verwijderen van deze hechting kan bij de huisarts.

Leefregels

Om het herstel te bevorderen en het risico op een nieuwe klaplong te verminderen,  adviseren wij u om u te houden aan onderstaande leefregels:

  • Neem voldoende rust.
  • Ga niet sporten (gedurende 2 maanden).
  • Ga niet vliegen of snorkelen (gedurende 3 maanden).
  • Vermijd activiteiten die de druk in uw borstkas verhogen:
    • niet bovenhands werken of reiken;
    • geen zwaar huishoudelijk werk doen (gedurende twee maanden);
    • niet zwaar tillen (gedurende 6 weken);
    • niet persen bij bukken of op het toilet.
  • Voer activiteiten als lopen en fietsen geleidelijk op.

Werk/school

Als u zittend werk doet of op school zit, is het niet bezwaarlijk dat u hier snel weer mee begint. U kunt met uw longarts overleggen of uw aandoening of behandeling consequenties heeft voor het uitoefenen van uw beroep.

Roken/duiken

Als u een klaplong heeft gehad, krijgt u het dringende advies om niet (meer) te roken. Ook mag u na een klaplong nooit meer duiken met perslucht.

Nieuwe afspraak

Voordat u naar huis gaat, maken wij een nieuwe poli-afspraak met u.  Meestal is dit 6 tot 8 weken na de opname. Als uw arts het nodig vindt kan dit ook eerder zijn.

Contact opnemen

Heeft u na ontslag dringende vragen? Neem dan gerust contact met ons op.

Tot 24 uur na ontslag

  • Tijdens kantooruren met de poli Longgeneeskunde, T 088 320 14 00.
  • Buiten kantooruren met de Spoedeisende Hulp, T 088 320 33 00.

Na 24 uur na ontslag

  • Tijdens kantooruren met de poli Longgeneeskunde, T 088 320 14 00.
  • Buiten kantooruren met de huisartsenpost in uw regio.

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Longcentrum heeft veel ervaring met onderzoek en behandeling van longziekten. Patiënten met klachten en aandoeningen aan het ademhalingssysteem (luchtwegen en longen) kunnen bij ons terecht. Gespecialiseerde longartsen en longverpleegkundigen behandelen uiteenlopende aandoeningen zoals longfibrose, sarcoïdose, longontsteking, astma, apneu, longkanker, COPD, etc. Jaarlijks vinden er circa 400 longoperaties en 2000 slaapstudies plaats.

Binnen het Longcentrum zijn er expertisecentra voor diverse zeldzame aandoeningen, zoals het ILD Expertisecentrum en het ROW Expertisecentrum.

Veilige zorg in het ziekenhuis

In het St. Antonius Ziekenhuis staat veiligheid voorop. Onze medewerkers doen er alles aan om uw bezoek aan het ziekenhuis zo goed mogelijk te laten verlopen. Help ons s.v.p. om goed voor u te zorgen door ons te vertellen:  

• welke medicijnen u gebruikt;
• of u allergieën heeft;
• of u (mogelijk) zwanger bent;
• als u iets niet begrijpt;
• wat u belangrijk vindt;
• als u iets ziet wat niet schoon is.
 
Op de website van de Nederlandse Patiëntenfederatie leest u meer tips over hoe u zelf kunt bijdragen aan veilige zorg.

Toon meer over bijdragen aan veilige zorg

Gerelateerde informatie

Code
LON 45-B