Nieuws
25 juni 2016

Medicijn met ‘ingebouwd controlelampje’ in aantocht

Onderzoek naar gerichter toedienen van sarcoïdose-medicijn

Sommige medicijnen slaan bij de ene patiënt wel aan, bij de andere niet. Helaas kan het bij sommige geneesmiddelen maanden duren voordat duidelijk is of ze werken. Zo niet, dan is voor de patiënt kostbare tijd verloren gegaan. Zou het niet fantastisch zijn als een medicijn een 'ingebouwd controlelampje’ heeft, zodat een arts snel kan vaststellen of het al dan niet zinvol is aan de medicatie te beginnen? Als het aan ziekenhuisapotheker Roeland Vis van het St. Antonius ligt, komt zo’n medicijn beschikbaar voor patiënten met de auto-immuunziekte sarcoïdose.

Bij sarcoïdose onstaan door onbekende oorzaak ontstekingen, onder andere in de longen. Roeland Vis en zijn collega-onderzoekers gaven een groep sarcoïdosepatiënten een medicijn met daaraan gekoppeld een onschuldige radioactieve stof. Door vervolgens een longfoto te maken, konden ze vaststellen bij welke patiënten de radioactiviteit zich ophoopte in de lymfeklieren en het aangedane longweefsel. De ophoping maakt duidelijk of er in het lichaam een biologisch aangrijpingspunt voor het medicijn aanwezig is.

Het medicijn in kwestie is een speciale ontstekingsremmer, infliximab. Het wordt voorgeschreven aan patiënten die geen baat hebben bij breed werkende ontstekingsremmers. Vis: "Behalve dat het een erg duur medicijn is, een jaardosis kost al gauw tienduizenden euro’s, is het ook niet zonder risico. Het dempt namelijk het immuunsysteem, waardoor infectieziekten een kans krijgen. Blijkt het middel niet te werken, dan wil je dat weten, zodat je er direct mee kunt stoppen."

Onderzoeksfase
Het betreffende medicijn met ‘controlelampje’ zit nog in de onderzoeksfase. "De eerste test is uitgevoerd bij een relatief kleine groep patiënten die bovendien nog vroeg in het behandeltraject zat", licht Vis de resultaten toe. "We zullen de studie nu moeten herhalen bij patiënten met een moeilijk behandelbare vorm van sarcoïdose die voor infliximab-therapie in aanmerking komen. Dan moet duidelijk worden of het (licht) radioactieve medicijn de effectiviteit van de therapie kan voorspellen. Als de resultaten positief zijn, dan kunnen we dit dure geneesmiddel in de toekomst gerichter, veiliger en efficiënter inzetten."

De onderzoekers publiceerden onlangs over hun bevindingen in het tijdschrift European Respiratory Journal.