Nieuws
27 juli 2021

St. Antonius Hartcentrum repareert hartklep in kloppend hart

harpoon

In het Hartcentrum van het St. Antonius Ziekenhuis is deze maand voor het eerst in Nederland een lekkende hartklep op het kloppende hart gerepareerd met de nieuwe zogeheten 'HARPOON' techniek. Bij deze 2 uur durende procedure worden patiënten niet op de hartlongmachine aangesloten. De ingreep wordt uitgevoerd via een kleine opening tussen de ribben door een opening links op de borstkas. Patiënten herstellen daardoor sneller van de ingreep.

De HARPOON-techniek bestaat uit een soort pistool met daaraan een lange buis die via een kleine opening tussen de ribben naar de lekkende klep in het hart gaat. Met een slokdarmecho wordt de klep in beeld gebracht. Vervolgens worden er 'zelfknopende' hechtingsdraden in de randen van de klep geschoten. De draden worden nauwkeurig op lengte gemaakt en corrigeren daarmee het doorslaan van de klep bij het samentrekken van de linkerhartkamer.

Veelvoorkomende hartaandoening

Een lekkende mitralisklep is een van de meest voorkomende hartdefecten. Hierdoor pompt het hart niet al het zuurstofrijke bloed vanuit de linkerkamer via de aorta het lichaam in, maar vloeit een deel terug naar de linkerboezem. Patiënten kunnen last krijgen van benauwdheid, vermoeidheid en de aandoening kan het hart zelf beschadigen.

Herstel of vervanging van hartkleppen gebeurde oorspronkelijk in een openhartoperatie, waarbij het borstbeen werd geopend en een hartlongmachine de functie van het hart tijdelijk overnam. Al enkele jaren verrichten de chirurgen in het St. Antonius Ziekenhuis dergelijke ingrepen zonder de borstkas te openen, maar door enkele beperkte openingen tussen de ribben te maken. Het gebruik van een hartlongmachine en het stilleggen van het hart bleef echter nodig.

Patiënt herstelt veel sneller

De nieuwe werkwijze vermindert de belasting voor de patiënt sterk. Volgens cardiothoracaal chirurg Patrick Klein, die de eerste ingreep samen met collega Thom de Kroon en imaging cardioloog Martin Swaans uitvoerde, hoeven patiënten op termijn nog maar een dag of vier in het ziekenhuis te blijven, waar dat voorheen vaak een week was.

Het herstel thuis is met de nieuwe techniek een kwestie van weken, terwijl daar voorheen al gauw drie tot vier maanden mee gemoeid was. Ook vermindert deze methode de kans op bijwerkingen en complicaties doordat de patiënt niet aan de hartlongmachine hoeft.

Wereldwijd hebben nog maar 70 patiënten de ingreep ondergaan. Klein: “Er is uitgebreid studie gedaan naar deze innovatieve hartingreep en ik zie veel voordelen voor de patiënt. Het grootste voordeel is, dat de patiënt niet aangesloten hoeft te worden aan een hartlongmachine die de bloedsomloop en longfunctie van de patiënt overneemt tijdens de operatie. Het hart blijft op eigen kracht kloppen, terwijl we de klep repareren. Daardoor is de impact van de ingreep op de patiënt veel minder groot en herstelt hij sneller. Doordat de ingreep onder echogeleide plaatsvindt, is het bovendien enorm nauwkeurig.” 

Innovatie

Dit jaar hoopt Klein nog 7 andere patiënten met een lekkende mitralisklep te opereren met de nieuwe techniek. Het St. Antonius Hartcentrum is met zo’n 2.000 hartoperaties en 350 ingrepen aan de mitralisklep het grootste van Nederland. Circa zestig patiënten zouden volgens Klein baat hebben bij de nieuwe techniek. Het aantal ingrepen is nu nog klein omdat de techniek nog niet in aanmerking komt voor vergoeding door zorgverzekeraars.

Het ziekenhuis heeft nu voor een beperkt aantal operaties geld beschikbaar gesteld als onderdeel van een innovatieprogramma. Klein: “Ik hoop dat door de goede resultaten die we hier en in de rest van de wereld gaan laten zien, er in de komende jaren meer geld beschikbaar komt om meer patiënten met deze nieuwe ingreep te helpen.”

Eep van Ravenswaaij (75) uit Bunschoten-Spakenburg onderging de eerste Harpoon-operatie en is daarover zeer enthousiast. “Na drie dagen kon ik mijn eigen schoenveters al weer strikken.” Van Ravenswaaij was direct positief toen Patrick hem vroeg of hij ervoor voelde aan het onderzoek mee te doen. “Ik vond het direct prima. Ik heb zo veel vertrouwen in die man. En ik wilde er ook graag aan meedoen om het voor anderen straks ook mogelijk te maken.’’

Ruim tweeënhalve week na de ingreep voelt Van Ravenswaaij zich alweer uitstekend. “De eerste dagen na de operatie kon ik in de badkamer nog niet goed zelfstandig staan, maar nu haal ik weer zelf de krant uit de brievenbus.”