Hart- en vaatonderzoek

Onderzoek naar verkleinen van kans op beroerte bij TAVI

Centrale vraag

In dit onderzoek kijken we of het continueren van OAC (sterke bloedverdunners) tijdens TAVI het risico op beroerte verkleint zonder toename in bloeding.

Transcathether aortic valve implantation (TAVI) is een relatief nieuwe en snel groeiende behandeling voor patiënten met een aortaklepvernauwing (300.000 procedures in 2018, jaarlijkse groei van 16%). Hierbij wordt er via de lies een aortaklep ingebracht zonder dat er een open hartoperatie nodig is. Initieel werd TAVI alleen bij patiënten bij wie het operatierisico te groot was uitgevoerd, maar nu blijkt het voor steeds meer patiënten een goed alternatief.

Onderzoeksteam

 

Drs. Jorn Brouwer

Jur ten Berg

Dr. Jur ten Berg

Ontvangen bijdrage van het Onderzoeksfonds:  € 78.333

Startdatum onderzoek:  Januari 2020
Looptijd: 2,5 jaar 

Ja, ik wil graag doneren!

Meer over dit onderzoek

De belangrijkste complicatie bij TAVI is het optreden van een beroerte, ook wel cerebrovasculair accident (CVA). Na 30 dagen treedt dit op bij 3-7%, waarbij het in het merendeel gaat om invaliderende CVA’s. Tot 50% van de patiënten die TAVI ondergaan hebben tevens de hartritmestoornis atriumfibrilleren waarvoor sterke bloedverdunners genaamd orale anticoagulantia (OAC) nodig zijn. Sommige operateurs willen deze graag staken rondom de operatie om nabloedingen te voorkomen. Recent observationeel onderzoek wekt de suggestie dat tijdens TAVI doorgebruiken van OAC het risico op CVA verlaagt. Tegelijkertijd werden geen verschillen in bloeding en overlijden na 30 dagen gezien.

Toon meer