Bij een PET/CT-scan worden eventuele ontstekingen of kanker in beeld gebracht. Uw organen en weefsels worden op twee manieren in beeld gebracht:
  • PET-scan: hierbij wordt een radioactieve stof in een bloedvat in uw arm gespoten. Deze stof gaat naar de eventuele zieke organen en weefsels toe. De straling die deze stof uitzendt, wordt door de scanner opgevangen en in beelden omgezet.
  • CT-scan: hierbij brengen we met röntgenstralen de grootte, ligging en vorm van uw organen en weefsels in beeld.

Op deze pagina snel naar

Meer over PET/CT-scan

Als uw specialist het nodig vindt, krijgt u ook een CT-scan met contrastvloeistof. Deze twee soorten scans worden achter elkaar met hetzelfde apparaat gedaan.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek zijn speciale voorbereidingen nodig. Deze voorbereidingen zijn erg belangrijk voor de kwaliteit van de scan. Daarom wordt u de (werk)dag voor het onderzoek tussen 15.00 en 17.00 uur gebeld om deze nog een keer door te spreken en eventuele vragen te beantwoorden.

Het soort voorbereiding is afhankelijk van de aanvraag. U hoeft alleen de voorbereiding te volgen die bij het maken van de afspraak aan u is doorgegeven. De verschillende voorbereidingen zijn:

Voorbereiding 'Nuchter'

  • De dag vóór het onderzoek drinkt u minstens 1 liter water.
  • De laatste 6 uur voor het onderzoek moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u vanaf dat moment niets meer mag eten en alleen water mag drinken. 
  • De laatste 6 uur voor het onderzoek mag u zich niet lichamelijk inspannen. U mag bijvoorbeeld niet sporten, tuinieren of fietsen.
  • Tijdens de laatste 2 uur voor het onderzoek drinkt u nog een halve liter water. Dit kunt u thuis doen of onderweg naar het ziekenhuis.

Voorbereiding 'Dieet en nuchter'

  • De dag vóór het onderzoek drinkt u minstens 1 liter water.
  • De dag vóór het onderzoek volgt u een dieet. Bij dit dieet mag u helemaal geen koolhydraten eten. Alle informatie over dit dieet vindt u in deze bijlage.
  • De laatste 6 uur voor het onderzoek moet u nuchter zijn. Dat betekent dat u vanaf dat moment niets meer mag eten en alleen water mag drinken.
  • De laatste 6 uur voor het onderzoek mag u zich niet lichamelijk inspannen . U mag bijvoorbeeld niet sporten, tuinieren of fietsen.
  • Tijdens de laatste 2 uur voor het onderzoek drinkt u nog een halve liter water. Dit kunt u thuis doen of onderweg naar het ziekenhuis.

Pijnstillers en ontstekingsremmers

Het kan zijn dat uw specialist naast de gewone PET/CT-scan ook een CT-scan met contrast heeft aangevraagd. In dat geval heeft u nog een extra voorbereiding.

Als u bepaalde pijnstillers en/of ontstekingsremmers gebruikt mag u deze de laatste 12 uur vóór en de eerste 6 uur ná de CT-scan met contrastvloeistof niet gebruiken. Het gaat hier om zogenaamde NSAID’s; bekende voorbeelden zijn ibuprofen en voltaren. Als u een dergelijk medicijn gebruikt, overleg dan met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Bloedsuiker

De kwaliteit van het onderzoek is afhankelijk van het bloedsuikergehalte. Bij een te hoge bloedsuiker (hoger dan 10) kan het nodig zijn het onderzoek uit te stellen. Voor de meeste mensen is 6 uur nuchter blijven voldoende om de bloedsuiker laag genoeg te krijgen. Voor sommige mensen zijn wel extra maatregelen nodig:

  • Als u prednison gebruikt of diabetes (suikerziekte) hebt, zal u gevraagd worden de nuchtere bloedsuiker te laten meten. Dit kan bij de huisarts. 'Nuchter' betekent dat u voor het meten van de bloedsuiker niets mag eten en alleen water mag drinken. Geef de gemeten waarde uiterlijk de dag vóór het onderzoek door.
  • Als u diabetes (suikerziekte) hebt, moet u de insuline als volgt stoppen:
    • Binnen 4 uur vóór het onderzoek geen super kortwerkende insuline gebruiken. 
    • Binnen 6 uur vóór het onderzoek geen kortwerkende insuline gebruiken.
    • Binnen 24 uur vóór het onderzoek geen middellang- of langwerkende insuline gebruiken.
    • Een insulinepomp, bijvoorbeeld bij diabetes type I, kan doorlopen op nachtdosering tot na het onderzoek.
    • Als u diabetes (suikerziekte) hebt, moet u de metformine doorgebruiken om de bloedsuiker goed te houden.

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger? Neem dan ruim voordat het onderzoek plaatsvindt contact met ons op. Als u borstvoeding geeft, dan moet u hier na het onderzoek 24 uur mee stoppen. U kunt wel kolven; de afgekolfde melk kunt u na 24 uur weer gebruiken.

Spanning

Bent u gespannen of heeft u last van claustrofobie, dan kunt u voor het onderzoek een tablet valium krijgen. Dit zorgt ervoor dat u ontspant. Houd er wel rekening mee dat u door de valium niet meer actief aan het verkeer kunt deelnemen. Als u met de auto komt, zorg dan dat er iemand is die u na het onderzoek naar huis kan brengen.

Heeft u zoveel last van claustrofobie dat u twijfelt of het onderzoek wel gaat lukken, dan kunt u contact opnemen met de afdeling Nucleaire Geneeskunde. We kunnen dan bespreken hoe we het onderzoek toch mogelijk kunnen maken.

Kleding en sieraden

Houd op de dag van het onderzoek qua kleding rekening met het volgende:

  • Kleed u warm aan. Het is belangrijk dat u het niet koud heeft als u aan het onderzoek begint.
  • Draag kleding met zo min mogelijk metalen onderdelen, zoals ritssluitingen of metalen knopen.
  • Draag geen beha.
  • Draag geen sieraden.
  • Neem zo min mogelijk waardevolle spullen mee.

Onderzoek

Een PET/CT-scan wordt gedaan om te zoeken naar cellen zijn die actiever zijn dan normaal. Dit kan veroorzaakt worden door kanker maar ook door een ontsteking, bijvoorbeeld bij de ziekte sarcoïdose. De scan kan laten zien of deze cellen er zijn, waar ze zijn, hoe uitgebreid het is en of een behandeling effect heeft.

Het onderzoek gaat als volgt:

  • Op de afgesproken tijd gaat u naar de afdeling Nucleaire Geneeskunde en meldt u zich bij de balie. Als u een schriftelijke afspraakbevestiging hebt, neem deze dan mee. Als u deze niet hebt, krijgt u bij de balie een sticker met uw gegevens. De laborant heeft deze nog nodig dus houd deze bij de hand.
  • Als u aan de beurt bent, haalt de laborant u op. Hij/zij vraagt u naar het toilet te gaan om te plassen. Ook vraagt de laborant u om even op de weegschaal te staan om het gewicht te controleren. Daarna gaat u naar een kamer waar u in een gemakkelijke stoel gaat zitten. U houdt uw kleding bij dit deel gewoon aan.
  • Als eerste prikt de laborant in uw vinger om de bloedsuiker te bepalen. Als dit goed is, brengt de laborant een infuus in uw arm. Dit is een dun plastic slangetje dat in een bloedvat geschoven wordt. Via het infuus kunnen medicijnen worden toegediend:
    • Een plasmiddel: een medicijn waardoor uw nieren de stof sneller verwerken.
    • Heparine: een antistollingsmiddel dat bij sommige indicaties nodig is om de kwaliteit van de scan te verbeteren. Dit moet een kwartier inwerken. Als dit bij u nodig is wordt de meldtijd daarop aangepast.
  • Daarna spuit de laborant via het infuus een radioactieve stof in. Dit doet geen pijn en de stof heeft geen bijwerkingen. De radioactieve stof moet ongeveer een uur inwerken. Tijdens dit uur is het belangrijk dat u zo min mogelijk de spieren gebruikt. Het is dus de bedoeling dat u heel rustig in de stoel  zit. U mag tijdens dit uur in principe niets doen. Naar muziek luisteren op uw telefoon mag,maar overleg hierover eerst met de laborant. Toiletbezoek is mogelijk, maar alleen als u het anders niet volhoudt. 
  • Als het uur voorbij is, vraagt de laborant u om goed uit te plassen. Het is erg belangrijk dat uw blaas goed leeg is. Urine is namelijk ook zichtbaar op de scan. Daarom is het ook belangrijk dat u geen urine op uw huid of ondergoed morst en dat u uw handen goed wast. Mannen raden we aan zittend te plassen.
  • Daarna brengt de laborant u naar de ruimte waar de PET/CT-scan gemaakt wordt. De PET/CT-scanner bestaat uit twee delen met daartussen een opening. Bij elkaar is het apparaat ongeveer 1,5 meter lang. De laborant vraagt u nu alle metalen voorwerpen, zoals sieraden of een mobiele telefoon weg te leggen. Uw eigendommen blijven bij u in dezelfde ruimte. Bij een broek met een metalen knoop of rits is het meestal voldoende om deze tot de knieën te laten zakken.
  • U gaat op uw rug op de onderzoekstafel liggen. Uw hoofd komt in een hoofdsteun. Als het enigszins mogelijk is, doet u uw armen boven het hoofd. De hoofdsteun biedt ook ondersteuning aan de armen. De armen boven het hoofd houden geeft een betere kwaliteit scan. Dan verlaat de laborant de kamer. U kunt via een intercom wel met hem/haar praten.
  • Vervolgens wordt de PET/CT-scan gestart. Het is belangrijk dat u tijdens het hele onderzoek zo stil mogelijk blijft liggen. Tijdens het onderzoek schuift de tafel waarop u ligt eerst een paar keer heen en terug door de scanner. Daarna wordt uw lichaam in kleine stappen gescand. De tafel schuift daarvoor telkens een stukje op, waarna deze 2,5 of 3 minuten stilstaat terwijl de opnames gemaakt worden.

De hele scan duurt ongeveer een half uur.

CT-scan met contrastmiddel

Het kan zijn dat uw specialist naast de gewone PET/CT-scan ook een CT-scan met contrast heeft aangevraagd. Als dat bij u zo is, wordt deze direct na de PET/CT-scan gemaakt met hetzelfde apparaat. U blijft dus nog even op dezelfde tafel liggen. De CT-scan met contrast gaat als volgt:

De laborant sluit een slangetje aan op het infuus dat aan het begin van het onderzoek geplaatst is.

  • Via dit slangetje wordt contrastmiddel toegediend. Dit zorgt ervoor dat de organen in uw borst en buik beter zichtbaar worden. Tijdens het toedienen van het contrastmiddel krijgen veel mensen het warm of krijgen ze een rare smaak in de mond. Dit gevoel verdwijnt binnen enkele minuten weer.
  • Deze scan moet tijdens een in- of uitademing gemaakt worden. Via de intercom vertelt de laborant u wanneer u moet in- of uitademen.
  • Alles bij elkaar duurt dit onderdeel ongeveer 10 minuten.

Totale tijd

De duur vanaf het moment dat u opgehaald wordt uit de wachtkamer totdat u weer terugkomt in de wachtkamer bedraagt ongeveer 2 uur. In die tijd kan een eventuele begeleider helaas niet bij u blijven.

Uitslag

De uitslag is binnen enkele werkdagen na het onderzoek bekend bij uw specialist.

Nazorg

Contact met anderen

De hoeveelheid gebruikte straling is klein en verdwijnt snel. Na het onderzoek kunt u normaal omgaan met volwassenen. Kinderen onder de 3 jaar zijn extra gevoelig voor straling. In de 24 uur nadat de radioactieve stof is toegediend, is het daarom beter niet te lang heel dicht bij een jong kind te zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat u hem/haar niet langer dan een half uur op schoot houdt. Verder kunt u kinderen gewoon verzorgen.

Het is ook aan te raden de eerste 24 uur wat afstand te houden van zwangere vrouwen.

Vervoer naar huis

Als u een tablet valium heeft gehad, mag u niet meer actief aan het verkeer deelnemen. U kunt dus niet zelf naar huis rijden of fietsen. Zorg dan dat iemand u naar huis brengt of dat u met het openbaar vervoer gaat.

Heeft u geen valium gehad, dan kunt u normaal aan het verkeer deelnemen.

Na een CT-scan met contrastvloeistof

Wij raden u aan om na het onderzoek de rest van de dag en de volgende dag veel te drinken. Hierdoor raakt u de contrastvloeistof snel weer kwijt via uw urine.

Als u bepaalde pijnstillers en/of ontstekingsremmers gebruikt, mag u deze de eerste 6 uur na de CT-scan met contrastvloeistof niet gebruiken. Het gaat hier om zogenaamde NSAID’s; bekende voorbeelden hiervan zijn ibuprofen en voltaren. Als u zo’n medicijn gebruikt, overleg dan met de afdeling Nucleaire Geneeskunde.

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein was in 2002 het eerste niet-academische ziekenhuis in Nederland dat een PET-scanner aanschafte. Deze is inmiddels vervangen door een PET/CT-scanner. Kort na de opening van ons ziekenhuis in Utrecht is ook daar een PET/CT-scanner aangeschaft.

Volgens Europese richtlijnen
Tussen ziekenhuizen kunnen verschillen in de werkwijze zijn. Om de kwaliteit van de scans te garanderen en het mogelijk te maken scans uit verschillende ziekenhuizen te vergelijken, heeft de Europese beroepsvereniging voor nucleaire geneeskunde (European Association of Nuclear Medicine) richtlijnen opgesteld.

Het St. Antonius Ziekenhuis werkt volgens deze richtlijnen. Hierdoor zijn de scans van goede kwaliteit en is het mogelijk ze te vergelijken met beelden uit andere ziekenhuizen of met wetenschappelijke onderzoeken. Voor wetenschappelijke onderzoeken is het namelijk steeds vaker een vereiste dat PET-scans volgens deze richtlijnen (bekend als EARL-richtlijnen) gemaakt worden.

Hoe werkt een PET/CT-scan?

Een PET/CT-scan bestaat uit twee delen: een PET- en een CT-scan.

Bij de PET-scan wordt gekeken naar de hoeveelheid suiker die de cellen in het lichaam gebruiken. Cellen gebruiken suiker als energiebron om te kunnen functioneren. Ontstekingscellen en kankercellen gebruiken meer suiker dan normaal. De stof die bij een PET-scan ingespoten wordt, is suiker (glucose) gekoppeld aan een radioactieve stof (Fluor-18). In een uur tijd wordt dit opgenomen in het lichaam; vooral de zieke cellen nemen veel van deze stof op.

Dit verschil tussen zieke en gezonde cellen wordt vergroot door de gezonde cellen (denk daarbij vooral aan de spiercellen) zo rustig mogelijk te houden. Wanneer gezonde cellen niet actief zijn nemen ze veel minder suiker op. 

De PET-scanner brengt de verdeling van de suiker in beeld door de straling van de gekoppelde radioactieve stof op te vangen. Omdat er niet veel straling gebruikt wordt, heeft de scanner enige tijd nodig om voldoende straling op te vangen. Uiteindelijk wordt een driedimensionaal beeld van het lichaam gevormd.

Bij de CT-scan wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling om in beeld te brengen welke weefsels of organen waar zitten. Ook hierbij wordt een driedimensionaal beeld van het lichaam gemaakt. Omdat dit met hetzelfde apparaat gebeurt kunnen de PET-scan en de CT-scan over elkaar heen gelegd worden. Hierdoor is het mogelijk in één driedimensionale afbeelding zowel te zien welke cellen ziek zijn en in welk weefsel of orgaan deze cellen zitten. De CT-scan wordt ook gebruikt door de computer om de kwaliteit van de PET-scan te verbeteren.

Toon meer

Waarvoor dient het koolhydraatvrije dieet?

Bij een PET/CT-scan gekeken naar de hoeveelheid suiker die de cellen in het lichaam gebruiken. Dit wordt zichtbaar gemaakt door radioactieve suiker in te spuiten. Daarmee kan de scanner in beeld brengen welke cellen veel suiker opnemen.

Zieke cellen nemen meer suiker op dan normaal. Gezonde cellen in rust nemen veel minder suiker op. Gezonde cellen (bijvoorbeeld spiercellen) die actief zijn, hebben wel meer suiker nodig. Om opname in gezonde cellen te voorkomen, is het belangrijk in de inwerkperiode de spieren zo min mogelijk te gebruiken. 

Het hart is echter ook een spier en vanzelfsprekend is het niet mogelijk het hart niet te gebruiken. Het hart neemt dus ook veel van de radioactieve stof op. Meestal is dat niet hinderlijk, maar bij aanvragen waarbij bijvoorbeeld gedacht wordt aan een ontsteking in of vlak bij het hart wel. In dat geval wordt het koolhydraatvrije dieet gebruikt.

Door dit dieet krijgt het lichaam even geen koolhydraten binnen. Koolhydraten worden omgezet in suikers die als brandstof voor de cellen dienen. Als daar een tekort aan dreigt te ontstaan, schakelen de organen over op vetverbranding om aan hun energie te komen. Bij het hart gebeurt dat al als er 24 uur geen koolhydraten binnenkomen. Na een koolhydraatvrij dieet neemt het hart dus weinig of geen suikers meer op en is het veel minder zichtbaar op de PET/CT-scan. Eventuele ontstekingscellen zijn echter nog niet overgeschakeld op vetverbranding en zijn daardoor nog steeds goed zichtbaar.

Bij dit dieet wordt vaak ook het medicijn heparine gegeven. Dit is een bloedverdunner die als bijwerking heeft dat het effect van het dieet versterkt wordt.

Toon meer

Meer informatie

  • Bekijk op de website van het tv-programma Het Klokhuis de aflevering over de PET-scan.
    • Als u het koolhydraatvrije dieet moet volgen, kunt u op de website van Mijn Voedingscentrum controleren of u een bepaald product kunt eten. Als in het product 0,0 gram koolhydraten zit, kunt u het gebruiken.

    Gerelateerde informatie

    Code
    NG 49-O