Behandelingen & onderzoeken

Pre- en posthydratie

Bij sommige röntgenonderzoeken of behandelingen wordt een contrastmiddel gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan een CT- scan, angiografie, dotterbehandeling of stentplaatsing.

Als u een onderzoek met contrastmiddel moet ondergaan, heeft u al patiënteninformatie ontvangen over het onderzoek of de behandeling zelf. Op deze pagina geven we extra informatie over de voorbereiding.

Op deze pagina snel naar

Meer over pre- en posthydratie

Omdat is vastgesteld dat u een verminderde nierfunctie heeft, worden extra voorzorgsmaatregelen getroffen. Om uw nieren te beschermen tegen het contrastmiddel worden uw nieren gespoeld met een zoutoplossing. Dit spoelen wordt ook wel pre- en posthydratie genoemd. Hiervoor wordt u in het ziekenhuis opgenomen.

Van de afdeling Voorbereiding Opname hoort u op welke afdeling van het St. Antonius Ziekenhuis u wordt opgenomen en hoe laat u zich op die afdeling kunt melden.

Voorbereiding

Ontstekingsremmende pijnstillers

Ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID) kunnen in combinatie met jodiumhoudend contrast nierschade veroorzaken. Daarom mag u deze medicijnen vanaf 12 uur voor het onderzoek met contrast tot en met 6 uur na afloop van het onderzoek niet innemen.

Voorbeelden van ontstekingsremmende pijnstillers zijn: Arthrotec®, Advil®, Aleve®, brufen®, ibuprofen, diclofenac, naproxen, Otriflu®, Saridon®, Voltaren®.

Pijnstillers zoals paracetamol, Ascal®, aspirine of sterkere middelen zoals OxyNorm®, codeïne, tramadol of morfine mag u wel gewoon gebruiken.

Onderzoek

Hydratie

Tijdens de opname krijgt u een uur vóór en een aantal uren ná het onderzoek een infuus. Via het infuus wordt extra vocht aan uw lichaam toegediend. Dit zorgt ervoor dat uw nieren de toegediende contrastvloeistof beter kunnen opnemen en uitscheiden.

  • De duur van de prehydratie (voor het onderzoek) is 1 uur.
  • De duur van de posthydratie (na het onderzoek) is 6 uur.

Nazorg

  • Op de dagbehandeling of verpleegafdeling krijgt u een formulier mee om binnen 6 tot 7 dagen na het onderzoek bloed te laten prikken. Ook krijgt u een telefonische afspraak met uw behandelend arts mee om de uitslag van de bloedtest te bespreken. 
  • U mag tot 6 uur na afloop van het onderzoek geen pijnstillende ontstekingsremmers slikken. Gebruik bijvoorbeeld geen: Arthrotec®, Advil®, Aleve®, brufen®, ibuprofen, diclofenac, naproxen, Otriflu®, Saridon®, Voltaren®.
Code
BT 35-O