Wetenschappelijk onderzoek Cardiologie

Het specialisme Cardiologie is een dynamisch vakgebied dat continu in ontwikkeling is. Dankzij wetenschappelijk onderzoek verschijnen er ieder jaar nieuwe technieken en behandelingen die de zorg voor onze patiënten verbeteren.

Het St. Antonius Ziekenhuis is het meest innovatieve Hartcentrum van Nederland. Ook internationaal staat ons centrum hoog aangeschreven. Het verrichten van wetenschappelijk onderzoek draagt bij aan het behouden van deze positie. Veel patiënten met cardiale klachten worden naar ons verwezen. Daarom hebben we expertise op het gebied van de veel voorkomende cardiale aandoeningen (zoals hart- en vaatziekten), als ook de zeldzame ziektebeelden (zoals cardiale sarcoïdose). Dit maakt het mogelijk om onderzoek te doen naar een breed scala aan cardiale aandoeningen en op deze gebieden onze expertise te vergoten.

Het St. Antonius Hartcentrum heeft een eigen Research en Development afdeling. Deze afdeling werkt nauw samen met de klinische patiëntenzorg.

  • Resultaten onderzoek

    Aan de klinische resultaten is terug te zien dat onderzoek een focusgebied is in het St. Antonius Ziekenhuis. Dankzij het verrichten van onderzoek is het mogelijk om snel vooruitgang te boeken en de patiëntenzorg continu te blijven verbeteren.

    Het Hartcentrum van het St. Antonius Ziekenhuis heeft, mede door het verrichten van wetenschappelijk onderzoek, bijzondere expertise en kennis opgedaan op verschillende gebieden. In 1968 is bijvoorbeeld de eerste kransslagader (bypass)operatie in Nederland uitgevoerd in ons ziekenhuis. Tussen 1955 en 1958 hebben we de eerste openhartoperatie onder koeling tot 32 º C verricht en in 1980 is alhier de eerste dotterbehandeling uitgevoerd. Ook in deze tijd lopen wij voorop in het verrichten van kwalitatief hoogwaardige zorg en behandelingen. Dit is mede mogelijk door de sterke verbinding met wetenschappelijk onderzoek

  • Onderzoeksgebieden

    De onderzoeken van de Cardiologie  zijn onder andere onderverdeeld in de volgende gebieden:

    • bloedstolling en bloedverdunning
    • nierinsufficiëntie door contrastgebruik
    • beeldvorming bij hartinterventies
    • minimaal invasieve interventies
    • behandeling van ritme- en geleidingsstoornissen
    • pulmonale vaatziekten
  • Onderzoekslijnen

    Bloedstolling en bloedverdunning
    dr. J.M. ten Berg

    • Het optimaliseren van bloedverdunning na bypasschirurgie met als doel de houdbaarheid van de omleidingen te verlengen.
    • Het optimaliseren van bloedverdunning na een transcatheter aortaklepimplantatie (TAVI).
    • Bepalen van de optimale combinatie van verschillende soorten antistollingsmedicijnen bij patiënten met atriumfibrilleren en kransslagaderlijden.
    • Inzicht krijgen in de zorg voor ouderen met een hartinfarct en tevens het optimaliseren van de behandeling met bloedverdunners bij oudere (≥ 70 jaar) patiënten met een hartinfarct.
    • Het bepalen van de effectiviteit en mogelijke gezondheidswinst van een behandelingsstrategie gebaseerd op het genetisch profiel van een individu na een hartinfarct.
    • Het observeren van mogelijke oorzaken en voorspellers van stenttrombose, met gebruik van nieuwe beeldvormende technieken als OCT/IVUS.

    Nierinsufficiëntie door contrastgebruik en minimaal invasieve interventies
    dr. J.A.S. van der Heyden

    • Het optimaliseren van prehydratie bij transcatheter aortaklepimplantatie (TAVI) ter voorkoming van acute nierschade.
    • Vergelijken van uitkomsten van transcatheter mitralisklep reparatie (MitraClip) met conventionele behandelopties.

    De behandeling van ritme- en geleidingsstoornissen door middel van katheterbehandelingen en device therapie (pacemaker/ICD) en het gebruik van bloedverdunners in de preventie van trombo-embolische complicaties
    dr. L.V.A. Boersma

    • Nieuwe behandeltechnieken op het gebied van katheterablatie bij boezemfibrilleren.
    • Gebruik van MRI en substraat modificatie bij de invasieve behandeling van boezemfibrilleren.
    • Percutane linker hartoor afsluiting in de preventie van trombo-embolische complicaties bij boezemfibrilleren.
    • Ontwikkeling van de draadloze pacemaker.
    • Ontwikkeling van de onderhuidse interne defibrillator (subcutane-ICD).

    Beeldvorming bij hart interventies
    dr. M.J. Swaans

    • Het combineren van echo- en röntgenbeelden om contrastgebruik tijdens een transcatheter aortaklepimplantatie (TAVI) te verminderen.
    • Bijdrage aan de ontwikkeling van een software algoritme die de ernst van aortaklep lekkage inschat op basis van röntgen beelden.

    Minimaal invasieve interventies
    dr. B.J.W.M. Rensing

    • Vergelijken van uitkomsten transcatheter mitralisklep reparatie (MitraClip) met conventionele behandelopties.
    • Veiligheid en effect onderzoeken van transcatheter hoge bloeddruk behandeling (ROX Coupler).

    Pulmonale vaatziekten
    dr. M.C. Post

    • Onderzoek naar diagnostiek en etiologie van pulmonale hypertensie als gevolg van pulmonale sarcoïdose en andere interstitiële longziekten.
    • Cardiale betrokkenheid bij sarcoïdose.
    • Imaging bij Rendu-Osler-Weber.
    • Ballondilatatie bij chronisch trombo-embolische pulmonale hypertensie.