Screening bij de ziekte van Rendu-Osler-Weber (ROW)

Het is belangrijk dat ROW snel wordt gediagnosticeerd. Omdat het een erfelijke aandoening is, gebeurt dat onder meer door de familieleden van ROW-patiënten te screenen.

Waarom screenen?

Het is belangrijk om de familieleden van een ROW-patiënt te onderzoeken (screenen). Dat geldt zowel voor volwassenen als voor kinderen. ROW is een vrij onbekende ziekte. Artsen die er niet dagelijks mee te maken krijgen, houden minder rekening met de mogelijkheid dat hun patiënt ROW heeft. Om de diagnose met zekerheid te kunnen stellen, zijn gespecialiseerde artsen nodig, die zich dagelijks met de ziekte bezighouden.

Tijdige behandeling

ROW-patiënten kunnen gevaarlijke vaatafwijkingen in de longen en/of hersenen hebben, zonder dat zij dat zelf weten. Deze afwijkingen kunnen tot plotselinge, ernstige complicaties leiden. Dat hoeft echter niet te gebeuren, want de vaatafwijkingen zijn goed te behandelen. Daarom is het belangrijk om de ziekte ROW vroeg op te sporen. 

Kinderen krijgen

Als u en uw partner geen ROW hebben, kunnen uw kinderen de ziekte niet erven. Als één ouder ROW heeft, is voor elk kind de kans 50% dat hij of zij de ziekte erft. Als beide ouders ROW hebben, is er een kans van 25% dat de vrucht beide foute genen heeft. Dit leidt tot een miskraam.

Waar zoeken we naar?

Een screening geeft antwoord op de volgende vragen:

  • Wat is de genetische diagnose? Heeft degene die gescreend wordt een van de foute genen? Of kunnen we juist uitsluiten dat hij of zij de familiemutatie heeft geërfd?
  • Wat is de klinische diagnose? Vertoont hij of zij lichamelijke symptomen van ROW, zoals bloedneuzen en/of puntvormige bloedinkjes in de huid en de slijmvliezen?
  • Zijn er afwijkingen in bepaalde organen, zoals in de bloedvaten van de longen en/of de hersenen en/of de lever?

Genetische diagnose

Het DNA-onderzoek in Nederland is vergevorderd. Bij 95% van de families waar ROW voorkomt, is bekend om welke mutatie het gaat. Bij DNA-onderzoek zoeken we in het bloed specifiek naar deze familiemutatie. Als deze ontbreekt, is de ziekte afwezig. Als de familiemutatie wél aanwezig is, heeft de patiënt ROW. Wanneer uit DNA-onderzoek blijkt dat de patiënt ROW heeft, moet nader onderzoek uitwijzen of er afwijkingen in bepaalde organen zijn.

Klinische diagnose

Soms kan de genetische diagnose niet worden gesteld. Dat kan verschillende oorzaken hebben:

  • Bij 5 tot 10% van de families met ROW is de familiemutatie onbekend en heeft DNA-onderzoek dus geen zin.
  • De patiënt wil geen DNA-onderzoek laten doen.
  • De ouders/verzorgers van het kind willen geen DNA-onderzoek bij het kind laten doen.

De klinische diagnose kan door de arts worden gesteld wanneer:

  • een eerstegraads familielid met ROW (ouder, broer, zus of kind) aanwezig is;
  • sprake is van spontane bloedneuzen;
  • typerende teleangiëctasieën (rode puntjes of vlekjes) voorkomen. Deze kunnen alleen herkend worden door iemand met ervaring. Soms is microscopisch onderzoek van de neus of nagelriemen nodig;
  • vaatafwijkingen in andere organen, zoals longen, hersenen en/of lever voorkomen. Hiervoor zijn foto's en/of scans nodig.

Klinische diagnose is soms lastig

Wanneer slechts één of twee criteria aanwezig zijn, kan de ziekte niet met zekerheid worden vastgesteld. Vooral bij kinderen is een klinische diagnose vaak moeilijk. Dat komt doordat kinderen nog helemaal geen verschijnselen hoeven te hebben; die komen meestal pas met de jaren. Maar ook bij mensen uit families met ROW-2 is een klinische diagnose niet makkelijk, omdat deze vorm een milder beloop heeft met weinig afwijkingen in de longen en hersenen.

Bij een onzekere diagnose is herhaling van het onderzoek na enkele jaren nodig, tenzij DNA-onderzoek alsnog heeft aangetoond dat de familiemutatie ontbreekt.

Wat gebeurt er tijdens de screening?

Screening bij volwassenen

De screening bij volwassenen bestaat uit:

  • een vraaggesprek;
  • een algemeen lichamelijk onderzoek;
  • een onderzoek door de KNO-arts;
  • een röntgenfoto en een CT-scan of MRI-scan van de longen en/of een echobubble-onderzoek;
  • een bloedonderzoek;
  • een meting van de zuurstofspanning van slagaderlijk bloed.

DNA-onderzoek wordt alleen gedaan als de patiënt daar toestemming voor geeft.

Echobubble-onderzoek


Een echobubble-onderzoek dient om te kijken of er shunts in de longvaten voorkomen. Een shunt is een directe verbinding tussen slagaders en aders, dus zonder tussenkomst van haarvaatjes.

Een shunt wordt vaak aangeduid met de afkorting AVM: Arterioveneuze malformatie. Letterlijk betekent dat een misvorming (malformatie) aan de slagaders (arteriën) en aders (venen). Shunts in de longen worden aangeduid met de afkorting PAVM. De P staat voor pulmonary (pulmonair, alles wat met de longen te maken heeft).

Het echobubble onderzoek wordt door de cardioloog gedaan. U krijgt een mengsel van water, zout en uw eigen bloed ingespoten in een ader. In het mengsel zitten heel kleine luchtbelletjes. De vloeistof en de belletjes zijn ongevaarlijk. Met behulp van echo-apparatuur kan de cardioloog de belletjes zien als ze in het hart terechtkomen. 

Onderzoek bij normale bloedsomloop

In een normale bloedsomloop gaan de belletjes zo:

  • De luchtbelletjes komen via de lichaamsaders in de rechterhelft van het hart terecht.
  • Het hart pompt het bloed met de belletjes naar de longen.
  • In de longen worden de belletjes weggevangen door het haarvatennet.
  • Daarna zijn ze verdwenen.

Onderzoek bij een PAVM

Maar als er een PAVM (shunt) bestaat, gaan de belletjes zo:

  • De luchtbelletjes komen via de lichaamsaders in de rechterhelft van het hart terecht.
  • Het hart pompt het bloed met de belletjes naar de longen.
  • In de longen worden lang niet alle belletjes weggevangen, omdat er op de plaats van de shunts geen haarvaten zijn.
  • De belletjes komen dus in de linkerhelft van het hart terecht.

Kortom: als de cardioloog belletjes ziet in de linkerhelft van het hart, is het duidelijk dat er één of meer PAVM's in de longen zitten.

Eventueel nader onderzoek


Bij onduidelijkheid over de klinische diagnose worden de nagelriemen microscopisch onderzocht. Als de diagnose ROW vaststaat, wordt in overleg met de patiënt een MRI-scan van de hersenen gemaakt.

Screening bij kinderen

De screening bij kinderen is minder uitgebreid. Om de kinderen niet te veel te belasten, vermijden we bloedafname en injecties. De screening bij kinderen bestaat uit:

  • een vraaggesprek met een ouder;
  • algemeen lichamelijk onderzoek;
  • microscopisch onderzoek van de nagelriem;
  • microscopisch onderzoek van het neusslijmvlies;
  • een röntgenfoto of eventueel een CT-scan van de longen;
  • het meten van de hoeveelheid zuurstof in het bloed met een kapje over de vingertop.

Bloedonderzoek en DNA-onderzoek gebeuren alleen in overleg met de ouders.

Waarom worden kinderen gescreend?


Omdat er op jonge leeftijd vaak nog geen afwijkingen te zien zijn, kunnen we meestal niet met 100% zekerheid een diagnose stellen. Toch is het belangrijk om ook jonge kinderen te screenen, omdat ook bij hen al gevaarlijke afwijkingen in de longvaten kunnen ontstaan. Bij klinisch onderzoek kan bij een kind de diagnose makkelijk gemist worden. Daarom moet het onderzoek na de puberteit herhaald worden.

Als DNA-onderzoek plaatsvindt, is de genetische diagnose duidelijk. Dan blijft in geval van ROW natuurlijk wel gelden dat de patiënt regelmatig gecontroleerd moet worden op de ontwikkeling van afwijkingen in de organen.
 

Toon meer