Specialisme

Karin van Bezooijen - Brouns: "Het team weet alles over Pulmonale Hypertensie én over mij"

Jaarlijks krijgen 20 Nederlanders de diagnose Pulmonale Hypertensie (PH) te horen. Bij Karin van Bezooijen – Brouns (46 jaar) werd, na een zeer heftige periode, deze diagnose in 2006 gesteld. Halsoverkop belandde ze in het Longcentrum van het St. Antonius Ziekenhuis. Na diverse behandelingen is haar situatie nu stabiel en heeft ze leren leven met deze zeldzame ongeneeslijke aandoening.

Karin was moe en kortademig. De huisarts dacht in eerste instantie aan astma. Toen de klachten niet verminderden werd gedacht aan een longontsteking en kreeg ze een antibioticakuur. Het werd echter niet beter, sterker nog haar toestand verslechterde waarna ze via de cardioloog van het ziekenhuis in Dordrecht met grote spoed werd overgebracht naar het Longcentrum van het St. Antonius. Er was geen tijd te verliezen, ze werd direct geopereerd! Tijdens deze operatie werden diverse verse en oude stolsels uit haar longslagader verwijderd, later bleek de pulmonale hypertensie te bestaan. “Van deze periode weet ik me gelukkig weinig te herinneren”, vertelt Karin. “Nadat ik weer aanspreekbaar was, ik ben namelijk 5 dagen in slaap gehouden, schrok ik van de diagnose Pulmonale Hypertensie. Van een actief leven waarin ik een leuk baan had en veel sportte lag ik ineens op de IC en kon ik bijna niets meer.”

Acceptatie van PH

Na maanden revalideren in het St. Antonius Ziekenhuis waarbij ze, met behulp van fysiotherapie, onder andere opnieuw leerde ademhalen en lopen mocht ze naar huis. Tijdens deze periode begeleidde een medisch maatschappelijk werker haar.  “Je loopt tegen veel frustraties en problemen aan, ik wilde zo graag mijn oude actieve leven behouden maar moest een paar grote stappen terug doen. De gesprekken met de medisch maatschappelijk werker hielpen me om dit te accepteren”.

Team professionals

Nog iedere 3 maanden gaat Karin naar het ziekenhuis voor controle. Het team wat haar hielp tijdens en na de eerste zware operatie is nog steeds bij haar betrokken. “Ik vind het erg fijn dat ik dezelfde artsen en specialistisch verpleegkundigen tref. Zij weten alles over mij én mijn ziekte en ik voel me hier kind aan huis. Daarnaast vind ik het goed dat het ziekenhuis onderzoek doet naar de ziekte en dat het kennis deelt met buitenlandse artsen. Mijn artsen zijn hierdoor op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.”  Zelf werkt ze graag mee aan wetenschappelijk onderzoek bijvoorbeeld door het uitproberen van nieuwe medicijnen.  “Ik voel me nu goed en heb een fijn leven, ik hoop dat de medicijnen die ik nu gebruik om de druk in mijn longen te verlagen hun werk nog lang blijven doen. De enige andere behandeling die ik in de toekomst zou kunnen ondergaan is een longtransplantatie. Dat is echter gelukkig nog niet aan de orde.”

Mw. K. van Bezooijen - Brouns