Specialisme

De ziekte van Rendu-Oser-Weber (ROW) en erfelijkheid

Erfelijkheid algemeen

Onze lichamelijke eigenschappen, zoals bloedgroep en haarkleur, staan 'beschreven' in ons genetische materiaal. Elke lichaamscel bevat onze hele genetische code.

Er zijn twee uitzonderingen: rode bloedcellen en geslachtscellen.

  • Ons genetische materiaal zit in de celkern. Rode bloedcellen stoten tijdens hun ontstaan hun celkern uit. Daarna hebben ze dus geen genetisch materiaal meer aan boord.
  • Geslachtscellen (ei- en zaadcellen) hebben maar de helft van de genetische code. Zodra een eicel en een zaadcel versmelten, is er dus weer een volledige code om een nieuw mensje te bouwen.

Chromosomen

Een chromosoom is een drager van een deel van het erfelijk material. Gewoonlijk heeft een mens 46 chromosomen (23 paar). Van elk paar hebben we één chromosoom van onze vader gekregen en één chromosoom van onze moeder.

Genen

Het kleinste brokje genetische informatie noemen we een gen. Ze bevatten de informatie voor alle erfelijke eigenschappen. Een gen is een stukje van het DNA dat de code bevat voor de productie van eiwit. Eiwitten spelen een centrale rol in ons lichaam. Denk bijvoorbeeld aan hemoglobine (de stof die zuurstof vasthoudt in ons bloed) en enzymen (eiwitten die allerlei chemische reacties mogelijk maken).

DNA

De chromosomen (en dus ook de genen) bestaan uit DNA. DNA ziet eruit als een lange, gedraaide ladder. Het bijzondere aan deze ladder is dat er vier verschillende sporten bestaan. Deze sporten bestaan uit vier stoffen, waarin de code van onze genetische informatie is geschreven.

De code vertaald: van DNA naar eiwit

Om een eiwit te maken heeft een cel twee dingen nodig:

  • een DNA-code;
  • een voorraad aminozuren.

Aminozuren 

Aminozuren zijn de bouwstenen van al onze eiwitten. Ofwel: eiwitten zijn zeer lange ketens van aminozuren. Menselijke eiwitten bestaan uit 20 verschillende aminozuren. De volgorde van de aminozuren bepaalt de eigenschappen van het eiwit. De DNA-code wordt omgezet in een lange reeks aminozuren, die samen een eiwit vormen. DNA verandert voortdurend. Dat kan heel veel oorzaken hebben, zoals een kopieerfoutje, of straling uit het heelal en uit de aarde. Een verandering in ons DNA noemen we een mutatie. Na een mutatie ontstaat er een ander eiwit.

Mutaties

De meeste mutaties vinden plaats in gewone lichaamscellen, zoals een huidcel of een spiercel. In dat geval heeft de mutatie vaak alleen op die plek effect. Het is een heel andere zaak als er een mutatie optreedt in de geslachtscellen. Het kindje dat daaruit groeit, krijgt het veranderde DNA in al zijn/haar lichaamscellen.

Een mutatie hoeft helemaal niet nadelig te zijn. Soms werkt het nieuwe eiwit net zo goed als het 'oude' en soms kan een mutatie zelfs een béter eiwit opleveren. Maar in sommige gevallen ontstaat er een eiwit dat niet werkt, of ontstaat er zelfs helemaal geen eiwit.

Bij ROW is er (afhankelijk van de mutatie) sprake van ontbrekende of niet-werkende eiwitten.

Erfelijkheid bij ROW

ROW is een erfelijke ziekte. Enkele feiten op een rij:

  • ouders met ROW kunnen de ziekte doorgeven aan hun kinderen;
  • een kind wordt met ROW geboren of niet;
  • als één ouder ROW heeft, is de kans op ROW bij elk van hun kinderen 50%;
  • als beide ouders ROW hebben, is er een kans van 25% dat de vrucht beide foute genen krijgt. Dit leidt dan tot de dood van de vrucht (miskraam);
  • de ziekte komt zowel bij mannen als bij vrouwen voor;
  • de ziekte kan niet een 'generatie overslaan'.

Screenen van familieleden

Omdat ROW van ouder op kind wordt overgedragen, is het belangrijk om de familieleden van ROW-patiënten te screenen. 

De genetische basis van ROW

ROW ontstaat door een tekort aan bepaalde stoffen in de wanden van de bloedvaten. Het gaat meestal om endoglin of om activin-receptorlike-kinase-1 (ALK-1). Deze stoffen zijn eiwitten, waarvoor het 'recept' vastligt in ons DNA. ROW ontstaat als door een foutje in het DNA niet de juiste stof wordt aangemaakt, maar een onwerkzame variant ervan.

De foute DNA-code kan spontaan ontstaan door mutatie in een zaad- of eicel, maar de kans daarop is klein (3,3%). De meeste mensen die nu ROW hebben, hebben de foute code van een van hun ouders geërfd. De mutatie heeft lang geleden plaatsgevonden bij een van hun verre, verre voorouders.

Soort erfelijkheid; autosomaal dominant

Er bestaan verschillende soorten erfelijkheid; ROW is een autosomaal dominant erfelijke aandoening. 

Dat betekent het volgende:

  • Autosomaal: het afwijkende gen zit niet op een geslachtschromosoom (het X- of Y-chromosoom), waardoor ROW zowel bij mannen als bij vrouwen kan voorkomen.
  • Dominant: iemand heeft ROW als één van de genen in een genenpaar niet deugt. De term dominant betekent hier dat het afwijkende gen het gezonde gen overheerst.
  • Erfelijk: de aandoening wordt doorgegeven aan (een percentage van) de kinderen.

Goede levensstijl en behandeling helpt

Niemand kan ROW krijgen door een ongezonde levensstijl of door besmetting. Maar dat betekent niet dat er niets aan te doen is als iemand de aandoening heeft. Levensstijl en behandeling hebben wel degelijk invloed op de ziekteverschijnselen en op het verloop van de ziekte.
 

Toon meer