Logo van Apollo

Chirurgische benaderingen bij het plaatsen van een kophalsprothese na een heupfractuur (APOLLO-studie)

Volledige titel

Welke chirurgische benadering heeft betere uitkomsten voor de patiënt met een heupfractuur bij het plaatsen van een gecementeerde kophalsprothese: de posterolaterale of de direct laterale benadering?

Achtergrond van het onderzoek

Een gebroken heup is een veelvoorkomende aandoening waar jaarlijks veel Nederlanders aan worden geopereerd. Het heupgewricht is de verbinding van het dijbeen (bovenbeen) en het bekken. Met een gebroken heup wordt bedoeld, dat het bovenste gedeelte van het dijbeen is gebroken. De plek van de breuk bepaalt welke operatie u nodig heeft. In uw geval is dat een operatie met een kophalsprothese.

De operatie met een kophalsprothese is in heel Nederland hetzelfde. Alleen de benadering kan per ziekenhuis en chirurg verschillen. Met benadering bedoelen we de plek waar de chirurg snijdt, dus hoe de toegang naar het heupgewricht wordt gemaakt en waar het litteken komt. De chirurg kan ervoor kiezen om de kophalsprothese via de achterwaartse of zijwaartse benadering te plaatsen. Bij de verschillende benaderingen worden andere spieren en weefsels doorgesneden.

Doel van het onderzoek

Momenteel worden beide benaderingen gebruikt voor mensen met een gebroken heup. We weten echter niet zo goed welke benadering voor de patiënt het beste is. Hiervoor is onderzoek nodig om te kijken wat de beste benadering is voor de operatie bij een gebroken heup.

Dit doen we door twee groepen met elkaar te vergelijken. De eerste groep krijgt een kophalsprothese via de achterwaartse benadering. De tweede groep krijgt een kophalsprothese via de zijwaartse benadering. Om de verdeling zo eerlijk mogelijk te houden, word deze bepaald door loting via een computer. De toegang naar het heupgewricht is het enige verschil tussen beide operaties. Het plaatsen van de prothese is bij beide benaderingen precies hetzelfde.

Patiëntinformatiebrief

Bekijk hier de patiëntinformatiebrief

Hoofdonderzoeker

Dr. M. van Dijk, orthopedisch chirurg

Contactpersoon

Dr. N. Wolterbeek, onderzoekscoördinator

Deelnemende centra

Dit onderzoek  wordt uitgevoerd in samenwerking met ruim veertien Nederlandse ziekenhuizen.