Behandelingen & onderzoeken

Videointeractiebegeleiding tijdens de dagopname van uw kind

Uw kind komt binnenkort voor een dagopname naar de kinderafdeling van het St. Antonius Ziekenhuis. Tijdens deze opname zal de communicatie en het contact tussen u en uw kind in kaart worden gebracht.

Tijdens deze opname is het mogelijk gebruik te maken van Videointeractiebegeleiding (VIB). VIB richt zich op het in beeld brengen en het bespreken van de natuurlijke communicatie en het contact tussen u en uw kind.

Op deze pagina snel naar

Meer over videointeractiebegeleiding tijdens de dagopname van uw kind

Op de video kunt u de signalen zien die uw kind geeft om met u in contact te komen en te blijven en hoe uw kind reageert op signalen van u. Soms gebeurt dit door de lichaamstaal van het kind, zoals bijvoorbeeld kort aankijken en een bepaalde gezichtsuitdrukking. Als het kind ouder is, reageert het ook met geluiden en woorden. Door de stilstaande beelden kunt u stap voor stap terugzien hoe u de signalen van uw kind kunt herkennen. U ziet dan bijvoorbeeld hoe uw kind reageert op uw stem, uw aanraking, hoe u uw kind kunt geruststellen, ontspanning kunt bieden, activeren en begeleiden.

Wanneer kunt u gebruik maken van deze methode?

U kunt gebruik maken van deze methode als:

•  uw kind heel veel huilt;
•  uw kind moeilijk slaapt of moeilijk eet;
•  uw kind ernstig of langdurig ziek is of blijvend letsel heeft opgelopen;
•  u vragen heeft over de ontwikkeling van en/of de omgang met uw kind;
•  als er voor de klachten van uw kind geen of niet alléén lichamelijke oorzaken zijn.

Toon meer

Werkwijze videointeractie

Een speciaal opgeleide verpleegkundige of pedagogisch medewerkster maakt een korte video-opname (+ 5 minuten) van u en uw kind. Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens de verzorging, het eten of een spelmoment. Samen met de begeleider bekijkt u welke signalen uw kind geeft. Zo wordt voor u als ouder(s) duidelijk wat u (nog meer) kunt doen om uw kind te helpen.

Toon meer

Huilen

Als uw kindje heel veel huilt, kan het zijn dat de kinderarts u verwijst naar de verpleegkundige of de pedagogisch medewerkster voor videointeractiebegeleiding. Bij het terugkijken van de video-opname laat de verpleegkundige aan u, als ouders, zien op welke signalen uw kind goed reageert en aandacht heeft voor de omgeving. Deze signalen zijn vaak zo minimaal, dat ze zonder het stilstaande beeld van de video niet te zien zijn. Door het beeld stil te zetten wordt het contact goed zichtbaar en adviseren wij u wat u kunt doen om uw kind te helpen. Meestel is één maal filmen voldoende. Vaak volstaat het bekijken van een speciale voorlichtingsvideo al (VRAAG: WELKE VOORLICHTINGSVIDEO?). Ongeveer 1/3 van de kinderen heeft meer hulp nodig. (VRAAG: WAT VOOR SOORT HULP? KUNNEN WE HIER NAAR VERWIJZEN?)

Toon meer

Moeilijk eten en slapen

Soms gebeurt het dat kinderen moeilijk eten of slapen. De kinderarts kan u dan doorverwijzen naar de verpleegkundige of de pedagogisch medewerkster voor video-interactiebegeleiding. De videobeelden laten zien wanneer en hoe uw kind goed reageert op uw aanwijzigingen. Dit gaat vaak zo snel, dat alleen het rustig terugkijken op de video, duidelijk maakt wat u kunt doen om uw kind te helpen zich te ontspannen, zodat het kan eten of gaan slapen.

Toon meer

Handicap

Wanneer uw kindje een blijvend letsel heeft, kunt u om ondersteuning vragen met video. De contactinitiatieven van uw kindje zijn in zo’n situatie vaak zo vluchtig en de reactie van uw kind zo minimaal, dat alleen het uitvergroten ervan, met behulp van de video, ze zichtbaar maakt.

Toon meer

Expertise en ervaring

De kinderartsen van het St. Antonius Ziekenhuis hebben bijzondere expertise op het gebied van diabetes, eczeem, hoofdpijn, keel-, neus- en oorproblemen, langdurige buikpijn, long- en bovenste luchtweginfecties, overgewicht, urineweg- en plasproblemen neurofibromatose type 1, ontwikkelingsachterstand, syndroom van Down, vroeggeboorten en huilbaby’s.

Meer informatie

M&C is houder van de Vastgestelde Instellings Richtlijn (VIR) Informatievoorziening voor patiënten en familie. Een van de accreditatie-eisen vanuit het NIAZ is dat aangetoond moet worden welke afspraken er zijn over het verstrekken van informatie aan patiënten en hun familie/naasten. Vul daarom onderstaande gegevens in. Deze tekst wordt bij publicatie uit de tekst gehaald en in de beheerinformatie van het CMS opgenomen.

Voor welke patiëntgroepen is deze informatie bestemd?

------------------------------------------------------------------

Wie geeft deze informatie aan de patiënt (functie noemen, geen namen)?

------------------------------------------------------------------

Op welk moment in het zorgproces krijgt de patiënt deze informatie?

------------------------------------------------------------------

Code
KIND 66-AD