Gang van zaken in het ziekenhuis

Wie draagt welke persoonlijke beschermingsmiddelen?

Deze pagina is bijgewerkt 3 juli.

Verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen op een rij

Om onze patiënten en medewerkers goed te beschermen en om verspreiding van het coronavirus te voorkomen gebruiken we persoonlijke beschermingsmiddelen.

Welke beschermingsmiddelen door wie gebruikt worden hangt onder andere af van:

  • De gezondheid van patiënt of medewerker;
  • De mogelijkheid om 1,5 meter afstand te houden;
  • Het soort handeling en de duur daarvan;
  • De mate van contact met andere patiënten.

Hieronder is te zien wie wanneer welke beschermingsmiddelen draagt. De kleur en vorm van de afgebeelde beschermingsmiddelen kunnen in het echt afwijken van de getekende versie. 

Patiënten en bezoekers

Bezoeker zonder mond-neusmasker

Een patiënt, begeleider en/of bezoeker draagt géén beschermingsmiddelen als hij/zij:

  • geen verkoudheidsklachten heeft, én
  • niet tot een risicogroep behoort

Bezoeker met mond-neusmasker

De patiënt, begeleider of bezoeker draagt een chirurgisch mond-neusmasker als hij/zij:

  • lichte verkoudheidsklachten* heeft en/of
  • tot een risicogroep behoort en/of
  • een patiënt met corona op de verpleegafdeling bezoekt (dit masker wordt uitgereikt bij binnenkomst op de verpleegafdeling).

Kinderen met en zonder mond-neusmasker

Ook kinderen vanaf 12 jaar dragen in bovenstaande situaties een chirurgisch mond-neusmasker. Kinderen jonger dan 12 jaar dragen dit masker alleen als zij dat kunnen/willen. 

*Heeft u klachten die wijzen op corona zoals koorts, hoesten en/of benauwdheid? Kom dan niet naar het ziekenhuis. Bent u patiënt? Bel dan naar de afdeling waar u de afspraak heeft voor overleg.

Medewerkers

Medewerkers met en zonder uniform zonder een mond-neusmasker

Medewerkers dragen géén persoonlijke beschermingsmiddelen als zij:

  • geen verkoudheidsklachten hebben, én
  • niet tot een risicogroep behoren

Uiteraard passen onze medewerkers bij elk patiëntencontact de algemene voorzorgsmaat-regelen toe en volgen zij de protocollen voor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen bij het betreffende onderzoek en/of behandeling.

Medewerkers met en zonder uniform met een mond-neusmasker

Medewerkers dragen een chirurgisch mond-neusmasker als zij:

  • lichte verkoudheidsklachten* hebben en/of
  • zelf tot een risicopgroep behoren en/of
  • zorghandelingen binnen 1,5 meter moeten uitvoeren. Dit omdat patiënten zonder coronaklachten tóch besmet kunnen zijn en besmettelijk kunnen zijn voor de ander. Dit risico is laag, maar niet nul.
  • op een afdeling werken waar vanwege een grote hoeveelheid wisselende patiëntcontacten extra bescherming gewenst is (bijvoorbeeld bij de Bloedafname).

* Medewerkers met verkoudheidsklachten blijven thuis en worden altijd zo snel mogelijk getest. Als de test negatief is mogen ze weer aan het werk.

Medewerker met chirurgisch mondmasker en spatbril

Medewerkers dragen spatbril/face shield en een chirurgisch mond-neusmasker als zij:

  • een handeling uitvoeren waarbij verstuivingen van luchtdeeltjes (aerosolen) kunnen vrijkomen bij een patiënt zonder corona (covid-19).

Afhankelijk van het soort handeling kan de medewerker nog extra persoonlijke beschermingsmiddelen dragen, zoals een halterschort en/of handschoenen.

Medewerker met FFP2-masker en blauw schort

Medewerkers dragen een FFP2-masker, spatbril/face shield, een halterschort en handschoenen als zij:

  • een patiënt op de Spoedeisende Hulp behandelen bij wie nog niet is vastgesteld of deze corona (covid-19) heeft of daarvan verdacht wordt.
Medewerker met volledige bescherming

Medewerkers dragen een FFP2-masker, spatbril/face shield, een isolatieschort en handschoenen als zij werken op:

  • een verpleegafdeling waar coronapatiënten worden verpleegd.
  • de Intensive Care met coronapatiënten.

Een medewerker kan deze kleding ook dragen als hij/zij bij een patiënt met corona een handeling uitvoert waarbij verstuivingen van luchtdeeltjes (aerosolen) kunnen vrijkomen.

De medewerker draagt op het eigen uniform een sticker met daarop zijn/haar foto en naam, zodat de patiënt kan zien met wie hij te maken heeft. Deze foto zit niet op het isolatieschort, maar op het uniform daaronder. Op deze manier kunnen de isolatieschorten na gebruik gesteriliseerd worden voor hergebruik.