Onderzoeker in beeld: Maarten Kampen
Doet onderzoek naar calorieverbruik bij rust versus passieve inspanning (bedfietsen en transfer naar stoel) bij beademde ic-patiënten

Maarten Kampen onderzoekt hoeveel energie passieve beweging kost bij beademde IC‑patiënten, om mobilisatie veiliger en persoonlijker te maken.
Leestijd: 7 minuten
Maarten werkt al negentien jaar als fysiotherapeut in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Binnen de gezondheidszorg is hij begonnen als HBO-verpleegkundige op de afdeling interne geneeskunde in een ander ziekenhuis, later schoolde hij zich om tot fysiotherapeut en rondde hij een paar jaar geleden de master Evidence Based Practice in health care af. Nu werkt hij twee dagen per week als fysiotherapeut en twee dagen per week als onderzoeker binnen de afdeling paramedische behandeling en revalidatie (PB&R), zijn expertise zit binnen het domein longgeneeskunde en intensive care (IC).
Vanuit de praktijk naar onderzoek
Maarten werkt al diverse jaren op de IC en zag daar hoe belangrijk beweging is voor ernstig zieke patiënten. Op de IC krijgen patiënten veel ondersteuning van apparaten, bijvoorbeeld beademing of dialyse. Daarom is het belangrijk om goed te weten hoe en wanneer patiënten veilig in beweging kunnen komen, zelfs als het maar om kleine vormen van mobiliseren gaat.
“Patiënten op de IC zijn vaak erg kwetsbaar. Juist dan wil je zeker weten dat je de juiste vorm van beweging kiest. Met dit onderzoek hoop ik zorgverleners te helpen om nog beter aan te voelen wat een patiënt echt aankan.”
Het mobiliseren van IC-patiënten
De aanleiding voor Maartens onderzoek is een artikel uit 2022 waarbij de belasting van het gebruik van een bedfiets bij beademde patiënten is onderzocht. Oftewel: hoe zwaar bedfietsen is voor de patiënt. Op de IC wordt veel gedaan om patiënten zo snel mogelijk na opname in beweging te krijgen. Hoe zwaar dit is voor een patiënt is niet goed bekend, daardoor kwam het idee om twee vormen van mobiliseren met elkaar te vergelijken. Dit is belangrijk voor de patiënt, omdat het helpt om een persoonlijker behandelplan te maken. Hierdoor kan de mobilisatie veiliger worden uitgevoerd en kan het herstel sneller en met minder risico verlopen.
Samen met een team van verschillende zorgprofessionals maakte Maarten daarom een duidelijk onderzoeksplan.
De centrale onderzoeksvraag
“Wat is het verschil in energieverbruik, ten opzichte van rust, tussen twee vormen van passieve mobilisatie (passief bedfietsen en passieve transfer naar stoel) bij beademde IC-patiënten?”
Kort gezegd: welke van deze twee handelingen kost een beademde patiënt meer energie?
Door dit zorgvuldig te meten wil Maarten beter begrijpen welke mobilisatievorm, op welk moment, het meest geschikt is voor deze kwetsbare groep patiënten.

Waarom dit onderzoek belangrijk is
We weten nog weinig over hoe zwaar bepaalde oefeningen of handelingen op de IC zijn voor patiënten. Daarom worden keuzes nu vaak gemaakt op basis van ervaring in plaats van op onderzoek.
Maarten gebruikt in zijn studie indirecte calorimetrie. Dat is een veilige methode om te meten hoeveel energie iemand verbruikt. Hiermee kan het team precies zien hoe belastend bedfietsen en transfers zijn.
De resultaten helpen om:
- Mobilisatie beter af te stemmen op wat een patiënt aankan
- Behandelplannen persoonlijker te maken
- Herstel veiliger en waarschijnlijk sneller te laten verlopen
- Een basis te leggen voor vervolgonderzoek
Impact op de zorg
De resultaten van dit onderzoek kunnen direct worden gebruikt in de dagelijkse praktijk op de IC. Ze helpen om:
- Veiliger te mobiliseren: zorgverleners weten beter wat een patiënt aankan.
- Herstel te verbeteren: door de juiste mobilisatie op het juiste moment toe te passen.
- Behandelplannen persoonlijker te maken: omdat er meer inzicht is over wanneer welke mobilisatie in te kunnen zetten.
- Toekomstig onderzoek op te zetten: dit onderzoek vormt een sterke basis voor grotere vervolgstudies.
Door deze kennis goed te gebruiken, kunnen IC-teams patiënten mogelijk sneller laten herstellen en complicaties helpen voorkomen.
Financiering van het onderzoek
Het St. Antonius Onderzoeksfonds heeft €19.718 beschikbaar gesteld voor dit onderzoek. Dankzij de steun van onze donateurs kan dit bedrag worden ingezet voor:
- Scholing van zorgprofessionals
- Het meten en verzamelen van gegevens op de IC
- Materialen, zoals apparatuur voor calorimetrie
- Analyse van de resultaten
- Het schrijven en publiceren van het onderzoek en het delen van de resultaten op een congres
Door deze steun kan het onderzoek zorgvuldig en volgens alle regels worden uitgevoerd. De kennis die hieruit komt, kan direct worden toegepast in de dagelijkse zorg.
Extra steun vanuit het Innovatiefonds
Naast de steun van het Onderzoeksfonds heeft Maarten voor dit project ook een bijdrage gekregen van het Innovatiefonds van het St. Antonius. Dit fonds wordt gefinancierd door het ziekenhuis zelf en ondersteunt zorgprofessionals met innovaties waarvoor nog geen financiële dekking is. Het gaat om zorginhoudelijke vernieuwingen met directe impact op de patiënt. Voor Maarten betekent dit dat het Innovatiefonds helpt bij het mogelijk maken van het gebruik van geavanceerde meetapparatuur, zoals in dit geval de COSMED QNRG+. Dit apparaat is een indirecte calorimetrieopstelling. Dat betekent dat het meet hoeveel energie het lichaam verbruikt door te kijken naar de ademhaling. De apparatuur wordt aangesloten tussen de beademingsmachine en de patiënt. Het meet heel precies hoeveel zuurstof iemand inademt en hoeveel koolstofdioxide wordt uitgeademd. Met die gegevens kan het energieverbruik worden berekend. De patiënt merkt hier niets van: er wordt alleen lucht gemeten, terwijl de behandeling gewoon doorgaat.
Dankzij deze nauwkeurige metingen kunnen we precies zien hoeveel energie het de patiënt kost om passief te bedfietsen en hoeveel energie een passieve transfer naar een stoel vraagt. Dit helpt om beter te bepalen welke vorm van beweging op welk moment het meest geschikt is voor een IC-patiënt.
Samen met de steun van donateurs vanuit het Onderzoeksfonds zorgt dit ervoor dat het hele onderzoek goed en zorgvuldig kan worden uitgevoerd. Zo financieren het St. Antonius Onderzoeksfonds en het Innovatiefonds gezamenlijk betere zorg.
Dit onderzoek wordt mede uitgevoerd door o.a. Bart van Zessen, Peter Bruins, Anouk de Pooter, Thomas van Dijk, Arend-Jan Meinders, Annemay Foekens, Belle van Meer, Ineke van de Pol, Bart van Silfhout.