Behandelingen en onderzoeken Diabetes Centraal (diabeteszorg voor kinderen)

Een hyperglycemie (hyper)

Bij een hyperglycemie (hyper) is je bloedsuiker te hoog. Een hyper geeft aan dat je te weinig insuline in je lichaam hebt zitten. Een waarde boven de 11 mmol/l is te hoog en moet je naar beneden brengen.

Hoe ontstaat een hyper?

Een hyper kan verschillende oorzaken hebben:

  • Te weinig insuline in je lijf vergeleken met het aantal koolhydraten dat je hebt gegeten
  • Stress
  • Ziekte
  • Een niet-functionerende insulinepen
  • De insuline is niet goed, bijvoorbeeld te koud of over de datum

Bij een hyper komen verschillende klachten voor die niet altijd direct bij een hogere waarde opgemerkt worden.

Wat moet je doen bij een hyper?

De eerste stap is altijd: check de bloedglucosewaarde met een vingerprik. Komt dit overeen met de waarde van de sensor? Kijk dan hieronder wat je moet doen.

Bij gebruik van insulinepomp

Ben je misselijk of moet je braken?

  • Ja: meet je ketonen, en bel ons direct als ze positief (hoger dan 0.5) zijn.
  • Nee: denk over onderstaande vragen na:
    • Zit het systeem van je pomp goed?
    • Heb je het meer dan 3 dagen geleden vervangen?
    • Zie je luchtbelletjes?
    • Zit de naald niet goed? 
    • Is de insuline niet te koud geworden?
    • Ben je ziek?
       
  • Als je twijfelt over de toediening van de insuline: vervang je setje, en geef via de pomp een correctiebolus op basis van de glucosewaarde die je invoert.
  • Als je niet twijfelt over de toediening van de insuline: geef via de pomp een correctiebolus op basis van de glucosewaarde die je invoert.
  • Check je glucosewaarde na 1 tot 2 uur opnieuw. Zijn ze opnieuw hoog, check dan je ketonen.
  • Zijn de ketonen positief (hoger dan 0.5): neem dan contact op om te overleggen over de vervolgstap.

Bij gebruik van insulinepen

  • Geef extra insuline via de pen. Doe dit volgens het correctieschema dat je van ons hebt gekregen.
    • Let op dat de insuline op een soepele plek gespoten wordt
    • Twijfel je over de pen? Check hem dan even voordat je de insuline spuit
    • Als de glucose waarden stijgend zijn, ga dan niet sporten en eet geen voeding met veel koolhydraten erin
    • Zit je boven de 20 mmol/l en ben je misselijk of moet je braken? Bel dan tijdens kantooruren met de diabetesverpleegkundige via T 088 320 04 08. Buiten kantooruren bel je met de Spoedlijn.
       
  • Controleer je bloedsuiker na 1 tot 2 uur
    • Is deze dalend? Dan lukt het om de hyper te corrigeren. Als je na 2 uur na het bijspuiten nog steeds hoog zit, mag je nog een keer bijspuiten.
    • Is deze stijgend? Bel dan tijdens kantooruren met de diabetesverpleegkundige via T 088 320 04 08. Buiten kantooruren bel je met de Spoedlijn.

Stappenplan voordat je gaat bellen

  • Zorg altijd dat de bloedglucose gemeten is als je belt. Zorg er ook voor dat je de eerder gemeten waarden van de laatste 12 uur bij de hand hebt.
  • Zorg dat je de gegeven/geboluste insulinehoeveelheden bij de hand hebt en het 'gewone' spuitschema.
  • Als er geen haast bij is, maak dan bij voorkeur, voordat je belt, een upload van de glucosemeter. De uploads helpen het team om jou een advies op maat te geven. Buiten de openingstijden van Diabetes Centraal kunnen teamleden deze upload niet bekijken. Dan kunnen zij enkel spoedadviezen geven.

Bij gebruik van een insulinepomp

  • Denk na over de vraag: wanneer is het insulinepompslangetje ('systeem') voor het laatst vervangen?
  • Meet bij blijvende hoge waardes de ketonen voordat je belt.

Meer informatie

Gerelateerde informatie

Code DC 12-AD

Terug naar boven