Chirurgie

Algemene informatie rond een operatie

Wanneer u een operatie moet ondergaan is het belangrijk dat u zich realiseert dat ieder mens anders is. Deze verschillen zorgen ervoor dat het verloop van elke operatie en de herstelperiode bij elke patiënt verschillend is. Dit hangt onder meer af van de individuele conditie van de patiënt.

Na het lezen van deze informatie heeft u misschien nog vragen. Deze kunt u altijd stellen aan de behandelend chirurg of aan de verpleegkundigen, nadat u in het ziekenhuis bent opgenomen.

Opnamedag

Op het afgesproken tijdstip meldt u zich bij Voorbereiding Opname. Breng uw verzekeringspapieren, medicijnen en eventuele allergiegegevens mee..

Op de dag van de opname raakt u bekend met de afdeling en bereidt u zich voor op de operatie. In de loop van de dag komen verschillende zorgverleners bij u langs om vragen te stellen, te beantwoorden of om onderzoek te doen.

Wie komen bij u langs?

Op de dag van opname kunnen er verschillende mensen bij u langskomen, afhankelijk van het soort operatie dat u moet ondergaan.

Zaalarts/chirurg

In de loop van de dag komen de zaalarts en/of chirurg bij u langs. Bent u voor de operatie nog niet lichamelijk onderzocht, dan gebeurt dat op dat moment. U kunt met uw vragen over de aandoening of operatie bij hen terecht.

Fysiotherapeut

De fysiotherapeut komt bij u langs als dat nodig is. Hij/zij leert u alvast oefeningen, zodat u na de operatie goed kunt ademhalen en hoesten. Dit is nodig om de longen na de operatie zo snel mogelijk weer goed te laten werken. Als u rookt, kunt u hieraan meewerken door tenminste 2 dagen vóór de operatie niet te roken.

Anesthesist (verdovingsarts)

Aan het eind van de middag of ’s avonds komt de anesthesist (verdovingsarts) bij u langs. Hij/zij informeert u over de verdoving tijdens de operatie. Vragen of wensen daarover kunt u dan bespreken. U kunt zich op dit gesprek voorbereiden door de informatie Onder anesthesie te lezen. Als u deze informatie op de polikliniek of bij Voorbereiding Opname niet heeft gekregen, vraagt u dan een exemplaar aan de verpleegkundige.

Eten en drinken (nuchter zijn) - Alleen voor folder algemene informatie rond een operatie

Voorbereiding operatie

Op de dag van de operatie is nog een aantal voorbereidingen nodig. Welke voor u gelden, hangt af van het soort operatie dat u krijgt. De meest voorkomende voorbereidingen zijn:

Voorkomen trombose

De verpleegkundige geeft u een injectie om trombose te voorkomen. Meestal zal dat ‘s ochtends vroeg zijn. Na de operatie krijgt u deze injectie elke dag, totdat u weer goed kunt rondlopen.

Klysma

Als dat nodig is krijgt u een klysma toegediend. Via de anus brengt de verpleegkundige een vloeistof in de darm die het uiteinde van de darm leeg spoelt. Dit is niet pijnlijk.

Eten en drinken (nuchter zijn)

Het is noodzakelijk dat u voor een operatie een bepaalde periode niet eet of drinkt (‘nuchter’ blijft). Dit geldt als u narcose, een ruggenprik of een zenuwblokkade krijgt. Als u niet nuchter bent tijdens de ingreep, is de kans groter dat er tijdens de ingreep eten en drinken uit uw maag in uw longen terechtkomt. Dit kan leiden tot een ernstige longontsteking. Het is dus belangrijk dat u zich aan onderstaande voorschriften houdt. Als u niet nuchter bent, zullen wij er voor uw veiligheid voor kiezen om de operatie niet door te laten gaan.

Houd u aan de onderstaande voorschriften:

  • Tot 6 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u 1 of 2 beschuitjes met jam eten.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 02.00 uur ’s nachts niets meer mag eten. Moet u zich bijvoorbeeld om 14.00 uur ’s middags melden, dan mag u vanaf 08.00 uur ’s morgens niets meer eten.

  • Tot 2 uren voordat u in het ziekenhuis moet zijn mag u heldere vloeistoffen drinken. Dit zijn: water, appelsap en thee ZONDER melk. Koffie zonder melk is ook toegestaan.

Dit betekent dat als u zich bijvoorbeeld om 08.00 uur ’s morgens in het ziekenhuis moet melden, u vanaf 06.00 uur ’s morgens niets meer mag drinken. De afgesproken medicatie mag u wel met een slokje water innemen op de dag van de operatie.

Het is belangrijk dat u niets van snoep of kauwgom in uw mond heeft als u naar de operatieafdeling gaat.

Slaapmiddel

Denkt u moeilijk te kunnen slapen, vraagt dan gerust een slaapmiddel aan de verpleegkundige of anesthesist.

Ontharen

Haren en bacteriën kunnen de operatiewond besmetten. Om dit te voorkomen wordt u, indien nodig, op de operatiekamer onthaard. Let op: dit mag u niet thuis doen.

Geen make-up of sieraden

Voor de operatie moeten contactlenzen uit de ogen worden gehaald en horloge en sieraden af worden gedaan. Ook nagellak en make-up moet zijn verwijderd. Zo kan de anesthesist tijdens de operatie aan de kleur van uw huid aflezen hoe het met u gesteld is.

Operatiekleding

Vlak voordat u naar de operatieafdeling gaat, wordt u gevraagd een operatiehemd aan te trekken.

Kalmerend middel

Vervolgens kan het zijn dat u van de verpleegkundige een tablet krijgt of een injectie in het been met een kalmerend middel. Dit dient ter voorbereiding op de verdoving. Hiervan kunt u een slaperig gevoel en een droge mond krijgen.

Tijdstip operatie

De arts of verpleegkundige kan u nooit met zekerheid zeggen wanneer u aan de beurt bent. Operaties duren soms langer dan verwacht. Ook kunnen er spoedoperaties tussendoor komen. Hierdoor kan het zijn dat u later geholpen wordt dan de bedoeling was.

Complicaties

Bij alle operaties kunnen complicaties optreden. Afhankelijk van uw conditie kunnen deze in ernst wisselen. Complicaties die kunnen voorkomen zijn:

  • Een ontsteking van een ader waar een infuus in zit of een urineweginfectie.
  • Ook longontstekingen, wondinfecties en littekenbreuken kunnen voorkomen, maar gelukkig zijn deze zeldzaam.
  • Daarnaast zijn er ook meer specifiek ingreepgebonden complicaties mogelijk.

Herstel

Na uw operatie wilt u natuurlijk zo snel mogelijk uw normale leven hervatten. Onderstaande tips kunnen u helpen bij uw herstel.

Beweging

Het is belangrijk dat u al snel na de operatie weer in beweging komt. Dit is goed voor de bloedcirculatie en spijsvertering. Zelfs bewegingen in bed, zoals omdraaien en rechtop gaan zitten zijn goed voor het herstel.

Wilt u gaan zitten dan is het belangrijk de wond te ontzien. Draai daarom (als u een buikoperatie heeft gehad) eerst op uw zij en duw daarna met de armen het bovenlichaam omhoog.

Het weer gaan staan en lopen is een essentieel onderdeel van het herstel. Belangrijk daarbij zijn stevige goed passende schoenen.

Uit bed

De eerste dag na de operatie helpt de verpleegkundige u om uit bed te komen en op een stoel te zitten. Op de tweede dag loopt u met de verpleegkundige enkele stappen door de kamer. Zodra u weer voldoende beweegt zijn de injecties tegen trombose niet meer nodig en kunt u ook weer douchen.

Ademen

Voor de longen is het erg belangrijk dat u de eerste dagen na de operatie regelmatig, bijvoorbeeld 1x per kwartier, diep ademhaalt. Merkt u dat er slijm in de longen zit, dan is het van belang dit goed op te hoesten. Door hierbij een kussentje tegen de wond te duwen vermindert de pijn. De fysiotherapeut kan u hierbij ondersteunen.

Bovenstaande is natuurlijk afhankelijk van het soort operatie dat u heeft gehad.

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Ziekenhuis is een van de beste chirurgische centra van Nederland. Onze chirurgen zijn trots op de expertise in gecompliceerde chirurgische aandoeningen en zorg, maar ook op het perfectioneren van de zorg die nodig is bij veelvoorkomende, minder complexe aandoeningen. Denk hierbij aan galstenen (meer dan 600 patiënten per jaar), liesbreuken (meer dan 500 patiënten per jaar), spataderen (meer dan 1.200 patiënten per jaar), aambeien en (vet)bulten.

We werken met de nieuwste onderzoeks- en behandeltechnieken en passen graag behandelingen toe die minder belastend zijn voor de patiënt. Dankzij een minder belastende ingreep verloopt het herstelproces sneller en komen complicaties minder vaak voor.

Gerelateerde informatie

Specialismen

Code CHI 136-AD

Terug naar boven