Nieuws
25 augustus 2017

Nieuw onderzoek om juiste behandeling longtumor te bepalen

Bloedafname in plaats van biopt?

Buisje bloed, DNA, bloedonderzoek, DNA-onderzoek, longtumor

Voor het stellen van een diagnose en het bieden van een goede behandeling, wordt steeds vaker een analyse van het DNA toegepast. Vooral bij de behandeling van kanker is het een veelvuldig ingezet middel. Ook in het St. Antonius wordt deze techniek vaak gebruikt. Binnenkort start een innovatief onderzoek naar de mogelijkheden van het gebruik van erfelijk materiaal in het bloed bij de behandeling van longkanker.

Voor een goede diagnose en behandeling van een longtumor, spelen genetische eigenschappen een steeds belangrijkere rol. Door het tumor DNA goed te onderzoeken wordt duidelijk welke medicijnen waarschijnlijk wel en welke niet zullen aanslaan bij de patiënt. Op deze manier ontstaat er voor elke patiënt ‘een behandeling op maat’ en is er een grotere kans dat de longtumor reageert op de behandeling.

Medicijnen op maat

Bij deze behandeling op maat wordt erfelijk materiaal uit het tumorweefsel geïsoleerd en onderzocht op eventuele veranderingen. Wanneer het DNA ‘kapot’ gaat, kunnen cellen zich gaan misdragen. Deze veranderingen in het ‘kapotte’ DNA worden ook wel mutaties genoemd en geven nuttige informatie. “Het bestuderen van deze mutaties is erg belangrijk, aangezien voor sommige mutaties een gerichte behandeling met medicijnen op maat bestaat”, aldus Paul Roepman, moleculair bioloog van het St. Antonius Ziekenhuis.

Bloedafname in plaats van biopt

Om het ‘kapotte’ DNA te onderzoeken en zo te achterhalen welke medicijnen wel en welke niet succesvol zouden kunnen zijn, ondergaan veel patiënten met een longtumor een biopsie. Hierbij worden kleine stukjes weefsel uit de tumor weggenomen. “Een noodzakelijke, maar pijnlijke en belastende onderneming”, aldus Roepman. Om te kijken of dit anders kan, is hij samen met collega’s een onderzoek gestart. “We willen onderzoeken of mutaties niet alleen in het weefsel, maar ook in het bloed zichtbaar zijn.”

Dit doen de onderzoekers door bloed af te laten nemen bij 100 á 150 patiënten met een longtumor. Het bloed wordt vervolgens onderzocht op eventuele mutaties. “Mochten deze mutaties inderdaad zichtbaar zijn, dan betekent dit een patiëntvriendelijkere en snellere methode voor de patiënt om eventuele aanwezige mutaties aan te tonen. Bloedafname is in tegenstelling tot een biopsie redelijk pijnloos en veel minder intensief. Ook biedt het de mogelijkheid om patiënten, bij wie vanwege een slechte conditie geen biopsie kan worden gedaan, of van wie het weefsel onbruikbaar is, toch te behandelen.”

In september 2017 worden de eerste bloedmonsters onderzocht. Naar verwachting zijn de resultaten over een half jaar tot een jaar bekend.