Nieuws
25 mei 2016

Onderzoek toont aan: depressie bij ouderen manifesteert zich anders

Promotieonderzoek psychiater Annette Hegeman

Als het aan Annette Hegeman, psychiater in het St. Antonius Ziekenhuis, ligt komt er extra aandacht voor het herkennen van een depressie bij ouderen. Ze promoveerde onlangs aan de Universiteit van Leiden op een onderzoek dat aantoont dat depressie bij ouderen zich anders manifesteert dan bij jongeren.

Het blijkt dat depressieve ouderen boven de 70 jaar minder klachten uiten van somberheid en schuldgevoelens (zoals jezelf verwijten maken), waardoor lichamelijke symptomen van een depressie meer op de voorgrond staan. Voorbeelden van dergelijke fysieke klachten zijn vermoeidheid, gebrek aan eetlust en pijn. De aandacht voor die klachten kan tot gevolg hebben dat de achterliggende depressie buiten beeld blijft bij hun arts of andere zorgverlener.
Annette Hegeman beschrijft in haar proefschrift ook dat hoe meer chronische lichamelijke ziekten er meespelen, hoe ongunstiger het beloop van een depressie is. Depressie komt op oudere leeftijd veelvuldig voor. Vaak zijn de klachten chronisch.

Meer lichamelijke klachten
Het onderzoek bevestigt wat in medische kringen al langer werd vermoed: depressie bij ouderen is anders. Eerdere studies laten zien dat depressieve ouderen meer lichamelijke klachten ervaren dan jongere volwassenen met een depressie. “Een depressie uit zich bij hen meer lichamelijk, zou je dan denken. Maar deze verschillen kunnen misschien ook verklaard worden, doordat ouderen meer leeftijdsgerelateerde ziekten hebben die lichamelijke klachten geven,” stelt Annette. Ze besloot dit te onderzoeken binnen de Nesdo-studie (Netherlands Study on Depression in Older Persons). In haar promotieonderzoek onderscheidt ze drie soorten depressieve klachten:

  • stemmingsklachten, zoals somberheid, prikkelbaarheid en angstgevoelens;
  • lichamelijke klachten, waaronder slaapproblemen, gebrek aan eetlust, vermoeidheid en pijn;
  • motivationele klachten, zoals te veel slapen, zelfverwijt en een gebrek aan energie en interesse.

Door depressieve ouderen te vergelijken met niet-depressieve leeftijdgenoten ontrafelde ze welke symptomen voortkomen uit chronische lichamelijke ziekten of veroudering zelf, en welke symptomen bij de depressie horen.

Ernstiger beloop bij chronische ziekten
De uitkomsten van het promotieonderzoek bieden nieuwe inzichten voor de omgang met oudere patiënten. Bij onbegrepen lichamelijke klachten, zoals vermoeidheid of gewichtsverlies zonder duidelijke verklaring, zouden artsen expliciet naar sombere gevoelens of schuldgevoelens moeten vragen, adviseert de psychiater.
Ze ontdekte verder dat depressieve ouderen met chronische ziekten meer kans hebben om na twee jaar nog steeds depressief te zijn. Het beloop van de depressie is bij hen eveneens ernstiger. “Dat geldt vooral voor depressieve ouderen met hart- en vaatziekten, kanker, COPD en aandoeningen van het bewegingsapparaat, zoals artrose en reuma”, licht ze toe. “Deze ouderen moeten we dus extra goed in de gaten houden.”