Nieuws
6 juni 2017

Persoonlijk recept bloedverdunners verlaagt kans op infarct

In ons land krijgen jaarlijks zo'n 30.000 mensen een stent (hol buisje) in een kransslagader geplaatst. Deze 'dotterbehandeling met stentplaatsing' verhelpt een vernauwing van die slagader. Om te voorkomen dat zich in zo’n stent een bloedstolsel vormt, krijgen de patiënten na de ingreep altijd bloedverdunners. Uit promotieonderzoek van Paul Janssen, arts in ons ziekenhuis, blijkt dat de kans op een hartinfarct afneemt wanneer bloedverdunners afgestemd worden op de individuele patiënt.

Janssen, onlangs gepromoveerd aan het Radboudumc, ontdekte dat de bloedverdunner clopidogrel, die doorgaans standaard samen met aspirine wordt gegeven, niet voor alle patiënten even goed werkt. Een onderzoeksgroep van het St. Antonius ontwikkelde vervolgens een testmethode waarmee vastgesteld kan worden welke patiënten beter prasugrel (een andere bloedplaatjesremmer) kunnen krijgen. De testmethode bestaat uit een combinatie van genetisch onderzoek, een snelle bloedtest en een inventarisatie van eigenschappen van de patiënt die samenhangen met een hoger risico, zoals suikerziekte en een slechte pompfunctie van het hart.

Daling van infarcten

Patiënten met een hoge score, en dus een hoger risico, kunnen beter een ander middel dan clopidogrel krijgen, stelt Janssen. “We zagen in ons onderzoek bij ruim 2.000 patiënten dat de kans op ernstige complicaties zoals stenttrombose, een herseninfarct, een hartinfarct of overlijden, gehalveerd werd door het aanpassen van de bloedplaatjesremmer op basis van de risicoscore.” Zo kreeg bijna zes procent van de patiënten in de clopidogrel-groep in het jaar na de dotterbehandeling een hartinfarct, terwijl dit in de groep patiënten met de aangepaste behandeling nog maar twee procent was. "Een bloedverdunner op ‘persoonlijk recept’ is dus effectief, zonder dat de bijwerkingen toenemen", concludeert Janssen.

Promotie

Paul Janssen promoveerde 30 mei op zijn onderzoek. Klinisch chemicus Chris Hackeng en cardioloog Jur ten Berg (beiden St. Antonius) fungeerden als co-promotor. Delen van het promotieonderzoek werden gesubsidieerd door het St. Antonius Onderzoeksfonds, het St. Antonius Innovatiefonds en het ZonMw TopZorg-programma.