Nieuws
18 juni 2020

Subsidie voor onderzoek om kans op beroerte bij hartritmestoornis te verkleinen

Cardioloog Lucas Boersma tijdens een ingreep

Patiënten met boezemfibrilleren die geen bloedverdunners kunnen gebruiken, hebben een hoog risico op beroertes. Sluiting van het linker hartoor - een uitstulping van de linkerboezem - kan dit risico verminderen en de levenskwaliteit van deze patiënten verbeteren. Onder leiding van het St. Antonius Ziekenhuis Utrecht/Nieuwegein starten binnenkort veertien Nederlandse ziekenhuizen met een patiëntonderzoek om de effectiviteit van deze ingreep aan te tonen.

Het onderzoek wordt gefinancierd met een subsidie van maar liefst € 7,7 miljoen uit de regeling Veelbelovende Zorg van Zorginstituut Nederland en ZonMW. Bij bewezen effectiviteit wordt de behandeling in het basispakket opgenomen en als verzekerde zorg vergoed.

Alternatief voor bloedverdunners

Boezemfibrilleren is een veelvoorkomende hartritmestoornis waar vaak oudere mensen last van hebben. Hierbij neemt de pompfunctie van het hart af waardoor de bloedstroom vertraagt (met name in het linker hartoor). Hierdoor ontstaat een risico op stolsels in het bloed waarmee de kans op een beroerte toeneemt.

De meeste patiënten krijgen hiervoor bloedverdunners voorgeschreven. Een grote groep mensen mag echter geen bloedverdunners gebruiken, omdat ze dan een te groot risico lopen op het krijgen van bloedingen. Voor deze patiënten was geen alternatief beschikbaar, totdat de hartoorsluiting werd ontdekt. Geen belastende openhartoperatie, maar een ingreep waarbij met een klein gaatje in de lies een katheter via een ader naar de linkerboezem gaat om het hartoor af te sluiten.

Bewijs voor effectieve zorg

Cardioloog en onderzoeksleider prof. dr. Lucas Boersma van het St. Antonius Hartcentrum en zijn collega dr. Benno Rensing, brachten deze techniek naar Nederland en voerden in 2010 samen de eerste hartoorsluiting in Nederland uit. In Nieuwegein hebben zij voor vakgenoten een Europees trainingscentrum voor hartooringrepen opgezet. Wetenschappelijke onderbouwing voor de ingreep ontbrak nog tot 2017. In dat jaar maakte Boersma tijdens een internationaal cardiologiecongres in Chicago (VS) resultaten bekend van 10 jaar onderzoek naar en toepassing van hartoorsluiting.

Deze resultaten tonen aan dat hartoorsluiting de kans op een beroerte aanzienlijk verlaagt bij patiënten met hartritmestoornissen. Waar het risico zonder behandeling op 7,2 procent ligt, daalt dit door een hartoorsluiting naar 1,1 procent. Het gesubsidieerde onderzoek dat nu volgt, moet voor Nederland het definitieve bewijs leveren dat het afsluiten van de linker hartoor effectieve zorg is die in het basispakket thuishoort.

Meer kwaliteit van leven; minder kosten

Boersma: “Deze ingreep verrichten wij zo’n 30 keer per jaar op basis van ‘compassionate use’. Dat betekent dat de kosten uit andere onderzoeksbudgetten en uit het ziekenhuisbudget worden betaald. Meer is niet mogelijk, waardoor we een grote groep patiënten nog geen optimale behandeling kunnen bieden. In Nederland zijn er jaarlijks tussen de 500 en 1.000 mensen die baat hebben bij deze ingreep. Vooral voor hen zijn wij bijzonder verheugd met de toekenning van deze subsidie.”

Het gesubsidieerde onderzoek gaat zes jaar duren en er doen 600 patiënten uit heel Nederland aan mee. Boersma: “Het gaat erom het bewijs te leveren dat deze behandeling het verschil maakt ten opzichte van de huidige praktijk van niet-behandelen. Minder beroertes en ook minder risico op beroertes betekent voor deze patiëntengroep vooral een sterke verbetering van de kwaliteit van leven. Daarnaast zijn er ook minder kosten voor de maatschappij. De verpleeg- en revalidatiekosten na een beroerte zijn hoog.”