Pip Meershoek: de operatieassistent die zich voortaan doctor mag noemen
Promotie op verfijning van beeldvormende technieken

Promoveren doen artsen en onderzoekers met enige regelmaat in het St. Antonius Ziekenhuis. Maar een operatieassistent die de doctorstitel mag voeren, komt niet vaak voor. Toch is dat vanaf 3 maart het geval. Pip Meershoek (32) verdedigde toen met succes haar proefschrift over innovatieve beeldvormende technieken voor de commissie van de universiteit Leiden. ,,Bijzonder hè? De meeste promovendi zijn dokters. Ik niet,’’ zegt ze daar lachend zelf over.
Meershoek onderzocht manieren om chirurgen beter zicht te geven in het lichaam van de patiënt, zodat ze beter weten waar ze moeten opereren. Inmiddels is ook in het St. Antonius Ziekenhuis de methode gangbaar om lymfeklieren met behulp van een groene kleurstof zichtbaar te maken. Dat beperkt zich echter tot de oppervlakte en een paar millimeter daaronder. Met radioactieve stoffen zijn ook de dieperliggende weefsels te zien.
Nauwkeuriger snijden
De operatieassistente onderzocht die mogelijkheid en stelde vast dat de combinatie chirurgen inderdaad in staat stelt nauwkeuriger en veiliger te werken. In de toekomst ziet Pip de situatie voor zich waarbij met verschillende kleurstoffen diverse weefsels een andere kleur kunnen krijgen. Een bepaalde kleur maakt dan voor de chirurg duidelijk hoe ver hij kan snijden.
Aan het promotietraject van Meershoek ging een bijzondere studie- en scholingsloopbaan vooraf. Al tijdens haar middelbareschooltijd bezocht ze een open dag van de opleiding tot radiodiagnostisch laborant, waarna ze radioloog wilde worden. ,,Dat je in een lichaam kon kijken zonder het open te maken, dat vond ik fascinerend,” zegt ze.
Toestemming
Dus begon ze aan de studie geneeskunde in Leiden. Na haar bachelor moest ze een periode overbruggen voordat ze aan haar coschappen kon beginnen. De studente vulde die tijd op met een stage bij het IMI-lab, een onderzoeksgroep in Leiden die gespecialiseerd is in beeldvormende technieken. ,,Dat beviel zo goed dat ze me vroegen langer te blijven. Daarbij werd me aangeboden te promoveren, wat best bijzonder was voor iemand die nog niet was afgestudeerd. In die tijd stond ik al veel op de operatiekamer. Voor de promotie moest ik wel toestemming voor vragen aan de decaan, toen prof. dr. Pancras Hogendoorn. Met succes. Inmiddels is hij geen decaan meer, maar was hij bij toeval als prorector aanwezig bij mijn promotie. Dat maakt de cirkel toch weer mooi rond.’’
Boekje
Tijdens het promotieonderzoek hervatte Meershoek haar studie met haar eerste coschap, maar dat viel tegen. ,,Ik begon op de interne geneeskunde en dat was geen succes. Geregeld vroeg ik me af: wat doe ik hier? Ik miste de OK. Dus stopte ik met mijn studie en begon aan de opleiding tot operatieassistent. Inmiddels werk ik alweer een aantal jaar op de OK in het St. Antonius. De afgelopen twee jaar heb ik mijn proefschrift geschreven. Kaakchirurg Leander Dubois, waarmee ik vaak in de operatiekamer sta, vroeg mij aan tafel geregeld hoe het stond met ‘mijn boekje’.”
Nu dat af is en de promotie een feit, zegt Meershoek op OK geen verschil in benadering te merken. ,,Ze zijn wel heel trots op me, maar verder werken we net als altijd in een hecht team samen.”
Ze hoopt dat haar bevindingen in de toekomst in de praktijk worden toegepast. ,,Als we hier met meerdere kleuren gaan werken, zou dat wel heel cool zijn.”