Patiëntverhalen

Je doet het samen: Annemary (75) over zorg, familie en herstel

“Iemand naast je hebben die je fijn vindt, helpt je er doorheen.”

Annemary Graveland

Annemary Graveland (75) werkte 45 jaar in de zorg, onder andere op de IC en in de oncologie. Vorig jaar werd ze zelf patiënt. “Ik ben eigenlijk nooit ziek geweest en ineens had ik acute leukemie. Het was heel heftig, ik heb zes weken echt op het randje gelegen.”

De klachten begonnen met buikpijn. “Ik dacht dat het buikgriep was, maar ik kreeg al snel koorts en blauwe plekken.” Haar familie vertrouwde het niet. “Het was Moederdag en mijn kinderen schrokken toen ze me zagen. Ik was altijd vitaal en ineens zo ziek.” Via de huisartsenpost werd ze ingestuurd naar de Spoedeisende Hulp. “Binnen twee uur was de diagnose duidelijk: acute myeloïde leukemie. Toen kwamen we in een enorme rollercoaster terecht.”

Samen overzicht houden

In die periode had Annemary veel steun aan haar gezin. "Ik heb hele lieve kinderen, vier kleinkinderen en natuurlijk mijn man. Dat zijn allemaal toppers.” Tijdens haar opname had zij veel aan hen en waren zij betrokken bij de zorg. “Het ging eigenlijk heel natuurlijk.” Haar dochter sloot bijvoorbeeld aan bij gesprekken met artsen. “Ze wilde graag vragen kunnen stellen. Dan maakten we er samen een soort duo van. De ene schreef mee en de ander stelde de vragen.” Dat gaf overzicht, juist op momenten dat Annemary daar zelf te ziek voor was.

Ook in de dagelijkse zorg hielp haar familie mee. Ze hielpen dan met praktische dingen, zoals het bed verschonen of zorgen dat ze weer comfortabel lag. “Soms zei ik zelfs tegen de verpleegkundigen: jullie hoeven vanmiddag niet meer te komen hoor, want er is al familie die me helpt.” 

Op moeilijke momenten maakte hun aanwezigheid het verschil. “Iemand naast je hebben die je fijn vindt, helpt je er doorheen.” 

Balans tussen naasten en zorgprofessionals

Tegelijk bleef de balans belangrijk. “Sommige dingen moeten verpleegkundigen natuurlijk doen. Bepaalde momenten vond ik erg confronterend, dus dan had ik liever een verpleegkundige erbij in plaats van mijn kinderen. En verpleegkundigen moeten ook goed kunnen observeren hoe het gaat.”

Voor Annemary was het heel fijn dat haar naasten hielpen in de zorg, maar ze begrijpt ook dat dat niet voor iedereen zo is. “Het is belangrijk als je als patiënt en familie weet wat de mogelijkheden zijn. Wat kun je zelf doen en wat niet? Maar het moet niet verplicht voelen. Niet elke patiënt of zijn of haar naasten wil of kan hetzelfde. Je moet daar samen in afstemmen.” 

Terug naar boven