Theo Bor over palliatieve zorg: “Het gaat vooral over hoe je zo goed mogelijk leeft met je ziekte”

Toen Theo Bor met vermoeidheidsklachten naar het St. Antonius Ziekenhuis kwam, voelde hij al dat ‘er iets niet klopte’. Hij bleek uitgezaaide prostaatkanker te hebben. Inmiddels krijgt Theo in ons ziekenhuis palliatieve zorg met hormoontherapie.
Theo Bor: “Eind maart voelde ik me steeds vermoeider. Mijn intuïtie zei dat er iets niet klopte. Na bloedonderzoek bij de huisarts bleken mijn PSA-waarden (een eiwit dat de prostaat maakt) extreem hoog. Theo werd verwezen naar het St. Antonius Ziekenhuis. Ik bleek uitgezaaide prostaatkanker te hebben. Dat kwam hard binnen. En je komt meteen in een molen terecht. Van de huisarts naar het ziekenhuis, alles gaat snel.”
In het geval van Theo was er geen kans meer op genezing. Daar startte hij met palliatieve zorg. “Veel mensen denken bij ‘palliatief’ meteen aan het einde. Maar het gaat vooral over wat nog wél kan – en hoe je zo goed mogelijk leeft met je ziekte. Ik kon zelf mijn behandeling kiezen en werd hier goed over ingelicht.”
Keuzes in de behandeling
Samen met zijn behandelaars besprak Theo de mogelijkheden. “Ik kon ervoor kiezen om mijn hormoontherapie aan te vullen met chemotherapie. Dat wilde ik niet. Ik wilde mijn energie zoveel mogelijk behouden en me zo min mogelijk ziek voelen.” Bij hormoontherapie voor prostaatkanker neem je pillen die het testosteron en daarmee de groei van de kankercellen onderdrukken.
De behandeling slaat bij Theo aan. “Vandaag zijn mijn waarden gemeten en die zijn flink gedaald, dus dat is goed nieuws. De levensverwachting die ik heb gekregen is 2,5 jaar. We zullen het zien. Echte garanties krijg je natuurlijk niet. Ze kunnen in het ziekenhuis niets beloven. Ik heb tot nu toe goede cijfers en probeer het per moment te bekijken. Er kunnen ook andere dingen in je lichaam misgaan, of je kan onder een tram terecht komen. Het leven blijft onvoorspelbaar.”
Vertrouwen in zorgverleners
Theo komt nu één keer in de twee maanden in het ziekenhuis en heeft inmiddels een goede band met zijn zorgverleners. “Ik zie steeds dezelfde artsen, zoals de oncoloog en andere behandelaren. Ze kennen mijn verhaal en nemen de tijd voor mij.”
“Vanaf het eerste gesprek met verpleegkundig specialist Harmke Verwoerd voelde het goed. Zij is open en direct. Ik wilde geen valse hoop, geen mooie praatjes. Slecht is slecht en goed is goed.”
Zo was de zij vanaf het begin eerlijk over de bijwerkingen van hormoontherapie: “Opvliegers, transpiratie en soms pijn in mijn gewrichten. Dat is vervelend, maar voor mij acceptabel.”
Naast de fysieke bijwerkingen heeft de hormoontherapie ook een mentale impact. “Ik ben gevoeliger, dingen raken mij sneller. Een ontmoeting met mijn kinderen bijvoorbeeld. Ik ben sowieso een gevoelsmens, maar nu komen dingen harder binnen.”
Kwaliteit van leven
Ondanks alles blijft Theo optimistisch. “Je wordt geconfronteerd met het feit dat het leven eindig is. Het is moeilijk om te bevatten, voor mezelf en voor mijn omgeving. Maar ik probeer niet te ver vooruit te denken. Als me energiek genoeg voel, ga ik graag naar buiten. De natuur in, naar de Biesbosch of vogels kijken.”
Samen met zijn vrouw, met wie hij al zesenvijftig jaar getrouwd is, probeert hij er zo goed mogelijk mee om te gaan. “We praten open met elkaar. Ook mensen in mijn omgeving vertel ik over mijn situatie. Die vinden het soms moeilijker dan ik zelf. Het komt voor velen als een verrassing, omdat ik er niet ziek uit zie.”
Samen zijn ze in augustus zijn we verhuisd naar een appartement. “Minder onderhoud, meer rust. Ik hoop het voorjaar nog mee te maken, op het balkon te zitten en met de camperbus op pad te gaan.”
Tot slot heeft hij een boodschap voor anderen die palliatieve zorg krijgen. “Probeer je rust te vinden bij de situatie. Accepteren dat je zorg palliatief is, is iets heel ongrijpbaars – het lukt mij ook niet altijd om het te bevatten. Maar je hoeft het niet alleen te doen.”