Het plaatsen van een hartritmemonitor
Een hartritmemonitor is een klein apparaatje dat onder uw huid op uw borst wordt geplaatst en uw hartritme meet. Het wordt ook wel een looprecorder genoemd. De arts plaatst het apparaatje onder uw huid op uw borst. Het meet het ritme van uw hart. Het apparaatje slaat die metingen soms op. Een zorgverlener bekijkt de gegevens in het ziekenhuis.
Waarom krijgt u een hartritmemonitor
U heeft klachten zoals flauwvallen, duizeligheid of hartkloppingen. En de arts weet niet precies waarom u deze klachten heeft. De arts kan met de hartritmemonitor uw hartritme bekijken en beoordelen.
Op deze pagina snel naar
Meer over de hartmonitor
Hoe werkt de hartritmemonitor?
De hartritmemonitor kijkt de hele dag en nacht naar het ritme van uw hart. Is uw hartritme anders dan het zou moeten zijn? Dan slaat de monitor uw hartritme op. U hoeft hier zelf niks voor te doen. De opname wordt naar het ziekenhuis doorgestuurd.
Klachten zelf vastleggen
Heeft u klachten? Dan kunt u het hartritme zelf opslaan door op de knop van de afstandsbediening te drukken. Of u geeft in een app op uw telefoon aan dat u klachten heeft. De hartritmemonitor slaat het hartritme op van kort voordat u op de knop drukt. Valt u flauw? Dan kan iemand anders voor u het hartritme registreren.
Batterij
De batterij van de hartritmemonitor doet het ongeveer 3 jaar. Is de batterij leeg? Dan kan de hartritmemonitor verwijderd worden. De zorgverlener doet dit altijd in overleg met u. Soms kan de monitor ook blijven zitten.
Lees meer
Meer over het hart
Het hart is een spier die als een pomp werkt. Het bestaat uit 4 holtes: 2 boezems (links en rechts) en 2 kamers (links en rechts). Door het afwisselend samentrekken en ontspannen van de boezems en de kamers, wordt het bloed in het lichaam rondgepompt. Voordat de boezems en de kamers samenknijpen, loopt er een elektrische prikkel over het hart die begint in de sinusknoop. Deze sinusknoop bevindt zich hoog in de rechterboezem. De elektrische prikkel wordt eerst over de boezems verspreid en loopt daarna via de AV-knoop en het geleidingssysteem naar de kamers.
Soms wordt deze prikkelvorming verstoord en ontstaat er een hartritmestoornis. Tijdens een hartritmestoornis klopt het hart te snel, te langzaam of onregelmatig. In het ergste geval ontstaat er een hartstilstand. Een hartritmestoornis kan continue aanwezig zijn of aanvalsgewijs optreden. De ritmestoornis duurt dan enkele seconden, uren of een aantal dagen. Niet iedereen ondervindt klachten van een hartritmestoornis.

Voorbereiding
Datum van behandeling
Een aantal weken voor de behandeling krijgt u bericht over de datum, tijd en plek van de behandeling. U ontvangt dan ook informatie over hoe u zich kunt voorbereiden. En u hoort meer over de voorbereidingen die u kunt doen.
Plastabletten
Gebruikt u plastabletten? Neem deze dan pas na de behandeling in.
Ander medicijnen
U kunt uw andere medicijnen gewoon blijven innemen.
Scheren
Heeft u haar op uw borst? U kan dit voor de behandeling scheren. Uw zorgverlener kan dit ook voor u doen.
Allergieën
Heeft u allergieën? Bespreek dit dan voor de behandeling met uw zorgverlener.
Iemand meenemen naar uw afspraak
U mag niet zelf naar huis rijden. Neem daarom iemand mee die u na uw behandeling thuis kan brengen.
Behandeling
In de video hieronder leggen we uit hoe de hartritmemonitor wordt geplaatst.
Het plaatsen van de hartritmemonitor
Duur van de behandeling
Het plaatsen van de hartritmemonitor duurt 10 minuten. U bent in totaal ongeveer 1 uur in het ziekenhuis. Dit komt door de voorbereiding en de uitleg over de monitor.
Signaal controleren
Na het plaatsen van de hartritmemonitor controleert de arts met een andere zorgverlener of het signaal goed is. Is het signaal nog niet goed? Dan worden de instellingen van de monitor aangepast.
Uitleg hartritmemonitor
Na de behandeling krijgt u een uitleg over hoe de hartritmemonitor werkt.
Nazorg
Douchen met douchepleister
De eerste 3 dagen moet u tijdens het douchen een douchepleister over uw wond dragen.
Wond niet meer afdekken
Na 3 dagen hoeft de wond niet meer afgedekt te worden met een pleister.
Weer intensief sporten en zwaar tillen
U mag een week na uw behandeling weer intensief sporten. Tot die tijd moet u voorzichtig zijn. Voorkom druk op de wond. Dit helpt bij uw herstel. Luister naar uw lichaam en neem rust als dat nodig is.
Niet in bad of naar de sauna
Ga de eerste weken na de behandeling niet in bad of naar de sauna. Is de wond helemaal genezen? Dan mag u weer in bad of naar de sauna.
Controles
Opnames bekijken
Een zorgverlener bekijkt de opnames van uw hartritme in het ziekenhuis op kantoordagen. Dat gebeurt via een kastje bij u thuis. Of een app of uw telefoon. U hoeft hiervoor niet naar het ziekenhuis te komen. Als het nodig is wordt er contact met u opgenomen.
Neem contact op bij klachten
Het is belangrijk om te weten dat zorgverleners de opnames van uw hartritme niet de hele dag door bekijken. Heeft u ernstige klachten? Neem dan zelf contact op met het ziekenhuis.
Tijdens kantoortijden belt u met het Hartcentrum op 088 320 1100.
Buiten kantoortijden belt u met de Eerste harthulp via 088 320 2267 (alleen bij spoed).
Controles
Na ongeveer 2 maanden heeft u een gesprek met de arts. Dit kan telefonisch of in het ziekenhuis. Daarna heeft u 1 keer per jaar een afspraak met de arts.
Complicaties
Klachten
Is uw wond rood, gezwollen of komt er pus uit? Of heeft u koorts? De wond is dan misschien ontstoken. Neem contact op met het ziekenhuis.
Tijdens kantoortijden belt u met het Hartcentrum op 088 320 1100.
Buiten kantoortijden belt u met de Eerste harthulp via 088 320 2267 (alleen bij spoed).
Nabloeding
Het kan zijn dat de wond bloedt op de plek waar de hartritmemonitor geplaatst is.
Pijn
U kunt pijn voelen. U mag hiervoor paracetamol nemen. Neemt de pijn toe? Neem dan contact op met uw zorgverlener.
Leven met een hartritmemonitor
Dagelijks bezigheden
Met een hartritmemonitor kunt u alles doen wat u normaal ook doet.
Andere zorg krijgen
U kunt andere behandelingen of operaties krijgen als u een hartritmemonitor draagt. Dat is geen probleem.
Pasje meenemen
Na de behandeling krijgt u een pasje. Daarop staat informatie over het type hartritmemonitor dat u heeft. Zorg ervoor dat u dit pasje altijd bij u heeft. Zo kunnen zorgverleners u beter helpen. U kunt de pas ook laten zien bij douane- en veiligheidscontroles.