Behandelingen & onderzoeken

Bloedonderzoek na hartinfact en andere hartklachten

Bloed bevat veel informatie, ook over het hart. Daarom is bloedonderzoek na een hartinfarct of bij (mogelijke) andere hartproblemen een belangrijk hulpmiddel om de juiste diagnose te stellen.

Op deze pagina snel naar

Meer over bloedonderzoek na hartinfarct

Bij een hartinfarct beschadigt het hart. Door die beschadiging komen stoffen vrij in het bloed. Dat zijn zogenaamde hartenzymen. Deze stoffen geven de schade aan de hartspier weer. Met een bloedonderzoek kun je deze hartenzymen aantonen en een hartinfarct met zekerheid vaststellen of uitsluiten.In de eerste uren tot enkele dagen na een hartinfarct nemen de waarden van de hartenzymen toe. In de meeste gevallen zullen de waarden binnen een week weer normaliseren. De maximale waarden zeggen iets over de grootte van het hartinfarct.

De belangrijkste hartenzymen die na een hartinfarct zichtbaar worden in het bloed, zijn troponine en CK-MB. Bij een bloedonderzoek na een hartinfarct wordt o.a. gekeken naar de waardes van deze hartenzymen.  

Troponine

Bij de verdenking op een hartinfarct, wordt er een buisje bloed afgenomen. Hierin wordt de waarde van het troponine bepaald. Troponine is een eiwit dat er normaal voor zorgt dat de hartspier kan samentrekken. Als het hart en hartweefsel gezond zijn, is de hoeveelheid troponine in het bloed laag. Tijdens een hartinfarct komt troponine vrij. Dit is na 3 uur in de bloedbaan meetbaar. De maximale waarde zegt iets over de grootte van het hartinfarct. Als de hartschade is veroorzaakt door een hartinfarct blijft troponine tot 2 weken verhoogd.

De hoeveelheid troponine zegt alleen iets over schade aan de hartspier. Als andere spieren beschadigd zijn door een ongeval of intensief sporten, zie je dit niet terug in de hoeveelheid troponine.

CK-MB

Bij het bloedonderzoek na een hartinfarct wordt ook vaak gekeken naar de waarde van het hartenzym creatinekinase-MB (CK-MB). Deze test is niet zo specifiek als troponine en kan aangevraagd worden als troponine niet beschikbaar is. CK-MB wordt aangevraagd in combinatie met CK. Een hoog totaal CK geeft aan dat er schade is aan spieren. CK-MB helpt schade aan spieren en schade specifiek aan de hartspier van elkaar te onderscheiden. 

De CK-MB-concentratie begint bij een acuut hartinfarct na 3 tot 6 uur te stijgen. De hoogste waarde wordt bereikt na 12 tot 20 uur. Daarna worden de waarden weer normaal.

Cholesterolgehalte

Een hoog cholesterolgehalte in het bloed vergroot je kans op hart- en vaatziekten. Cholesterol is een vetachtige stof. Ons lichaam heeft cholesterol nodig om goed te kunnen functioneren. Het gebruikt cholesterol als bouwstof voor lichaamscellen en hormonen. Cholesterol wordt aangemaakt in de lever. Een klein deel zit in ons eten. Normaal gesproken maakt het lichaam precies genoeg cholesterol aan. Onder allerlei omstandigheden kan dit uit balans raken. Om de kleine bolletjes cholesterol zit een laagje eiwit. Dit laagje zorgt ervoor dat het cholesterol door het bloed vervoerd kan worden. De 2 belangrijkste eiwit-cholesteroldeeltjes zijn LDL en HDL. LDL wordt slecht cholesterol genoemd en HDL goed cholesterol. Het LDL-cholesterol kan zich vastzetten in de binnenwand van bloedvaten. Ze blijven plakken aan beschadigingen van de vaatwanden. De hoeveelheid van het 'slechte' en het 'goede' cholesterol zegt iets over de kans dat iemand in de toekomst hart- en vaatziekten gaat ontwikkelen.

Na een hartinfarct wordt een zo laag mogelijke waarde van het LDL nagestreefd. Als ideale streefwaarde geldt: kleiner dan 1.8mmol/L. De cardioloog zal dit in de eerste periode na een hartinfarct met behulp van bloedonderzoek controleren. Is de waarde goed, dan neemt de huisarts de controle over.

De belangrijkste cholesterolverlagers zijn statines, maar ook andere medicatie kan het cholesterol verlagen.

Overig bloedonderzoek bij hartklachten

INR (stolling)-waarde

Voor mensen die bloedverdunners van de Trombosedienst krijgen, is de stollingsfactor: de 'INR' een belangrijke waarde om in de gaten te houden bij hartklachten. De INR is een maat voor de dikte van het bloed. Hoe hoger de INR, des te dunner is het bloed.

Bij patiënten met een mechanische kunsthartklep is het belangrijk dat het bloed dunner is dan normaal. Anders kunnen er bloedpropjes op de kunstklep ontstaan, die op hun beurt weer een herseninfarct kunnen veroorzaken. Maar een te hoge dosering bloedverdunners kan juist bloedingen veroorzaken. Daarom moet de stollingsfactor regelmatig door de Trombosedienst gemeten worden. De streefwaarde van de INR ligt voor de meeste indicaties tussen de 2.5 en 3.5, maar kan om bepaalde redenen aangepast worden.

Bij de meeste patiënten kan in de loop van de tijd een stabiele INR-waarde bereikt worden en hoeft het bloed maar enkele keren per maand gecontroleerd te worden. Ziekte of medicatiewijzigingen kunnen de INR-waarde beïnvloeden. Bespreek dit altijd met de Trombosedienst of de specialist.

BNP en (NT pro)-BNP

Waarden die ook nagekeken worden in het bloed bij hartklachten zijn de BNP en NT pro-BNP. Deze stofjes komen vrij als de hartspier lang onder hoge druk staat. Een verhoogde waarde van deze stofjes in het bloed kan wijzen op hartfalen en is altijd een reden om aanvullend onderzoek te verrichten. 

Algemene bloedwaarden en nierfunctie

Ook zal bij patiënten met hartfalen met regelmaat een algemeen bloedwaardenonderzoek gedaan worden en de nierfunctie gecontroleerd worden.

Toon meer over bloedonderzoek na hartinfarct en andere hartklachten

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Hartcentrum is een toonaangevend behandelcentrum voor alle vormen van hartklachten en - aandoeningen. We maken hierbij gebruik van de nieuwste behandelmethoden en –technieken. We zijn bovendien het grootste hartcentrum van Nederland en leveren kwalitatief hoogwaardige zorg tot ver buiten de regiogrenzen.

Jaarlijks voeren onze cardiologen en hartchirurgen gemiddeld 2.000 hartoperaties en 2.400 interventies (dotterbehandelingen, onderzoeken etc.) uit.

Veilige zorg in het ziekenhuis

In het St. Antonius Ziekenhuis staat veiligheid voorop. Onze medewerkers doen er alles aan om uw bezoek aan het ziekenhuis zo goed mogelijk te laten verlopen. Help ons s.v.p. om goed voor u te zorgen door ons te vertellen:  

• Welke medicijnen u gebruikt.
• Of u allergieën heeft.
• Of u (mogelijk) zwanger bent.
• Als u iets niet begrijpt.
• Wat u belangrijk vindt.
• Als u iets ziet wat niet schoon is.
 
Op de website van de Nederlandse Patiëntenfederatie leest u meer tips over hoe u zelf kunt bijdragen aan veilige zorg.

Toon meer over bijdragen aan veilige zorg

Gerelateerde informatie

Code
CAR 92-O