MRI van het hart met adenosine/regadenoson
Contact
Een MRI (Magnetic Resonance Imaging) brengt via magnetische technieken delen van het lichaam in beeld. Er wordt geen gebruik gemaakt van röntgenstraling. Het onderzoek is niet pijnlijk en voor zover bekend niet schadelijk.
Met een MRI van het hart kan worden onderzocht of het hart bij inspanning te weinig zuurstof krijgt. Zuurstoftekort van de hartspier zorgt meestal voor pijn of druk op de borst, kaak of arm en gaat samen met doorbloedingsstoornissen van de hartspier. Deze doorbloedingsstoornissen kunnen goed in beeld worden gebracht met dit MRI-onderzoek.
Op deze pagina snel naar
Meer over MRI van het hart met adenosine/regadenoson
De bloeddoorstroming wordt zowel in rust als bij belasting gemeten. Hiervoor wordt een contrastmiddel via een infuus in de arm ingespoten. Met behulp van de MRI-scanner is het mogelijk om het contrastmiddel zichtbaar te maken in de hartspier. Eventueel zuurstoftekort van de hartspier kan zo worden gezien.
Om de hartspier te laten inspannen tijdens het onderzoek krijgt u een medicijn (adenosine of regadenoson) ingespoten.
Voorbereiding
Vragenlijst invullen
Voor de afspraak ontvangt u een vragenlijst om in te vullen.
- Ontvangt u deze digitaal via het patiëntportaal 'Mijn Antonius'? Vul deze online in.
- Ontvangt u deze op papier? Vul deze in en neem het formulier mee naar de afspraak.
Heeft u een van de vragen met 'JA' beantwoord? Neem dan contact op met de afdeling Radiologie. Het kan zijn dat het onderzoek niet kan doorgaan.
- Heeft u een pacemaker of andere elektronische hulpmiddelen? Neem dan contact op met uw behandelend arts of u een MRI/MRA-onderzoek kunt ondergaan.
- Is uw gewicht boven de 110 kg? Neem dan contact op met de afdeling Radiologie.
Wat neemt u mee naar de afspraak?
- De ingevulde papieren vragenlijst (als u deze niet digitaal maar op papier hebt ingevuld);
- Uw zorgverzekeringspas;
- Uw identiteitsbewijs.
Eten en drinken
- Op de dag voor het onderzoek en op de dag van het onderzoek mag u geen producten met cafeïne erin eten en drinken, zoals koffie, thee, cola, energydrank en chocolade. Cafeïne kan dit onderzoek verstoren.
- Drink 24 uur voor het onderzoek geen cafeïnevrije koffie of kruidenthee.
- Op de dag van het onderzoek mag u geen bananen eten.
Als u in de 24 uur voorafgaand aan dit onderzoek producten met cafeïne erin eet of drinkt, kan het onderzoek niet doorgaan.
Kleding, sieraden en persoonlijke voorwerpen
Zorg dat u comfortabele kleding draagt tijdens het onderzoek. Wij adviseren een pyjamabroek mee te nemen. U kunt zich omkleden voordat u de MRI-scan in gaat.
Onderstaande kledingstukken en/of accessoires mogen NIET in de MRI:
- Metalen knopen, ritsen, haakjes of bh-beugels;
- Sieraden (trouwringen van goud, zilver of platina kunnen wel om blijven).
- Haarspelden en hairextensions met clip of metalen draad.
- Medicatiepleisters.
Alle metalen/magnetische voorwerpen moeten buiten de onderzoeksruimte blijven, zoals: bankpas, horloge, sleutels, munten, aansteker, sieraden, gehoorapparaten, gebitsprothese, telefoon, mechanische en/of elektrische voorwerpen. Deze voorwerpen laat u achter in onze afsluitbare kleedkamer.
Zwangerschap
Bent u zwanger? Vertel dit aan uw behandelend arts. Er is nog niet aangetoond dat een MRI-onderzoek schadelijk is voor het ongeboren kind. Toch wordt het onderzoek liever niet in de eerste 16 weken van de zwangerschap gedaan.
Borstvoeding
Als u contrastvloeistof krijgt toegediend dan wordt dit voor minder dan 1% uitgescheiden in de moedermelk. Contrast lijkt geen schadelijke gevolgen te hebben voor baby’s die borstvoeding krijgen.
Wilt u niet dat uw baby deze minimale hoeveelheid contrast binnenkrijgt, dan kunt u de borstvoeding tot 24 uur na het onderzoek afkolven en weggooien.
Angst voor kleine ruimtes
Bent u bang bent voor kleine ruimtes (claustrofobie)? Vertel dit aan uw behandelend arts. Uw arts kan dan voor het onderzoek een ontspannend medicijn voorschrijven. Houd er rekening mee dat u door het medicijn niet mag autorijden of fietsen. Regel vooraf dat iemand u na het onderzoek naar huis kan brengen.
Als u zo veel last heeft van angst voor kleine ruimtes (claustrofobie) dat u twijfelt of het onderzoek wel gaat lukken: neem dan telefonisch contact met ons op, het telefoonnummer vindt u in het contactkader. We bespreken dan hoe we het onderzoek toch mogelijk kunnen maken.
Mijn Antonius-account aanmaken
Mijn Antonius is het beveiligde online patiëntenportaal van het St. Antonius Ziekenhuis. Heeft u nog geen account? Dan is het handig als u er een aanmaakt. Op onze webpagina Mijn Antonius leest en ziet u hoe u dit eenvoudig doet.
Uw afspraak verzetten of afzeggen
Kunt u niet? Geef dit dan zo snel mogelijk aan ons door, uiterlijk 48 uur voor uw afspraak. Dan kunnen wij in uw plaats een andere patiënt helpen. In Mijn Antonius kunt u veel afspraken zelf verzetten of afzeggen. Lukt dat niet? Neem dan altijd telefonisch contact op met de poli.
Komt u zonder afmelding niet naar uw afspraak, dan leggen we dit vast in uw dossier. Gebeurt dit 3 keer voor dezelfde afspraak, dan verwijzen we u terug naar uw huisarts. U heeft dan een nieuwe verwijzing nodig om een afspraak te maken.
Onderzoek
Controleren vragenlijst en kleding
Voor het onderzoek kan beginnen, controleert de laborant samen met u de ingevulde vragenlijst. De laborant controleert ook of er geen metalen
voorwerpen in uw kleding zitten. Alle kleding waar iets van metaal in zit moet uit en achterblijven in het kleedhokje.
Infuus, elektroden en bloeddrukmeter
In één of beide armen krijgt u een infuus. Een infuus is een flexibele kunststof hol slangetje, dat met een naald in de bloedbaan wordt gebracht. De naald wordt daarna weer verwijderd en het slangetje blijft in het bloedvat zitten. Door dit slangetje wordt het contrastvloeistof of medicijn in het lichaam gebracht.
Ook worden elektroden op uw borst geplakt. Deze registreren tijdens het onderzoek de hartslag. Om uw bloed te meten krijgt u een bloeddrukmeter om uw bovenarm.
Plaatsing lichaamsdeel
Tijdens het onderzoek ligt het lichaamsdeel, waar de scan van gemaakt wordt, in het midden van de MRI. De tunnel van de MRI is aan het hoofd- en voeteneinde open.
Voorbeeld: als u voor uw voet komt, dan ligt uw voet in het midden van de MRI en kan het zo zijn dat uw hoofd er nog buiten ligt. Dit is afhankelijk van uw lengte. Komt u echter voor uw hoofd, dan ligt uw hoofd in het midden van de MRI. De tunnel van de MRI is aan het hoofd- en voeteneinde open.

Geluid en muziek
De MRI maakt tijdens het scannen een onregelmatig, hard kloppend geluid. U krijgt oordopjes en een koptelefoon om uw gehoor te beschermen. Met behulp van de koptelefoon is het mogelijk om muziek te luisteren.
Contact met de laborant
De laborant is tijdens het onderzoek buiten de scan-ruimte, maar kan u wel zien. U heeft contact met de laborant via een microfoon.
In geval van nood kunt u via een knijpbel in uw hand de laborant waarschuwen. Het is mogelijk dat u instructies krijgt via de intercom tijdens het onderzoek. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek zo stil mogelijk blijft liggen.
Contrastvloeistof
Soms maken we een scan met behulp van contrastvloeistof. Deze vloeistof zorgt ervoor dat uw organen of bloedvaten beter zichtbaar zijn op de scan.
De radioloog bepaalt of contrastvloeistof nodig is. Is contrastvloeistof bij uw onderzoek nodig? Dan krijgt u voor de scan een infuus. Een infuus is een flexibel kunststof hol buisje met een slangetje eraan, dat met een naald in een ader wordt gebracht. De contrastvloeistof komt via het slangetje in uw lichaam.
MRI-contrastmiddel bevat geen jodium. Bijwerkingen zijn zeldzaam en kunnen bestaan uit darmkrampen, misselijkheid en braken.
Contrastvloeistof en borstvoeding
Contrastvloeistof wordt voor minder dan 1% uitgescheiden in de moedermelk. Contrastvloeistof lijkt geen schadelijke gevolgen te hebben voor baby’s die borstvoeding krijgen. Wilt u niet dat uw baby deze minimale hoeveelheid contrastvloeistof binnenkrijgt, dan kunt u de borstvoeding tot 24 uur na het onderzoek afkolven en weggooien.
Contrastvloeistof en bloed- of urineonderzoek
Moet u na het onderzoek met contrastvloeistof nog bloed- of urineonderzoek laten doen? Doe dat dan pas minimaal 4 uur nadat u contrastmiddel heeft gekregen. Contrastmiddel heeft namelijk voor een aantal uur invloed op de uitslag van bloed- en urineonderzoek.
Bijwerkingen medicijnen
Om tijdens het onderzoek de hartspier zich te laten inspannen krijgt u het medicijn Adenosine of Regadenoson. Wanneer u deze medicijnen ingespoten krijgt kunt u last krijgen van:
Adenosine
- pijn op de borst
- verandering van hartslag
- hoofdpijn
- duizeligheid
- kortademigheid
- misselijkheid.
Regadenoson
- duizeligheid
- hoofdpijn
- kortademigheid
Deze bijwerkingen verdwijnen binnen 30 minuten na het inspuiten van het medicijn.
Tijdsduur van het onderzoek
Het onderzoek duurt 60 tot 90 minuten.
Nazorg
Naar huis
Na het onderzoek mag u zelf naar huis rijden, tenzij u een ontspannend medicijn heeft gekregen.
Wanneer u een kalmerend medicijn heeft gekregen mag u niet zelf naar huis rijden of fietsen. Regel vooraf dat iemand u naar huis brengt.
Uitslag van het onderzoek
De uitslag van het onderzoek krijgt u van uw behandelend arts. De onderzoeker mag u hierover geen informatie geven. De uitslag van bepaalde onderzoeken kunt u na 2 weken ook inzien in uw eigen dossier via Mijn Antonius.
Meer informatie
Narcose
Als u een verdovend middel krijgt om u in slaap te brengen tijdens het onderzoek (dit heet narcose), dan krijgt u van de afdeling Anesthesie te horen hoe u zich moet voorbereiden.