Onderzoek naar longfibrose

Nucleaire beeldvorming bij longfibrose

Beeldvorming is heel belangrijk bij het stellen van een diagnose en het in beeld brengen van ziekteprocessen. Daarbij kan nucleaire beeldvorming (het in beeld brengen van actieve processen in de long) extra informatie opleveren, die nuttige informatie geeft over de behandeling van ILD.

Een veel belovende methode van beeldvorming is de PET/CT-scan. Door de CT- en de PET- scan te combineren kunnen we eventuele actieve processen, zoals ontstekingen, in beeld brengen.

Organen en weefsels worden op twee manieren in beeld gebracht:

  • PET-scan: hierbij wordt een radioactieve stof Zr89 in een bloedvat in de arm gespoten. Deze stof hopt zich op in eventuele zieke organen en weefsels . De straling die deze stof uitzendt, wordt door de scanner opgevangen en in beelden omgezet (hoe zwarter, hoe meer opgenomen radioactieve stof).
  • CT-scan: hierbij brengen we met röntgenstralen de grootte, ligging en vorm van uw organen en weefsels in beeld.

Help ook mee onderzoek mogelijk te maken

Dit onderzoek in het kort

Doel

Meer inzicht krijgen en de beste behandeling vinden voor telomeer gerelateerde (long) ziekten. 

Omschrijving onderzoekDeze studie is een vervolg op het onderzoek van Ruth Keijzers

Met deze studie kijken we hoe de PET/CT-scan eventuele actieve processen, zoals ontstekingen, in beeld kan brengen. Hiermee zou de behandeling van de patiënt beter in de gaten gehouden kunnen worden.

OnderzoekerHuman Adams, MSc
FinancieringTopzorg

Onderzoeken en resultaten

Patiënten waarbij Ritiuximab (RTX) niet werkte, hadden een significant hogere miltactiviteit dan patiënten die goed reageerden op dit medicijn. Er is een verband tussen het niet werken Rituximab en een actievere milt.

Resultaten

  • Rituximab (RTX) voor immuungemedieerde ontstekingsziekte (IMID) met interstitiële pneumonitis (IP) zorgt voor afname van de perifere B-cellen bij IMID-IP en daarmee het stilleggen van de actieve ontsteking. Echter bij ongeveer een derde van de patiënten heeft behandeling met RTX geen resultaat, zonder duidelijke redenen. Hoewel er wel een volledige afname van de perifere B-cel lijkt te zijn, is er geen succesvol behandelresultaat. 
  • Een hypothese is dat bij patiënten die niet op RTX-behandeling reageren, de milt-B-cellen een rol kunnen spelen bij het herstel van B-cellen en het aantrekken van naïeve B-cellen. Het doel van deze studie is om te zoeken naar indicatoren in Zr-rituximab PET / CT-scan van de milt die zouden kunnen verklaren waarom de behandeling niet werkt.
  • De PET- / CT-scangegevens van 20 patiënten met IMID-IP, die deelnamen aan een fase II-studie en werden behandeld met RTX, werden geanalyseerd. Na 6 maanden werden de patiënten ingedeeld in 2 groepen. Patiënten die goed reageerden op RTX  (RP) en patienten waarbij de behandeling niet werkte (NR). Resultaat: bij 6 op de 20 patiënten (30%) werkte RTX niet, terwijl alle patiënten geen B-cellen in hun blied hadden. Deze patiënten hadden een significant hogere miltactiviteit dan patiënten bij wie het medicijn wel werkte.

Patiënten zonder reactie op RTX hadden een significant hogere miltactiviteit dan patiënten die wel goed op dit medicijn reageerden.

Deze studie beschrijft de eerste immuno-PET-studie met Zr89-gelabeld rituximab in een patiëntengroep zonder kanker, maar met patiënten waarbij behandeling voor interstitiële pneumonitis niet werkt. Immunotherapie in de vorm van monoklonale antilichamen wordt veel gebruikt voor de behandeling van kanker en verschillende auto-immuunziekten. De laatste tijd hebben meer klinische studies immuno-PET geïmplementeerd als een onderzoeksinstrument bij het voorspellen en selecteren van kankerpatiënten die in aanmerking zouden komen voor immunotherapie. Deze studie beschrijft de eerste immuno-PET-studie met Zr89-gelabeld rituximab in een patiëntengroep zonder kanker, maar met patiënten waarbij behandeling voor interstitiële pneumonitis niet werkt.

In ons manuscript rapporteren we de eerste immuno-PET-bevindingen bij 10 patiënten met auto-immuun longaandoeningen, waarbij we drie belangrijke observaties doen:

  • 1) De  [89Zr] Zr-rituximab PET vertoont meetbare verschillen tussen onze auto-immuunpatiënten. Dit is een belangrijke bevinding aangezien we een zeer lage Zr89-stralingsdosis hebben gebruikt. Deze bevinding opent ook de weg naar een vervolgstudie om het verband tussen klinische respons en immuno-PET-bevindingen bij onze patiënten met auto-immuunziekten te analyseren.
  • 2) Immuno-PET in deze patiëntengroep lijkt veilig, hoewel één patiënt een ernstige allergische reactie op rituximab had. De scan kan worden uitgevoerd zonder risico op bijwerkingen van het therapeutische rituximab.
  • 3) De bevindingen suggereren dat het scanprotocol voor deze groep patienten verder geoptimaliseerd zou kunnen worden met een andere therapeutische rituximab-dosis en / of injectie van [89Zr] Zr-rituximab vóór therapeutisch rituximab. Dit helpt andere immuno-PET-onderzoeken bij niet-oncologische patiënten.
Terug naar boven