Behandelingen & onderzoeken

MRI van het hart met adenosine/regadenoson

Met een MRI van het hart kan worden onderzocht of het hart bij inspanning zuurstof te kort komt. Zuurstoftekort van de hartspier uit zich meestal in pijn of druk op de borst, kaak of arm en gaat gepaard met doorbloedingsstoornissen van de hartspier. Deze doorbloedingsstoornissen kunnen goed in beeld worden gebracht met dit MRI-onderzoek.

Op deze pagina snel naar

Meer over MRI van het hart met adenosine/regadenoson

De bloeddoorstroming wordt zowel in rust als bij belasting gemeten. Hiervoor wordt een contrastmiddel via een infuus in de arm ingespoten. Met behulp van de MRI-scanner is het mogelijk om het contrastmiddel zichtbaar te maken in de hartspier. Eventueel zuurstoftekort van de hartspier kan zo worden opgespoord.

Het gedeelte van het onderzoek waarbij uw hartspier belast wordt, vindt plaats met behulp van de geneesmiddelen Adenosine of Regadenoson.

Voorbereiding

Eten en drinken

Als u in de 24 uur voorafgaand aan dit onderzoek cafeïnehoudende producten gebruikt, kan het onderzoek niet doorgaan.

Het gebruik van cafeïne kan dit onderzoek nadelig beïnvloeden. Het is dus heel belangrijk dat u op de dag vóór het onderzoek én op de dag van het onderzoek géén cafeïnehoudende producten gebruikt. Dit betekent géén (cafeïnevrije) koffie, thee, cola en chocolade of andere cafeïnehoudende producten eten of drinken.

Op de dag van het onderzoek

U mag tot 3 uur vóór het onderzoek nog een lichte maaltijd gebruiken. Daarna moet u nuchter blijven.

Vragenlijst

Bij het MRI-onderzoek wordt gebruik gemaakt van een sterk magneetveld. Voordat het onderzoek begint, is het belangrijk te weten of u metalen voorwerpen in uw lichaam heeft. Deze kunnen namelijk reageren op het magnetische veld en daardoor storingen en/of complicaties geven bij het onderzoek.

Bij deze informatie hoort een vragenlijst. We vragen u deze volledig in te vullen en naar het onderzoek mee te nemen.

Graag van te voren aangeven

Angst voor kleine ruimtes

Heeft u in meer of mindere mate last van claustrofobie, meld dit dan ruim vóór het onderzoek bij uw behandelend arts. De arts kan dan maatregelen nemen, zodat het onderzoek voor u zo prettig mogelijk verloopt. Ook bestaat de mogelijkheid om een begeleider mee te nemen in de MRI-ruimte.

Heeft u (een van de) andere vragen op de vragenlijst met JA beantwoord?

Neem dan contact op met de afdeling Radiologie. Het kan zijn dat het onderzoek niet kan doorgaan.

Zwangerschap en borstvoeding

Bij een MRI voor het hart wordt soms de medicatie Regadenoson gebruikt, waarvan de veiligheid niet voldoende is onderzocht bij kinderen onder de 18 jaar en bij zwangere vrouwen. Bent u zwanger? Neem dan contact op met uw behandelend arts, de MRI kan waarschijnlijk niet doorgaan.

Geeft u borstvoeding?

Contrast dat u krijgt toegediend voor een MRI-onderzoek wordt voor minder dan 1% uitgescheiden in de moedermelk. Contrast lijkt geen schadelijke gevolgen te hebben voor baby’s die borstvoeding krijgen. Wilt u niet dat uw baby deze minimale hoeveelheid contrast binnenkrijgt, dan kunt u de borstvoeding tot 24 uur na het onderzoek afkolven en weggooien.

Geen metalen voorwerpen

Het is belangrijk dat er geen magnetische en metalen voorwerpen in de buurt van het MRI-apparaat komen. In de onderzoeksruimte mag u een groot aantal voorwerpen daarom niet bij u hebben.

  • Heeft u magnetische of elektronische hulpmiddelen? Overleg dan met uw behandelend arts of u een MRI/MRA-onderzoek kunt ondergaan.
  • Persoonlijke voorwerpen laat u achter in onze afsluitbare kleedkamer. Denk hierbij aan: bankpasjes, horloge, sleutels, munten, aanstekers, sieraden (uw trouwring mag u omhouden), gehoorapparaten, gebitsprotheses, telefoons, mechanische en/of elektronische voorwerpen. Deze objecten kunnen schade oplopen of veroorzaken.
  • Draag comfortabele ruimvallende kleding zonder opdruk, ritsen of metalen knopen.  Een BH met metalen haakjes en beugels is niet toegestaan.
  • U draagt geen bovenkleding tijdens het onderzoek. Uw bovenkleding, zoals ruimvallende kleding, mag wel aanblijven.
  • Haarspelden dienen voor het onderzoek te worden verwijderd.
  • Als er een scan van uw hoofd wordt gemaakt, mag u geen make-up op uw gezicht dragen.

Meenemen naar het ziekenhuis

  • De vragenlijst. Dit formulier is een extra controle voor eventuele contra-indicaties voor het onderzoek.
  • Uw zorgverzekeringspas. Informeer altijd vooraf bij uw zorgverzekeraar of u in aanmerking komt voor een (volledige) vergoeding van uw onderzoek in ons ziekenhuis.
  • Indien deze niet digitaal is verstuurd: een verwijzing van uw huisarts of specialist. Zonder een verwijzing wordt uw zorg namelijk niet vergoed. Lees hier meer over vergoeding van uw zorg.

Sieraden

Wij verzoeken u geen sieraden te dragen tijdens het onderzoek. Het ziekenhuis kan namelijk niet aansprakelijk gesteld worden bij vermissing hiervan.

Verhinderd voor uw afspraak?

Mocht u uw afspraak willen verzetten of afzeggen, geef dit dan zo snel mogelijk aan ons door; uiterlijk 24 uur van tevoren. Er kan dan iemand anders in uw plaats worden geholpen.

Onderzoek

De laborant haalt u op uit de wachtkamer en brengt u naar de kamer waar het onderzoek plaatsvindt. In de onderzoekskamer stelt de laborant u nog enkele vragen die belangrijk zijn voor het onderzoek. Tijdens het onderzoek ligt u op een verschuifbare onderzoekstafel die in de tunnel van het scanapparaat schuift. Binnen in de tunnel brandt licht. Het scanapparaat is aan het hoofd- en voeteneind open.

In één of beide armen wordt een infuus ingebracht. Dit is voor het contrastmiddel en/of het geneesmiddel Adenosine of Regadenoson. Ook worden er elektroden op uw borst geplakt. Deze registreren tijdens het onderzoek continu het hartfilmpje (ECG). Tot slot krijgt u een manchet van de bloeddrukmeter om uw bovenarm om de bloeddruk te meten.

Hierna wordt u in de MRI-scanner geschoven en worden er foto’s gemaakt, waarbij u gevraagd wordt de adem in te houden. Het is mogelijk om tijdens het toedienen van het geneesmiddel uit de MRI geschoven te worden. Het geneesmiddel zorgt ervoor dat het lijkt alsof u zich inspant. U kunt hierbij kortademig worden en een drukkend gevoel op de borst ervaren. Dit effect verdwijnt snel nadat het geneesmiddel is toegediend. 

Het apparaat maakt tijdens het onderzoek regelmatig een hard kloppend geluid. U krijgt een koptelefoon met microfoon op. Het is mogelijk om tijdens het onderzoek, via de koptelefoon, naar de radio te luisteren. U kunt ook een eigen cd meenemen. Geef deze voor het onderzoek aan de laborant.

De laborant is tijdens het onderzoek buiten de MRI-ruimte, maar kan u wel zien. U heeft contact met de laborant via een microfoon. In geval van nood kunt u via een bel de laborant waarschuwen. De laborant geeft u tijdens het onderzoek de nodige aanwijzingen via de koptelefoon. Het is belangrijk dat u tijdens het onderzoek zo stil mogelijk blijft liggen. Hierdoor kunnen er betere afbeeldingen gemaakt worden.

Het onderzoek duurt ongeveer 60 minuten.

Contrastmiddel en geneesmiddelen

Voor dit onderzoek krijgt u een contrastmiddel en het geneesmiddel Adenosine of Regadenoson toegediend.

Contrastmiddel

Vóór het onderzoek wordt een infuus in de arm gebracht voor het toedienen van het contrastmiddel. MRI-contrastmiddel bevat geen jodium. In zeldzame gevallen ontstaan onschuldige bijwerkingen, zoals waterige ontlasting, darmkrampen, misselijkheid en braken. U kunt vlak na toediening ook een vreemde geur of smaak opmerken. Er bestaat een kleine kans op een allergische reactie.

Adonesine

Tijdens toediening van Adonesine kunt u bijwerkingen ervaren als pijn op de borst, verandering van de hartslag, hoofdpijn, duizeligheid, kortademigheid en misselijkheid.

Regadenoson

Regadenoson kan kort na toediening ervan leiden tot bijwerkingen als duizeligheid, hoofdpijn en kortademigheid. De meeste bijwerkingen zijn echter mild en van voorbijgaande aard en verdwijnen binnen 30 minuten na toediening.

Nazorg

Na het onderzoek

Na het onderzoek mag u zelf naar huis rijden.

De uitslag

De radioloog beoordeelt de MRI- scan. Het schriftelijke verslag gaat naar uw behandelend arts. De arts bespreekt de uitslag met u tijdens uw volgende polibezoek. Als u hiervoor nog geen afspraak heeft gekregen, neem dan zelf contact op met de poli van uw behandeld arts.

Bent u opgenomen in ons ziekenhuis? Dan hoort u de uitslag later op de afdeling. In dit geval kunt u met vragen terecht bij uw behandelend arts of een verpleegkundige op de afdeling.

Meer informatie

Hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen, stel ze dan gerust. Wij zijn bereid deze voor, tijdens en na het onderzoek te beantwoorden.

Gerelateerde informatie

Code
BT 91-O