Specialisme

Een operatie

Als uw kind voor een onderzoek of behandeling wordt geopereerd, wilt u natuurlijk weten waar uw kind aan toe is. Bovendien wilt u uw kind goed voorbereiden op de operatie.

Vóór de operatie van uw kind heeft u al informatie gekregen van de betrokken arts. Hier leest u meer over de verschillende aspecten van een operatie.

  • Eten, drinken en medicijnen
  • Voorbereidingen
  • De operatie
  • Na de operatie 

Als uw kind met spoed wordt opgenomen, kunt u zich niet voorbereiden. We zullen u dan zo duidelijk mogelijk uitleggen wat er gaat gebeuren.

Eendaagse of meerdaagse opname

Uw kind wordt voor zijn operatie voor één dag of voor meer dagen opgenomen in het St. Antonius Ziekenhuis. Over hoe u zichzelf en uw kind voorbereidt, hoe de opname verloopt en waar u verder aan moet denken leest u op de pagina een dag in ziekenhuis of meer dagen in ziekenhuis.

Eten, drinken en medicijnen

Eten en drinken

Om misselijkheid en braken tijdens en na de ingreep zoveel mogelijk te voorkomen, is het belangrijk dat uw kind voor de narcose een bepaalde periode niet eet of drinkt (‘nuchter’ blijft). Houd u goed aan de volgende regels:

Uw kind is 1 jaar of ouder

  • Geef uw kind 6 uren voor de opname een licht ontbijt (beschuitje met jam en een kop heldere drank, zoals water, thee of heldere appelsap). Daarna mag uw kind niets meer eten.
  • Tot het tijdstip van naar de operatiekamer gaan mag uw kind nog enkele slokjes heldere drank drinken. Onder heldere drank verstaan we, water, thee (mag met suiker), heldere appelsap of aanlenglimonade.

Uw kind is jonger dan 1 jaar

  • Geef uw kind 4 uren voor de opname een melkvoeding (fles of borst, geen pap).
  • Tot het tijdstip van naar de operatiekamer gaan mag uw kind nog enkele slokjes drinken (heldere drank). Onder heldere drank verstaan we, water, thee (mag met suiker), heldere appelsap of aanlenglimonade. Geen borstvoeding.

Het is belangrijk dat u zich goed aan deze regels houdt, anders kan de ingreep of het onderzoek niet doorgaan.

Voorbereidingen

Voordat uw kind naar de operatieafdeling gaat, trekt u het een pyjama aan, zonder hemd of romper eronder. Vanaf 12 jaar krijgt uw kind een OK hemd. Laat eventuele bril of losse beugel achter op de kamer. Uw kind krijgt als voorbereiding op de ingreep een pijnstiller in de vorm van een zetpil.

Een kind dat met een infuus in slaap wordt gebracht, krijgt kort voor het aanleggen van het infuus een verdovende spray aangebracht op de plek waar de arts denkt te willen prikken. Deze spray werkt snel. Uw kind zal dan weinig van de prik voelen.

Het tijdstip van de ingreep kunnen we vooraf niet precies vertellen. Van de verpleegkundige hoort u hoe laat uw kind ongeveer aan de beurt is.

De operatie met narcose

Als uw kind naar de operatieafdeling gaat, mag u mee naar de operatiekamer. Op de operatieafdeling krijgt u dan een beschermende jas of overall over uw kleren.

Als uw kind aan de beurt is, brengt de anesthesioloog (de arts die zorgt voor de narcose) uw kind naar de operatiekamer. Daar krijgt uw kind een kapje of een infuus om onder narcose te gaan (jongeren krijgen altijd een infuus, tenzij anders met de arts wordt afgesproken).

Afhankelijk van de leeftijd van uw kind kunt u hierbij uw kind op schoot nemen. Als uw kind slaapt, krijgt het een infuus. Dat is een dun plastic slangetje waardoor uw kind vocht en medicijnen krijgt. Tijdens de operatie kunt u wachten op de verpleegafdeling of in één van de ruimtes bij de operatieafdeling (op beide locaties).

Na de operatie

Voor de ingreep kreeg uw kind al een pijnstiller. Na de ingreep krijgt uw kind ook een pijnstiller volgens een vast tijdsschema. Heeft uw kind nog steeds pijn? Meld dit dan aan de verpleegkundige. Zij bekijkt dan of extra pijnstilling nodig is.

Na de narcose kan uw kind last hebben van misselijkheid, spugen of keelpijn. Dat is normaal en gaat na één of twee dagen vanzelf over.

Als uw kind één dag wordt opgenomen (zie ook de pagina een dag in ziekenhuis) wordt uw kind dezelfde dag ontslagen uit het ziekenhuis. Soms komt het voor dat de arts vindt dat uw kind beter een extra nacht kan blijven. Dan kunt u bij uw kind blijven slapen. Dit noemen we 'Rooming in'. Rooming in geldt natuurlijk ook voor de ouders/verzorgers van kinderen die meer dagen zijn opgenomen (zie ook meer dagen in ziekenhuis).

Reacties van uw kind na ontslag

Een opname kan best wel spannend zijn. Sommige kinderen reageren daarop als ze weer thuis zijn. Ze gaan bijvoorbeeld slecht slapen of eng dromen, ze worden overdreven aanhankelijk, huilen vaker, willen niet praten over het ziekenhuis of gaan weer bedplassen of duimzuigen.

Dit gedrag is meestal tijdelijk. Geef uw kind wat extra aandacht, praat over de opname als uw kind dat wil. Samen spelen met uw kind kan ook een goede manier zijn om de ziekenhuiservaring te verwerken. Als u vragen hebt, neem dan contact met ons op. Onze medisch pedagogische zorgverlener kan u advies geven.