Aandoeningen

Baarmoederhalskanker

Jaarlijks wordt in Nederland bij ongeveer 700 vrouwen baarmoederhalskanker vastgesteld. Baarmoederhalskanker komt voor bij vrouwen van alle leeftijden, maar het meest bij vrouwen van 30 tot 50 jaar. Kanker in het baarmoederlichaam (baarmoederkanker) komt ongeveer 1850 keer per jaar voor.

Hoewel baarmoederhalskanker en baarmoederkanker allebei in de baarmoeder ontstaan, hebben ze een heel verschillend ziekteverloop. Ook de behandeling van deze twee ziekten is verschillend.

Op deze pagina snel naar

Meer over baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker ontstaat uit cellen in het slijmvlies op de grens van baarmoederhals en baarmoedermond. In het overgangsgebied van de slijmvliezen kunnen afwijkende cellen ontstaan. Er is dan nog geen sprake van kanker. De afwijking kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een ontsteking of infectie. Meestal herstelt het lichaam dit zelf weer. Als dat niet lukt en het aantal afwijkende cellen neemt toe, kan na verloop van tijd een voorstadium van baarmoederhalskanker ontstaan. De aandoening is in dit stadium nog heel beperkt en kan met een eenvoudige behandeling worden verholpen. Na behandeling van het voorstadium is de kans op genezing vrijwel 100%. Als dit voorstadium niet wordt behandeld, ontstaat uiteindelijk baarmoederhalskanker. Dit kan wel 10 tot 15 jaar duren.

Oorzaak

Bij het ontstaan van baarmoederhalskanker speelt een virus, het zogenoemde humaan papilloma virus (HPV), een belangrijke rol. Dit virus wordt via geslachtsgemeenschap overgebracht. Ongeveer 80% van de vrouwen krijgt ooit tijdens haar seksueel actieve leven een HPV-infectie. In de regel ruimt het afweersysteem dit soort virussen op. Maar soms ontsnapt het virus hieraan en kan het veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals teweegbrengen. Bij sommige vrouwen leidt dit tot baarmoederhalskanker.

Het risico op besmetting met HPV is groter naarmate een vrouw en/of haar partner meer wisselende seksuele contacten hebben. Dat betekent niet dat als een vrouw baarmoederhalskanker heeft, zij en/of haar partner 'dus' meer wisselende contacten hebben (gehad). Het ontstaan van baarmoederhalskanker is afhankelijk van meer factoren.
Baarmoederhalskanker komt vaker voor bij vrouwen die roken. Roken beïnvloedt het afweersysteem waardoor het meer moeite kan hebben het HPV op te ruimen.

Naar het gebruik van de pil en het risico op baarmoederhalskanker wordt nog onderzoek gedaan. De uitkomsten tot nu toe vormen geen reden om het gebruik van de pil af te raden. Het mogelijke risico kan komen doordat pilgebruiksters geen condooms gebruiken, terwijl deze beschermen tegen overdracht van virussen zoals het HPV.
Baarmoederhalskanker is niet besmettelijk. Besmetting door geslachtsgemeenschap is niet mogelijk. Ook is baarmoederhalskanker, net als de meeste soorten kanker, niet erfelijk.

DES-dochters

Dochters van vrouwen die tijdens hun zwangerschap het kunstmatige vrouwelijk hormoon DES hebben gebruikt (DES-dochters), hebben meer risico's op het krijgen van baarmoederhalskanker dan andere vrouwen.

Tegenwoordig is er een preventief middel: een vaccin tegen HPV, het virus dat baarmoederhalskanker veroorzaakt.

    Symptomen

    Veranderingen aan de cellen van de baarmoederhals gebeuren ongemerkt en geven in het begin geen klachten. Meestal is het eerste symptoom dat u opmerkt, een ongewone of bloederige afscheiding. Het hoeft niet altijd om een echt duidelijke bloeding te gaan. Als er maar een beetje bloedverlies is, geeft dat een bruinige afscheiding. 

    • Ongewoon bloedverlies is bloedverlies buiten de normale menstruatieperiode, bijvoorbeeld:
    • Tijdens of vlak na de geslachtsgemeenschap, een zogenoemde 'contactbloeding'. 
    • Tussen twee menstruaties.
    • Een bloeding na de overgang. Vrouwen verwarren dit wel eens met het plotseling terugkeren van de menstruatie. Maar als u sinds een jaar (of langer) niet meer menstrueert, is zo'n bloeding geen gewone menstruatie.

    Onderzoeken

    Als u bij uw huisarts komt, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken. Daarbij hoort ook een inwendig onderzoek en een (nieuw) uitstrijkje. Als de huisarts het niet vertrouwt zal hij/zij u doorverwijzen naar een gynaecoloog. De gynaecologen in ons oncologiecentrum zullen dan de volgende onderzoeken bij u uitvoeren: een uitstrijkje, een inwendig onderzoek en een colposcopie (kijken naar de baarmoedermond). Na de diagnose baarmoederhalskanker is vaak nader onderzoek nodig om vast te stellen hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Aan de hand van deze gegevens kan uw arts bepalen welke behandeling het meest geschikt is.

    Expertise en ervaring

    De maatschap gynaecologie is met 14 gynaecologen een van de grootste gynaecologische maatschappen van Nederland. Wij streven ernaar u de best mogelijke medische behandeling en verpleegkundige zorg te verlenen. Door ondermeer de omvang van onze maatschap en onze gezamenlijke ervaring en expertise (subspecialismen) zijn wij in staat extra kwaliteit te leveren.

    Meer informatie

    Patiëntenvereniging

    Stichting Olijf

    De Stichting Olijf is een netwerk van en voor vrouwen die gynaecologische kanker hebben (gehad). Dit betekent dat vrouwen met kanker aan baarmoeder(hals), eierstokken, vulva of vagina bij deze patiëntenorganisatie terechtkunnen voor contact met medepatiënten. Over het hele land verspreid zijn vrouwen, allen zelf (ex-)patiënte, bereikbaar voor telefonisch contact. Wie behoefte heeft aan contact of verdere informatie wenst, kan bellen of schrijven naar:

    Stichting Olijf
    Tel: 033 - 463 32 99 (ma-do 9.00-13.00 uur)
    olijf@olijf.nl
    www.olijf.nl

    Websites

    Aanvullende informatie over baarmoederhalskanker vindt u op:

    Gerelateerde informatie

    Code
    GYN-OD-A-1