Behandelingen & onderzoeken

Ballon pulmonalis angioplastiek (BPA)

Een ballon pulmonalis angioplastiek (BPA)-procedure wordt gedaan als de chronische longembolieën zich in de allerkleinste longvaatjes bevinden. Een PEA-operatie is dan niet mogelijk. De BPA-procedure lijkt sterk op de dottertechniek die gebruikt wordt om verstopte kransslagvaten van het hart open te maken.

Bij een BPA-procedure schuift uw behandelaar een katheter via een ader in de lies op tot in de longslagaders. In de katheter zit een ballon. De ballon is niet opgeblazen als de katheter wordt opgeschoven in de bloedvaten naar de longslagader. Zodra de katheter bij een chronische longembolie is gebracht, zorgt uw behandelaar ervoor dat de ballon in de katheter precies ter hoogte van de vernauwing zit. Dan wordt de ballon opgeblazen en probeert uw behandelaar de verstopping van het betreffende bloedvat op te heffen.

Op deze pagina snel naar

Meer over ballon pulmonalis angioplastiek (BPA)

De BPA-procedure duurt ongeveer 2 uur. Tijdens de procedure bent u bij bewustzijn. In verband met het risico op complicaties is het niet mogelijk om tijdens één BPA-procedure alle bloedvaten te openen. Om dat te bereiken zijn zo'n 3 tot 6 BPA-procedures nodig. Dit verschilt per per patiënt. Tussen iedere procedure zit een periode van 4 tot 6 weken.

De interventie-cardioloog en de interventie-radioloog voeren de BPA-procedure uit. De ingreep vindt plaats op de afdeling Röntgen-Cardiologie of de afdeling Radiologie.

BPA 2

Evaluatie na 3 tot 6 procedures
In principe zijn er 3 tot 6 BPA-procedures nodig. Na de laatste BPA-procedure evalueren we  het effect van de BPA-procedure volgens onderstaand schema:

  • 3 maanden na de laatste BPA-procedure brengt u een controlebezoek aan uw behandelend specialist. Tijdens dit bezoek ondergaat u ook een looptest en wordt bloed bij uw afgenomen.
  • 6 maanden na de laatste BPA-procedure nemen wij u kort op in het ziekenhuis. U ondergaat tijdens die opname onderstaande onderzoeken:
    • Bloedafname
    • Hartecho
    • Hartfilmpje (ECG)
    • Rechterhartkatheterisatie
    • Longventilatie/perfusiescan
    • CT-scan van de longen met contrast
    • Fietstest
    • Looptest
    • Poliafspraak met behandelend specialist
  • 12 maanden na de laatste BPA-procedure brengt u een controlebezoek aan uw behandelend specialist. Tijdens dit bezoek ondergaat u opnieuw een looptest en wordt bloed bij uw afgenomen.
  • 18 maanden na de laatste BPA-procedure nemen wij u wederom kort op in ons ziekenhuis. Tijdens die opname ondergaat u de volgende onderzoeken:
    • Bloedafname
    • Hartecho
    • Rechterhartkatheterisatie
    • CT-scan van de longen met contrast
    • Fietstest
    • Poliafspraak met behandelend specialist

Voorbereiding

Overgevoeligheid/allergie

Geef het altijd aan ons door als u overgevoelig of allergisch bent voor bepaalde medicijnen of andere stoffen, bijvoorbeeld voor jodium of pleisters.

Voorbereiding opname

Wat neemt u mee?
U wordt in principe opgenomen op de dag van de operatie. U verblijft in principe een nacht in het ziekenhuis. Meer informatie over uw opname kunt u lezen op de pagina voorbereiding opname.  Hier staat onder andere welke spullen u nodig heeft in het ziekenhuis.

Make-up
Zorg ervoor dat u geen make-up draagt (ook geen nagellak).

Eten en drinken (nuchter zijn)

De BPA-procedure gebeurt onder algehele narcose. U moet daarom voor de BPA-procedure nuchter zijn. Dat wil zeggen: u mag een aantal uren voor de procedure niet meer eten of drinken. 


  • Wordt u tussen 07.00 en 13.00 uur opgenomen, dan mag u vanaf 00.00 uur geen vast voedsel meer eten. Tot 2 uren voor uw opname in het ziekenhuis zijn heldere dranken toegestaan, zoals thee, zwarte koffie (zonder melk), water, appelsap of ranja. Niet toegestaan zijn melkproducten, sinaasappelsap, overige vruchtensappen en alcohol.

  • Wordt u na 13.00 uur opgenomen, dan mag u vóór 07.00 uur ’s morgens nog een licht ontbijt nuttigen (beschuit met jam en een kop thee). Geen zwaar/vet ontbijt. Tot 2 uren voor uw opname in het ziekenhuis zijn heldere dranken toegestaan, zoals thee, zwarte koffie (zonder melk), water, appelsap of ranja. Melkproducten, sinaasappelsap, overige vruchtensappen en alcohol zijn niet toegestaan.

In het geval dat u zich niet aan bovenstaande regels houdt kan uw ingreep niet doorgaan.

Medicijnen

Breng de medicijnen, inclusief druppels, zalven en pufjes, die u thuis gebruikt mee. De zaalarts spreekt met u af welke medicijnen u kunt blijven gebruiken. Met bloedverdunners hoeft u niet te stoppen voor de BPA-procedure. U kunt deze gewoon blijven nemen.

Behandeling

Wij verwachten u op de MVIC-holding. Voor aanvang van de BPA-procedure zal de afdelingsverpleegkundige uw INR-waarde door middel van een vingerprik controleren. Indien nodig nemen wij bij opname nog een keer bloed bij u af om uw nierfunctie te controleren.

Een interventie-cardioloog en een interventie-radioloog voeren de BPA-procedure uit op de onderzoekskamer van de afdeling Cardiologie of de afdeling Radiologie. De procedure zelf duurt ongeveer 2 uur.

Direct na de BPA-procedure ligt u kortdurend op de hartbewaking (CCU).

Hier zult u 2 tot 3 uur verblijven. Op de hartbewaking houden wij uw bloeddruk, hartslag, temperatuur en het zuurstofgehalte in uw bloed continu in de gaten. Indien nodig krijgt u extra zuurstof en/of plasmedicatie toegediend. Als alles goed verloopt plaatsen wij u daarna over naar de verpleegafdeling Cardiologie. Bovenstaande controles worden op die afdeling in de avond en de volgende ochtend herhaald.

Ontslag

Indien de BPA-procedure ongecompliceerd is verlopen kunt u de volgende dag met ontslag. Voor uw ontslag maken we wel nog eerst een longfoto en nemen we wat bloed bij u af.

De PH-verpleegkundige neemt na 2 weken telefonisch contact met u op om te vragen hoe het met u gaat.

Nazorg

Complicaties

Iedere ingreep kent mogelijke complicaties. Ondanks alle voorzorgsmaatregelen, is het optreden van complicaties niet altijd te voorkomen. Het beleid is  dan ook mede gericht op het vroegtijdig herkennen van dergelijke complicaties, opdat we snel met een behandeling kunnen beginnen.

Complicaties kunnen zijn:

Bloeding in de lies
Bij elke katheterisatie kan er door het aanprikken van het bloedvat in de lies een bloeduitstorting ontstaan. De bloeding kan vrijwel altijd worden gestopt door lokaal af te drukken. Deze bloeduitstorting zal in de loop van de weken vanzelf verdwijnen.

Vocht in de longen
Door de BPA-procedure gaan bepaalde longbloedvaten weer open en zal er bloed door deze vaten gaan stromen. Hierdoor stroomt er naar de longvaatjes die achter de chronische longembolie liggen meer bloed dan daarvoor. Deze vaatjes kunnen hierdoor tijdelijk gaan 'lekken'. Als gevolg hiervan kan er een ophoping van vocht in de longblaasjes ontstaan (longoedeem). Het kan dan nodig zijn u extra zuurstof te geven via een neusbrilletje. Ook nemen we dan maatregelen om te zorgen dat het vocht weer verdwijnt.

Achteruitgang nierfunctie
Bij de BPA-procedure wordt contrastmiddel toegediend. Als de nieren al een verminderde werking hadden vóór de BPA-procedure, dan kan de nierfunctie na de procedure verder achteruit gaan. Als dit risico bestaat krijgt u voor en na de BPA wat extra vocht toegediend.

Longbloeding
Een longbloeding kan ontstaan als de opgeblazen ballon tijdens de behandeling de wand van het longslagadertje beschadigt. Een longbloeding herstelt meestal weer vanzelf als de behandelaar de katheter een stukje terug trekt en daarna de ballon weer opblaast.

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein is in Nederland erkend als nationaal expertise centrum voor PAH en CTEPH. Naast de medicamenteuze behandeling van PAH en CTEPH vindt hier ook de operatie een dotterbehandeling plaats bij CTEPH. In een multidisciplinair team wordt nauw samengewerkt tussen diverse specialisten, zoals een longarts, cardioloog, radioloog, hartchirurg, MDL-arts, PH verpleegkundigen, psychologen etc.

Code
LON 70-B2