Aandoeningen

Charcotvoet

Een Charcotvoet (uitgesproken als sjarkoo) komt vrijwel alleen voor bij mensen met diabetes en zenuwschade (neuropathie) van de voet. Neuropathie is zenuwschade veroorzaakt door de diabetes met als gevolg verminderd gevoel of gevoelloosheid in de voeten.

Een Charcotvoet kan spontaan ontstaan of na een ongelukje (zwikken of stoten). Er ontstaat een klein breukje in het bot. Door de neuropathie in de voet voelt u het breukje niet en bestaat de kans de u ermee doorloopt. Er ontstaat dan een proces van beschadiging met ontsteking, botafbraak, fracturen en vervorming van de botstructuur. De voet verliest zijn stevigheid omdat de banden die zorgen voor de onderlinge verbinding tussen de botten geen houvast meer hebben aan het aangetaste bot. Zo ontstaat er een vervorming van de voet (doorzakken).

Een Charcotvoet is een zeldzame, maar serieuze aandoening die kan leiden tot ernstige voetvervormingen en beperkingen. In sommige (extreme) gevallen is amputatie noodzakelijk met blijvende invaliditeit tot gevolg

Op deze pagina snel naar

Symptomen

De symptomen passend bij een Charcotvoet zijn:

  • zwelling
  • roodheid
  • warm
  • pijn
  • veranderende voetvorm
     

Onderzoeken

Het stellen van de diagnose Charcotvoet is niet gemakkelijk. U merkt vaak pas dat er iets mis is als uw been opzwelt en warm aanvoelt. In de beginfase van een Charcotvoet is de voet rood, dik, warm en soms pijnlijk. Dat heet een ‘actieve Charcotvoet’.

Bij een Charcotvoet is in eerste instantie op röntgenfoto’s vaak niets te zien. Na verloop van tijd zijn er op de röntgenfoto’s wel veranderingen te zien die passen bij de diagnose Charcotvoet. Echter de zwelling en klachten kunnen al maanden eerder ontstaan.

Bij een verdenking op een Charcotvoet zal de arts verder aanvullend onderzoek verrichten. Het maken van een MRI-scan geeft de uiteindelijke doorslag.

Bij twijfel moet behandelend worden als een Charcotvoet totdat het tegendeel bewezen is. Vroege herkenning van een Charcotvoet (in de acute fase) is erg belangrijk omdat de afwijkingen aan de botten dan nog zo minimaal mogelijk zijn.

Behandelingen

De kern van de behandeling:

  • Elke gezwollen, warme en rode voet bij een diabetespatiënt met neuropathie in afwezigheid van een wond is een Charcotvoet totdat het tegendeel is bewezen.
  • Snelle herkenning, directe verwijzing en vroege diagnose zijn essentieel voor een goede prognose.
  • Bij voorkeur krijgt u een verwijzing naar een (multidisciplinaire) voetenpolikliniek met ervaring in de behandeling van een Charcotvoet.

Een Charcotvoet kent drie verschillende fases:

Fase 1: De acute fase ( roodheid, zwelling, warm en soms pijn )

In de acute fase krijgt u gips aangemeten om uw voet volledig rust te geven. U mag dit gips belasten, maar zo minimaal mogelijk. Het gips geeft maximaal rust aan uw voet en beperkt de mogelijk tot vervormen. De temperatuur van uw voeten moet wekelijks gecontroleerd worden en daarom komt u elke week op de gipskamer voor een gipswissel. Bij een temperatuurverschil van meer dan 2 graden, in vergelijking met uw andere voet, spreken we van een actieve Charcotvoet. Het gipsen wordt dan voortgezet. Een gipsperiode van 6 tot 12 maanden is niet ongewoon.

Fase 2: De stabilisatiefase (temperatuurverschil verminderd)

Het temperatuurverschil tussen uw voeten neemt af, de roodheid is weg en de zwelling is afgenomen. Het voetskelet is wat steviger aan het worden en verandert niet snel meer van vorm. Wel moet uw voet nog extra beschermd worden. Uw voet moet nog steeds in het gips. De eerste twee fasen (acute en stabilisatie) worden de actieve fasen genoemd.

Fase 3: De uitgebluste of chronische fase

Uw voet is niet meer warm (minder dan 2 graden verschil). Er is geen roodheid en zwelling meer. Ook als u uw voet belast, treden er geen reacties meer op. Er is op dat moment geen actieve verandering in de Charcotvoet gaande. De veranderde vorm van uw voet is stabiel.

Gipsbehandeling bij een Charcotvoet zonder wonden

Door de veranderde vorm en het verminderde gevoel kunnen er makkelijk wonden aan uw voet ontstaan. Deze wonden genezen in de regel slecht. Dit komt door uw diabetes en omdat de druk niet goed over uw voetzool wordt verdeeld door de veranderde voetvorm. U krijgt gips waarbij de druk wordt verdeeld over de hele voetzool, zodat de wond rust krijgt. De voet blijft in het gips totdat de wond is genezen. Zo lang u gips heeft, mag u het gips slechts minimaal belasten.

Het gips wordt wekelijks vervangen om de wond te controleren en om te controleren of er geen nieuwe drukplekken ontstaan. Soms wordt een operatie met u besproken. Voetbotjes die de wond veroorzaken worden dan tijdens een operatie verwijderd of afgevlakt.

Na de gipsbehandeling

Na de gipsperiode is het belangrijk dat:

  • U de hele dag door goedpassende orthopedische schoenen draagt. Tijdens de gipsperiode worden deze aangemeten in overleg met de revalidatiearts, podotherapeut en de orthopedisch schoenmaker. U mag geen andere schoenen dragen ook niet op vakantie.
  • U naadloze sokken draagt.
  • U Controleert of er niets in uw schoen zit, voordat u deze aantrekt.
  • U elke dag uw voeten en tenen controleert op drukplekken en wondjes. Loop nooit op blote voeten omdat u minder gevoel heeft in uw voeten. Een kleine beschadiging aan de voet (ergens in trappen of tegen iets aan stoten) kan grote gevolgen hebben.
  • U een nabehandeling krijgt bij de podotherapeut voor het knippen van de nagels en het verwijderen van eelt. Let er op dat u een pedicure kiest met een diabetesaantekening.
  • U een nabehandeling krijgt op een multidisciplinair schoenenspreekuur. Op dit spreekuur wordt uw voet en de aangemeten schoen gecontroleerd.

Contact opnemen

Neem contact op met de Gipskamer als:

  • U toenemende pijn, tintelingen of krachtsverlies in nek, armen of benen heeft
  • U pijnklachten heeft door de halskraag
  • U zich ongerust voelt

De Gipskamer van het St. Antonius Ziekenhuis is op werkdagen tussen 08.30 en 16.30 uur bereikbaar:

  • Gipskamer locatie Nieuwegein: 088 320 27 05
  • Gipskamer locatie Utrecht: 088 320 27 06
  • Gipskamer locatie Woerden: 088 320 46 21

Buiten deze tijden en in het weekend kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.

Gerelateerde informatie

Code
GIPS 21-A