Behandelingen & onderzoeken

Elektrofysiologisch onderzoek (EFO)

Als het niet lukt om een hartritmestoornis op te sporen met een hartfilmpje (ECG) kan een elektrofysiologisch onderzoek (EFO) nodig zijn. Dit onderzoek geeft nauwkeurige informatie over een ritmestoornis. Het laat zien wat voor soort ritmestoornis het is en waar deze ontstaat.

Tijdens een EFO worden de elektrische eigenschappen van het hart gemeten en wordt geprobeerd de hartritmestoornis op te wekken.

Op deze pagina snel naar

Meer over EFO

Een EFO is een kleine operatieve ingreep, waarbij via de lies een aantal slangetjes met elektrodes in het hart worden gebracht. Als de ritmestoornis tijdens het elektrofysiologisch onderzoek opgewekt wordt, kan de arts deze meestal direct behandelen. In de meeste gevallen gaat het dan om een ablatie. Dit is een behandeling waarbij kleine littekens worden aangebracht op de plekken waar de hartritmestoornis ontstaat. Deze littekens schakelen de hartcellen die de ritmestoornis veroorzaken uit.

Voorbereiding

Afspraak met cardioloog

Tijdens de afspraak die u voor het onderzoek met uw cardioloog heeft, krijgt u uitleg over het onderzoek. Vertel het ons als u angstig bent. Dan kunnen we daar zoveel mogelijk rekening mee houden.

Medicijnen

Tijdens het gesprek vraagt de arts ook naar uw medicijngebruik en eventuele overgevoeligheid voor medicijnen, jodium of pleisters. Het gebruik van (hartritme)medicijnen en bloedverdunners kan namelijk effect hebben op het onderzoek.

Bij uw oproep voor de ziekenhuisopname laten wij u weten welke medicijnen u wel en niet mag gebruiken.

Bent u zwanger? Laat het ons weten

Als u zwanger bent, is het belangrijk dat u ons dit meteen laten weten. De röntgenstralen die tijdens dit onderzoek gebruikt worden, zijn namelijk niet goed voor uw ongeboren kind. We stellen het onderzoek dan uit.

Overgevoeligheid/allergie

Geef het altijd aan ons door als u overgevoelig of allergisch bent voor jodium, contrastvloeistof, bepaalde medicijnen, pleisters, rubber, latex of andere stoffen. 

Korte ziekenhuisopname

Voor een elektrofysiologisch onderzoek (en eventuele ablatie) nemen wij u een dag en een nacht op. U krijgt 1 of 2 weken van tevoren telefonisch bericht wanneer de opname is. U krijgt een bevestigingsbrief en aparte informatie met praktische zaken rondom uw opname thuisgestuurd. Als alles goed gaat kunt u de dag na het onderzoek weer naar huis.

Voorbereiding op uw opname

Een goede voorbereiding is voor u en voor ons belangrijk. Op onze webpagina Opname in het ziekenhuis (operatie) leest u hoe u zich op uw opname voorbereidt en krijgt u informatie over de gang van zaken in ons ziekenhuis.

Eten en drinken (nuchter zijn)

U mag tot in principe 6 uur voor het onderzoek niets eten of drinken. Dit is om te voorkomen dat u misselijk wordt of moet overgeven tijdens het onderzoek en er daardoor problemen ontstaan met de luchtwegen. Als u niet nuchter bent, kan het onderzoek niet doorgaan.

Ontharen van de liezen

Voor dit onderzoek is het nodig dat uw liezen onthaard zijn. U kunt dit de avond van tevoren zelf thuis doen. Let erop dat u geen wondjes veroorzaakt. Gebruik dus ontharingscrème en geen scheermesje en desinfecteer de huid daarna goed. Als het ontharen niet is gelukt, doen wij dit voor het onderzoek.

Vervoer

U mag na dit onderzoek zelf 7 dagen niet actief deelnemen aan het verkeer. Zorg er daarom voor dat iemand u brengt en ophaalt.

Mijn Antonius-account aanmaken

Mijn Antonius is het beveiligde online patiëntenportaal van het St. Antonius Ziekenhuis. Heeft u nog geen account? Dan is het handig als u er een aanmaakt. Op onze webpagina Mijn Antonius leest en ziet u hoe u dit eenvoudig doet. 

Afzeggen

Bent u verhinderd voor het onderzoek? Laat het ons dan zo snel mogelijk weten. Neem hiervoor telefonisch contact op met de afdeling of polikliniek waar het onderzoek plaatsvindt. 

Onderzoek

Time-outprocedure

Patiëntveiligheid staat bij ons voorop. Daarom controleren wij vooraf extra of u werkelijk de patiënt bent die we denken dat u bent. Dit heet een time-outprocedure. Wij vragen u naar uw naam en geboortedatum, naar een eventuele overgevoeligheid (allergie), voor welke ingreep u komt en of u begrepen heeft hoe we die gaan uitvoeren.

Verloop onderzoek

Een elektrofysiologisch onderzoek bestaat uit de volgende stappen:

1. Plaatselijke verdoving

Behalve bij kinderen gebeurt een EFO vrijwel nooit onder algehele narcose, maar onder plaatselijke verdoving. Daar zijn verschillende redenen voor:

  • EFO is niet zo belastend dat een narcose nodig is.
  • Narcose beïnvloedt de elektrische eigenschappen van het hart, waardoor het lastiger kan zijn om hartritmestoornissen op te wekken.
  • De cardioloog kan bij een plaatselijke verdoving met u praten over de bevindingen (diagnose) van het EFO.

2. Aanbrengen elektroden

Als u op de onderzoekstafel ligt, krijgt u plakkers (elektroden) op uw borst om uw hartritme te registreren. Ook sluiten we een bloeddruk- en zuurstofmeter aan. Eventueel krijgt u een infuus in uw arm.

3. Aanbrengen katheters

Daarna schuift de arts 1 of meerdere elektrodekatheters (dunne, buigzame slangetjes) vanuit uw lies via een ader naar uw hart. Hiervoor krijgt u een verdoving in 1 of in beide liezen. Deze injectie is vaak even pijnlijk. Van het schuiven van de elektrodekatheters naar uw hart merkt u niets, hooguit een wat drukkend gevoel.

De katheters hebben tijdens het EFO twee functies:

  • Het registereren van de elektrische signalen van uw hart.
  • Het elektrisch prikkelen van uw hart.

4. Opwekken hartritmestoornis

Als de elektrodekatheters op de juiste plek liggen, wekt de arts een ritmestoornis op via stroomstootjes die stress of spanning nabootsen en u een gejaagd gevoel geven. Dit kan met elektronische prikkels via de katheter. U krijgt dan de voor u bekende klachten. Dat is natuurlijk niet prettig, maar u bent in een bewaakte omgeving, omringd door deskundige mensen die uw normale hartritme snel kunnen herstellen.

Het opwekken van de hartritmestoornis kan ook met medicijnen; de arts overlegt met u wat in uw situatie het meest verstandig is. Als de stoornis niet ophoudt, is soms een elektrische schok (cardioversie) nodig. Een andere mogelijkheid is het gebruik van medicijnen.

5. Hartfilmpje

We leggen uw hartritmestoornis vast op een hartfilmpje (ECG). Zo kan de cardioloog tijdens of na afloop van de procedure beoordelen wat voor hartritmestoornis u heeft.

6. Verwijderen katheters

Na het onderzoek worden de katheters verwijderd uit uw lies en krijgt u drukverband. Als ook de slagader in de lies is aangeprikt, wordt het wondje eventueel gesloten met een speciaal plugje (een angioseal). Dit plugje lost binnen enkele maanden vanzelf op.

Duur onderzoek

Het onderzoek duurt meestal 1 tot 2 uur, maar kan uitlopen tot 3 uur of langer. Als alles goed verloopt, kunt u op de dag na het onderzoek weer naar huis.

Nazorg

De uitslag

Na het onderzoek weten we hoe succesvol het is verlopen en of verdere behandeling nodig is. De cardioloog bespreekt de uitslag en eventuele behandelmogelijkheden met u.

Risico’s en complicaties

De risico’s tijdens dit onderzoek zijn klein. De meest voorkomende complicatie is een nalekkage van de prikplaats. Dit komt bij ongeveer 2-3% van de mensen voor en kan vrijwel altijd opgelost worden met het aanbrengen van een strak drukverband en langere platte bedrust. Verder kan er een bloeduitstorting ontstaan op de prikplaats, dus in uw lies of liezen. Deze gaat binnen enkele weken vanzelf weer over.

Onderstaande complicaties komen ruim minder dan 1% voor:

  • Gaatje in het hart

Tijdens de procedure is het mogelijk dat een gaatje in het hart ontstaat waardoor bloed in het hartzakje terecht komt. Dit kan pijnklachten veroorzaken, maar in ernstiger gevallen leiden tot bloeddrukdalingen waarvoor het nodig kan zijn dit door middel van een punctie onder het borstbeen langs te verwijderen. Dit komt weinig voor, in minder dan 1% van patienten, maar kan wel een hoog risico met zich mee brengen. Daarom is het belangrijk dat u tijdens maar ook na de procedure laagdrempelig laat weten als u klachten heeft, zoals pijn op de borst, kortademigheid, duizeligheid of malaise. Hoe eerder de artsen weten dat dit speelt hoe sneller dit probleem kan worden opgelost.

  • Aneurysma spurium of fistel

Door het (per ongeluk) aanprikken van de liesslagader kan een bloeding ontstaan in de wand van de slagader. Meestal geeft dit een pijnlijke zwelling en hoort de cardioloog een ruis via de stethoscoop. Een langdurig drukverband, plakken met een injectie of een operatie kan het probleem oplossen.

  • Infectie van de wond in de lies

De plaats waar de katheters in de lies zijn geschoven, kan gaan ontsteken. Neem contact met ons op als dit wondje dik, rood of pijnlijk blijft, of als er pus uit komt.

  • Aanhoudende pijn of een doof gevoel

Dit kan ontstaan door beschadiging van een zenuw in de lies. Het advies hierbij is om af te wachten of het vanzelf herstelt.

Direct contact opnemen

Neem direct contact met ons op bij onderstaande klachten.

  • Een ernstige zwelling van uw lies, vergelijkbaar met het formaat van een ei.
  • Een ernstige toename van de bestaande zwelling in uw lies.
  • Let op: Bel onmiddellijk 112 als er (veel) bloed uit uw lies stroomt. Duw intussen hard nét boven de plaats van de bloeding in uw lies.

Leefregels

Na het onderzoek krijgt u van ons een leefregelkaart mee naar huis. Hierop staat precies wat u de eerste periode na het onderzoek wel en niet mag doen:

  • U mag niet zelf autorijden of fietsen.
  • U mag zo weinig mogelijk staan, lopen en traplopen.
  • U mag niet in bad, sauna of zwembad. Kort douchen mag wel.
  • U mag geen zware dingen tillen.

De meeste patiënten kunnen 1 week na de behandeling hun normale leefpatroon weer oppakken.

Expertise en ervaring

Het St. Antonius Hartcentrum is een toonaangevend behandelcentrum voor alle vormen van hartklachten en -aandoeningen. We maken hierbij gebruik van de nieuwste behandelmethoden en –technieken. We zijn bovendien het grootste hartcentrum van Nederland en leveren kwalitatief hoogwaardige zorg tot ver buiten de regiogrenzen.

Jaarlijks voeren onze cardiologen en hartchirurgen gemiddeld 2.000 hartoperaties en 2.400 interventies (dotterbehandelingen, onderzoeken etc.) uit.

Toestemming behandeling

Wij vinden het belangrijk dat u goed weet wat er gaat gebeuren en dat u samen met uw cardioloog een bewuste en overtuigde keuze kunt maken voor de ingreep. De arts kan u alleen onderzoeken en behandelen als u daar toestemming voor geeft. Daarom zal de cardioloog u aan het einde van het voorbereidende gesprek vragen om samen een toestemmingsformulier te ondertekenen.

Als u dit formulier ondertekent, geeft u aan op de hoogte te zijn van:

  • De aard van de ingreep.
  • De te verwachten gevolgen voor uw gezondheid en dagelijks leven.
  • De reden voor de ingreep en de kans van slagen van de behandeling.
  • De kans op en de ernst van complicaties die kunnen ontstaan door de ingreep.
  • De gevolgen van het niet doen of uitstellen van de ingreep en de eventuele alternatieven.
  • De belangrijkste leefregels na de ingreep (wat u wel en niet meer mag doen).
Toon meer

Gesprek met uw arts

Als u hoort dat u een hartritmestoornis heeft, kan dat een schok voor u zijn. Wij begeleiden u tijdens het hele traject van onderzoek en behandeling. U kunt alle vragen die u heeft aan ons stellen. Om alvast inzicht te hebben in wat u kunt verwachten, kunt u deze lijst met aandachtspunten gebruiken als voorbereiding.

Voor het onderzoek begint, bespreekt de arts met u:

  • Wat het doel is van het onderzoek en welke resultaten hij verwacht (prognose).
  • Wat er tijdens het onderzoek precies gebeurt.
  • Waar en wanneer het onderzoek plaatsvindt.
  • Hoelang het onderzoek duurt.
  • Welke zorgverleners bij het onderzoek betrokken zijn.
  • Welke ongemakken of pijn u kunt verwachten.
  • Mogelijke risico’s en bijwerkingen van het onderzoek.
  • Hoe u zich op het onderzoek moet voorbereiden.
  • Van wie u de uitslag hoort en wanneer.
  • Of u na het onderzoek nog iets moet doen of juist laten.
  • Uw toestemming voor het onderzoek.
  • Uw vragen.
Toon meer

Over het hart

Het hart pompt bloed door het lichaam. In dat bloed zitten stoffen die op bepaalde plaatsen in het lichaam nodig zijn: zuurstof in de longen en bouwstoffen naar de organen. Het bloed voert de stoffen die het lichaam niet nodig heeft, ook weer af.

Meer weten over de werking van het hart? Hieronder vindt u een uitgebreide uitleg.

Hartruimtes: kamers en boezems

Het hart bestaat uit 2 helften; de linker- en de rechterhelft. Elke harthelft bestaat uit 2 ruimtes: de boezem en de kamer. De boezems worden ook wel atria (enkelvoud: atrium) genoemd. De kamers worden ook wel ventrikels (enkelvoud: ventrikel) genoemd.

Bloedvaten

Er zijn twee soorten bloedvaten:

  • De slagaders (ook wel arteriën genoemd) vervoeren zuurstofrijk bloed van het hart naar de rest van het lichaam.
  • De aders (ook wel venen genoemd) vervoeren zuurstofarm bloed naar het hart en de longen toe.

Hartkleppen

Vier hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed niet de verkeerde kant uit kan stromen. Ze werken als ventielen.

De twee kleppen tussen de boezems en de kamers (de atrioventriculaire kleppen) zijn:

  • de tricuspidalisklep (tussen de rechterboezem en –kamer);
  • de mitralisklep (tussen de linkerboezem en –kamer).

De andere twee kleppen zitten tussen de kamers en de slagaders en zijn:

  • de pulmonalisklep (tussen de rechterkamer en de longslagader);  
  • de aortaklep (tussen de linkerkamer en de grote lichaamsslagader (=aorta).

Bloedsomloop

Het hart wordt vaak een pomp genoemd, maar eigenlijk bestaat het uit twéé pompen naast elkaar. Het bloed stroomt niet ‘rond’, maar in een ‘achtje’, waarbij het beurtelings door de rechter- en de linkerharthelft wordt gepompt. We spreken van de kleine en de grote bloedsomloop.

Figuur 1.

De ‘achtvormige’ route die het bloed aflegt, waarbij het bloed zuurstof opneemt in de
longen en via de grote lichaamsslagader afgeeft in het lichaam.
Blauw = zuurstofarm bloed. Rood = zuurstofrijk bloed.

De kleine bloedsomloop

De kleine bloedsomloop (door de longen) brengt zuurstofarm bloed naar de longen, zodat het bloed daar zuurstof kan ophalen.

  • De rechterboezem stroomt vol met zuurstofarm bloed uit het lichaam.
  • De rechterboezem trekt samen.
  • Het bloed stroomt naar de rechterkamer.
  • De rechterkamer pompt het zuurstofarme bloed via de longslagader naar de longen.
  • In de longen neemt het bloed zuurstof op.
  • Het zuurstofrijke bloed uit de longen stroomt via de longaders (longvenen) terug naar het hart, naar de linkerboezem. Daar begint de grote bloedsomloop.

De grote bloedsomloop

De grote bloedsomloop (door de rest van het lichaam) brengt zuurstofrijk bloed naar alle weefsels en organen, zodat het bloed daar zuurstof kan afgeven.

  • De linkerboezem stroomt vol met zuurstofrijk bloed uit de longen.
  • De linkerboezem trekt samen.
  • Het bloed stroomt naar de linkerkamer.
  • De linkerkamer pompt het zuurstofrijke bloed via de grote lichaamsslagader (aorta) door het hele lichaam.
  • Het bloed geeft zijn zuurstof af aan de weefsels.
  • Het zuurstofarme bloed uit het lichaam stroomt via de grote lichaamsaders terug naar het hart, naar de rechterboezem.

En dan begint het ‘achtje’ weer van voren af aan met de kleine bloedsomloop.

De beide harthelften trekken tegelijkertijd samen. Terwijl de rechterhelft zuurstofarm bloed naar de longen pompt, pompt de linkerhelft zuurstofrijk bloed naar het lichaam. Het is voor een goede pompfunctie belangrijk dat de hartboezems en -kamers in de juiste volgorde samentrekken. Alleen dan kan er genoeg bloed met voldoende kracht worden rondgepompt.

Figuur 2.

Een kijkje in het hart. De nummers geven de richting van de bloedstroom aan. Blauw = zuurstofarm bloed. Rood = zuurstofrijk bloed.

Hartritme

Normaal gesproken ontstaat het hartritme spontaan in een speciaal groepje cellen. Deze cellen (die samen de sinusknoop vormen) zitten aan de bovenkant van de rechterboezem (zie figuur 3). De sinusknoop geeft in rust bij de meeste mensen 60-80 ‘stroomprikkels’ per minuut af. Bij inspanning, stress of koorts kan dit aantal (afhankelijk van de leeftijd) oplopen tot zo’n 150-200 per minuut. Vanuit de sinusknoop verspreidt de elektrische prikkel zich over de rechter- en de linkerboezem, waardoor deze samentrekken en het bloed naar de hartkamers pompen. Daarna wordt de elektrische prikkel via de AV-knoop, de bundel van His en de bundeltakken doorgegeven aan de rechter- en linkerhartkamer (zie figuur 3). De kamers trekken vervolgens samen en pompen het bloed naar de slagaders.

Figuur 3.

Toon meer over over de anatomie en werking van het hart

Veilige zorg in het ziekenhuis

In het St. Antonius Ziekenhuis staat veiligheid voorop. Onze medewerkers doen er alles aan om uw bezoek aan het ziekenhuis zo goed mogelijk te laten verlopen. Help ons a.u.b. om goed voor u te zorgen door ons te vertellen:  

• Welke medicijnen u gebruikt.
• Of u allergieën heeft.
• Of u (mogelijk) zwanger bent.
• Als u iets niet begrijpt.
• Wat u belangrijk vindt.
• Als u iets ziet wat niet schoon is.

Op de website van de Nederlandse Patiëntenfederatie leest u meer over hoe u zelf kunt bijdragen aan veilige zorg.

Toon meer over bijdragen aan veilige zorg

Meer informatie

Code
CAR 11-O