Behandelingen en onderzoeken Maag-Darm-Lever (MDL)

Coloscopie

Een coloscopie is een onderzoek van de binnenkant van de dikke darm. Dit gebeurt met een flexibele kijkslang met camera. De kijkslang gaat via de anus de darm in.

De arts bekijkt de beelden van de camera op een scherm. De arts kan zo zien of er afwijkingen te zien zijn, zoals poliepen, ontstekingen, gezwellen of vernauwingen. Wanneer het nodig is kan de arts ook direct kleine ingrepen doen, zoals een poliep verwijderen.

Voorbereiding

Aangepast dieet

Pictogram eten en drinken
  • 3 dagen voor het onderzoek volgt u een aangepast dieet. Wat u wel en niet mag eten vindt u hieronder.
  • 1 dag voor het onderzoek gelden extra regels over eten en drinken. Deze vindt u in de informatie over het laxeermiddel dat u moet gebruiken.

Wat u 3 dagen voor het onderzoek NIET mag eten:

  • Brood en crackers met zaden/pitten en volkorenbrood
  • Volkoren meergranen pasta en zilvervliesrijst
  • Asperges, bleekselderij, zuurkool, snijbonen, sperziebonen, prei, doperwten, peulvruchten, taugé, mais, champignons, tomaten, ui, knoflook, spinazie, andijvie, paprika of rauwkost
  • Sinaasappel, grapefruit, mandarijnen, kiwi, bramen, frambozen, aardbeien, druiven en gedroogde vruchten
  • Jam met pitjes
  • Noten en pinda's

Deze voedingsmiddelen blijven namelijk nog dagen na het eten in de darm zitten, ondanks het laxeermiddel. Hierdoor is de binnenkant van de darm niet goed genoeg te zien tijdens het onderzoek.

Wat u WEL mag eten:

  • Broodproducten zoals: wit brood, beschuit en crackers zonder pitten en/of zaden
  • Hagelslag, chocoladepasta, honing, stroop, jam zonder pitjes/schil, magere kaas of vleeswaren
  • Geschild fruit, waarbij de pitjes eruit gehaald zijn: appel, peer, banaan en meloen
  • Gekookte groente zoals: bloemkool, broccoli, wortelen, bieten
  • Aardappelen, witte rijst, pasta
  • Mager zacht vlees of vis zoals kipfilet of witvis

Laxeren

Zorgtaak pictogram hulp bij het toiletbezoek

Uw darmen moeten leeg zijn voor het onderzoek. Ook krijgt u een laxeermiddel voorgeschreven. Het is belangrijk dat u de instructies van het laxeermiddel dat u krijgt volgt. Hierover ontvangt u aparte informatie.

Na het drinken van het laxeermiddel is het belangrijk dat u veel heldere dranken drinkt (zoals water, thee, zwarte koffie, heldere appelsap, limonade zonder prik). 2 uur voor het onderzoek mag u helemaal niks meer drinken, ook geen slokje water.

Het kan zijn dat uw arts met u heeft besproken dat u 1 dag voor het onderzoek wordt opgenomen ter voorbereiding op uw coloscopie. U ontvangt bericht hoe laat en op welke afdeling u zich mag melden. U ontvangt geen informatie over het laxeermiddel. Dit wordt op de afdeling voor u geregeld.

Medicijnen

pictogram medicijnen
  • Moet u medicijnen innemen? Doe dit dan niet tijdens het drinken van het laxeermiddel. U kunt uw medicijnen wel 1 uur voor of na het drinken van laxeermiddel innemen. U kunt het innemen van uw medicijnen wellicht ook uitstellen tot na het onderzoek. Overleg dit met uw arts.
  • Gebruikt u de anticonceptiepil (de pil) dan kunt u deze gewoon blijven innemen. Echter, houd er rekening mee dat u door de darmreiniging niet meer goed bent beschermd. In principe bent u pas weer goed beschermd nadat u met de volgende strip bent begonnen. Lees de bijsluiter van de eigen anticonceptiepil voor de precieze termijn.
  • Voor bloedverdunners en ijzertabbletten gelden andere afspraken, deze kunt u hieronder terugvinden.

Bloedverdunners

Of bloedverdunners gestaakt dienen te worden voorafgaand aan het onderzoek verschilt per patiënt. Uw arts bespreekt met u of u de bloedverdunners enkele dagen voor het onderzoek moet stoppen. Uw arts overlegt daarvoor eventueel met de maag-darm-leverarts.

Heeft u geen instructies gehad van uw arts? Neem dan uiterlijk 7 dagen voor het onderzoek contact op met de arts die het onderzoek voor u heeft aangevraagd.

Meld uw medicijngebruik ook bij de arts die het onderzoek uitvoert.

Bekende bloedverdunnende middelen zijn acenocoumarol (Sintrom®), fenprocoumon (Marcoumar®), clopidogrel (o.a. Plavix® en Grepid®), ), rivaroxaban (Xarelto®), dabigratan (Pradaxa®), apixaban (Eliquis®), ticagrelor (o.a. Brilique® en Possia®), dypiridamol (Persantin®), carbasalaatcalcium (Ascal®) en acetylsalicylzuur.

IJzertabletten

Een week voor het onderzoek moet u stoppen met het gebruik van ijzertabletten (ferrosulfaat (Fero-Gradumet®) of ferrofumaraat). Deze middelen geven de darm namelijk een zwarte kleur, waardoor de beelden onduidelijk worden. 

Na het onderzoek kunt u ze weer gebruiken.

Diabetesmedicatie

Als u diabetespatiënt bent, moeten uw medicijnen mogelijk aangepast worden tijdens de voorbereiding van het onderzoek. Dit wordt geadviseerd omdat u langere tijd nuchter moet blijven. Wanneer u de volledige dosering of de reguliere medicatie inneemt kan de bloedsuiker te hard dalen en kunt u een hypo krijgen.

Welke medicijnen u wel of niet mag innemen wordt met u besproken. 

Het is belangrijk dat u uw bloedsuiker regelmatig meet wanneer u nuchter bent. Zo voorkomt u een mogelijke hypo.

Zwangerschap

Pictogram zwanger

Bent u (mogelijk) zwanger? Laat het dan zo snel mogelijk aan ons weten.

Menstruatie

Pictogram van een druppel om menstruatie te verbeelden

Wanneer u menstrueert kan het onderzoek gewoon doorgaan.

Kleding

Pictogram van een t-shirt
  • Draag makkelijk zittende kleding, die u gemakkelijk aan- en uit kunt trekken. De mouw van uw shirt moet flexibel genoeg zijn om tot boven uw elleboog omhoog te kunnen schuiven.
  • Het kan fijn zijn om ook warme sokken mee te nemen.
  • Neem een extra set kleding mee.

Begeleider en vervoer

Pictogram vervoer regelen

Krijgt u tijdens het onderzoek een verdoving (roesje)? Dan mag u niet zelf naar huis. Regel daarom vooraf dat iemand u naar huis brengt na het onderzoek. U mag niet zelf autorijden, fietsen, met de taxi of in uw eentje lopen. Dat is gevaarlijk. U reageert namelijk minder snel en u kunt eerder vallen. De persoon die u naar huis brengt moet u op de polikliniek komen halen.

Als u tijdens het onderzoek geen verdoving (roesje) krijgt mag u in principe zelfstandig naar huis. Dit houdt in wandelen, fietsen, met de auto, openbaar vervoer, etc.

Goed voorbereid met Mijn Antonius

In ons ziekenhuis werken we met het patiëntportaal Mijn Antonius. Log voor uw afspraak in op Mijn Antonius met DigiD om de informatie te bekijken die voor u klaarstaat, zoals uw afspraakgegevens, vragenlijsten of andere belangrijke informatie. Zo bent u goed voorbereid op uw afspraak.

Uw afspraak verzetten of afzeggen

Kunt u niet? Geef dit dan zo snel mogelijk aan ons door, uiterlijk 48 uur voor uw afspraak. Dan kunnen wij in uw plaats een andere patiënt helpen. In Mijn Antonius kunt u veel afspraken zelf verzetten of afzeggen. Lukt dat niet? Neem dan altijd telefonisch contact op met de poli.          

Komt u zonder afmelding niet naar uw afspraak, dan leggen we dit vast in uw dossier. Gebeurt dit 3 keer voor dezelfde afspraak, dan verwijzen we u terug naar uw huisarts. U heeft dan een nieuwe verwijzing nodig om een afspraak te maken.

Onderzoek

Verdoving met slaapmiddel

Tijdens dit onderzoek krijgt u een verdoving met slaapmiddel, dit heet sedatie en wordt ook vaak 'een roesje' genoemd. Er is sedatie met en zonder propofol. Er is met u afgesproken welke soort sedatie u krijgt. Lees de informatie over de soort sedatie die u krijgt goed door:

Video - het onderzoek

In onderstaande animatievideo ziet u hoe het onderzoek gaat. 

Onderzoek beschreven in tekst:

  • Een verpleegkundige of gastvrouw/heer haalt u op uit de wachtkamer en begeleidt u naar een bed.
  • U krijgt een infuus in uw arm. Een infuus is een flexibele kunststof hol slangetje, dat met een naald in de bloedbaan wordt gebracht. De naald wordt daarna weer verwijderd. Zolang het infuus nodig is blijft het slangetje in het bloedvat zitten.
  • U wordt naar de onderzoekskamer gebracht.
  • U gaat u op uw linkerzij op de onderzoektafel liggen, met opgetrokken knieën en ontbloot onderlichaam.
  • Via het infuus krijgt u een slaapmiddel en eventueel een pijnstiller of andere medicatie. 
  • De flexibele kijkslang met een camera (endoscoop) gaat via uw poepgat (anus) uw darm. Langzaam beweegt de arts de kijkslang door de hele dikke darm en soms ook nog een stukje door de dunne darm. Het kan daarbij gebeuren dat we u vragen om van houding te veranderen. De arts en de verpleegkundigen zullen u hierbij helpen.
  • Tijdens het terugtrekken van de kijkslang wordt de darm goed bekeken. Soms worden er stukjes weefsel of poliepen weggehaald. Daar voelt u niets van.
  • Tijdens het onderzoek wordt soms lucht in uw darm geblazen, zo kan de arts de binnenkant van de darm beter bekijken. De ingeblazen lucht kan ervoor zorgen dat u tijdens het onderzoek winden moet laten. Dit is normaal en u hoeft zich daarvoor dus niet te schamen.
  • U kunt tijdens het onderzoek wat pijn in uw buik krijgen. Dat kan komen door de lucht die in uw darm geblazen wordt, of doordat de kijkslang door de bochten van uw darm gaat.
  • Zodra het onderzoek beëindigd is, haalt de arts de kijkslang uit uw darm.

Tijdsduur van het onderzoek

Pictogram van een klok om uit te beelden dat dit over de tijdsduur gaat
  • De voorbereidingen voor het onderzoek duren ongeveer 30 minuten.
  • Het onderzoek zelf duurt ongeveer 30 minuten.

Nazorg

Uitslaapkamer

Na het onderzoek brengt de endoscopie-verpleegkundige u naar de uitslaapkamer. Hier draagt de endoscopie-verpleegkundige u over aan de verpleegkundige van de uitslaapkamer. 

Wanneer u het onderzoek heeft gehad mag u weer eten en drinken. Wij hebben op de uitslaapkamer water, koffie, thee, bouillon en ontbijtkoek voor u beschikbaar. Als u graag iets anders wilt eten kunt u dit van huis meebrengen.

U krijgt van de verpleegkundige op de uitslaapkamer te horen wanneer u weer naar huis mag.

Uitslag van het onderzoek

Na het onderzoek krijgt u meteen te horen of er iets in uw darm is gezien. Ook hoort u of er weefsel of een poliep is weggehaald voor verder onderzoek.

Als er stukjes weefsel bij u zijn weggenomen voor onderzoek, duurt het ongeveer 2 weken voordat de uitslag bekend is. U krijgt de uitslag bij het volgende bezoek aan de arts die het onderzoek aangevraagd heeft: uw behandelend specialist of huisarts.

Mogelijke klachten na het onderzoek

  • Ongeveer 1% van de patiënten geeft aan dat zij buikpijn ervaren tijdens en na het onderzoek. Dit gaat vanzelf weg en wordt al in de eerst uren na het onderzoek minder.
  • Als tijdens het onderzoek weefsel is weggenomen kunt u na het onderzoek last hebben van een beetje bloedverlies via de anus. Hier hoeft u zich geen zorgen over te maken.

Wanneer neemt u contact met ons op

Neem direct contact op als u na het onderzoek:

  • veel bloed verliest uit uw anus (meer dan een kopje vol);
  • steeds meer buikpijn krijgt;
  • koorts krijgt.

Contactgegevens

  • Op werkdagen kunt u tussen 08.30- 16.30 uur contact opnemen met de afdeling Endoscopie, via T 088  320 55 00.
  • ‘s Avonds, ‘s nachts en in het weekend kunt u bellen met de Spoedeisende Hulp, via T 088 320 33 00.

Meer informatie

Mogelijke complicaties en risico's

  • Bij het weghalen van een poliep kan een bloeding ontstaat. Dit gebeurt heel soms, maar hier moeten wij u wel op attenderen. (De kans dat dit gebeurt is 0,3%.) 
    • Wanneer er een kleine bloeding is ontstaan kan de scopist dit makkelijk stoppen door een klein klemmetje op de bloeding te plaatsen. Dit klemmetje stopt dan de bloeding en valt er na een paar weken weer af. Het klemmetje verlaat het lichaam dan via de ontlasting via de anus.
  • Heel soms ontstaat er tijdens het onderzoek een scheurtje of gaatje in de darmwand. U krijgt dan onder andere buikpijn en koorts. (De kans dat dit gebeurt is 0,03%.)
    • U loopt hierop iets meer risico wanneer u:
      • een ontstoken darmwand heeft;
      • een vernauwde darmwand heeft;
      • veel uitstulpingen heeft.

Meer informatie

Op deze website van Maag-Lever-Darmstichting vindt u meer informatie over maag-lever-darmziekten en hierbij voorkomende onderzoeken.

Code END 32-O

Terug naar boven