Behandelingen & onderzoeken Nucleaire Geneeskunde

Hersenscan (Neuro Datscan)

Bij dit onderzoek wordt de werking van een deel van de hersenen in beeld gebracht. Dit is het deel van de hersenen dat beweging controleert. Het wordt vooral gedaan bij mensen die symptomen van de ziekte van Parkinson hebben, zoals een trillende hand of schuifelend lopen. Met deze scan kan onderscheid gemaakt worden tussen de ziekte van Parkinson en andere hersenaandoeningen.

Voorbereiding

Voor dit onderzoek hoeft u niet nuchter te zijn.

Medicijnen

Bepaalde medicijnen kunnen het onderzoek beïnvloeden en moeten gestopt worden. Welke medicijnen dat voor u zijn, wordt bij het maken van de afspraak met u besproken. In de volgende tabel kunt u ook zien of noteren welke medicijnen u moet stoppen.

MedicijnStoppen vanaf
  
  
  
  
  
  
  
  

Zwangerschap en borstvoeding

Bent u zwanger of geeft u borstvoeding? Neem dan ruim voordat het onderzoek plaatsvindt contact met ons op.

Onderzoek

Pauze

Het onderzoek bestaat uit twee delen met een pauze van enkele uren ertussen. In deze pauze kunt u het ziekenhuis verlaten en normaal eten en drinken. Als u daartoe niet in staat bent, kunt u op de afdeling wachten en eventueel gebruikmaken van een bed. Als u ons dat van tevoren laat weten, zorgen wij dat er een bed beschikbaar is. Neem in dat geval wel eten en drinken mee en bijvoorbeeld een boek of tablet. Als u veel hulp nodig heeft, is het verstandig een begeleider mee te nemen.

Dit onderzoek wordt gedaan om de oorzaak van bepaalde bewegingsproblemen te vinden. Het onderzoek gaat als volgt:

Verloop onderzoek

  • Op de afgesproken tijd meldt u zich op de afdeling Nucleaire Geneeskunde.
  • Een laborant haalt u op en geeft u twee tabletjes kaliumjodide die u met water kunt innemen. Dit zorgt ervoor dat de radioactieve stof die u bij het onderzoek krijgt niet in de schildklier wordt opgenomen.
  • Als u allergisch bent voor jodium geef dit dan ruim van tevoren door aan de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Wij zorgen dan dat er een ander middel voor u klaar staat.
  • Na een pauze van 60 minuten krijgt u de radioactieve stof toegediend. Dit gebeurt via een infuus (een dun plastic slangetje dat in een ader wordt geschoven). De radioactieve stof heeft geen bijwerkingen. Het enige wat u voelt is de prik voor het infuus. Deze is te vergelijken met bloed afnemen.
  • Deze stof moet minstens 3 uur inwerken om een betrouwbaar beeld te krijgen. De laborant vertelt u wanneer u terug wordt verwacht. Tijdens deze pauze kunt u het ziekenhuis verlaten en normaal eten en drinken.
  • Na de pauze haalt de laborant u opnieuw op en brengt u naar een onderzoekskamer.
  • U gaat op uw rug op een onderzoekstafel liggen met uw hoofd in een speciale steun. Uw kleren kunt u gewoon aanhouden.
  • Omdat het heel belangrijk is dat het hoofd goed stil ligt, krijgt u kussentjes naast het hoofd om de hoofdsteun precies passend te maken. U krijgt ook een bandje om de kin en het voorhoofd. Een trillende arm of been zijn vervelend, maar zolang het hoofd stil blijft liggen heeft dit geen invloed op de scan.
  • De camera’s komen nu boven en onder het hoofd te staan. Ze komen erg dichtbij, maar zullen u niet raken.
  • De camera’s draaien in stapjes om u heen en maken zo vanuit verschillende richtingen foto’s van het hoofd. Dit duurt ruim een half uur.
  • Helemaal op het laatst schuift de tafel nog een paar keer kort heen en weer voor een korte CT-foto. Het is belangrijk dat u ook tijdens dit schuiven het hoofd niet beweegt.
  • De laborant vertelt u wanneer het onderzoek klaar is. U mag dan naar huis.

Het eerste deel van het onderzoek duurt ruim 1 uur, waarvan het grootste deel wachttijd is. Het tweede deel neemt 45 tot 60 minuten in beslag. Met de pauze meegerekend duurt het hele onderzoek ruim 5 uur.

Uitslag

De uitslag zal binnen 7 werkdagen bekend zijn bij de specialist.

Nazorg

Geen bijwerkingen

De hersenscan kent geen bijwerkingen. U kunt na afloop dus gewoon naar huis rijden, fietsen, lopen of met het openbaar vervoer reizen. Ook eten en drinken kunt u doen zoals u gewend bent.

Contact met anderen

De hoeveelheid gebruikte straling is klein en verdwijnt snel. Na het onderzoek kunt u normaal omgaan met volwassenen. Kinderen onder de 3 jaar zijn extra gevoelig voor straling. In de 24 uur nadat de radioactieve stof toegediend is, is het daarom beter niet te lang heel dicht bij een jong kind te zijn. Dat betekent bijvoorbeeld dat u hem of haar niet langer dan een halfuur op schoot houdt. Verder kunt u kinderen gewoon verzorgen. Het is ook aan te raden de eerste 24 uur wat afstand te houden van zwangere vrouwen.

Gerelateerde informatie

Code NG 74-O

Terug naar boven